Pagina's

dinsdag, december 30, 2008


Wakker, bij het licht van mijn geheugen
De wil geen harnas te zijn, waarin geen mens meer zit

Nu, zo aan het eind van elk oog, ieder zintuig
van dit jaar, zie ik mijn binnenste kern
aan, het is nauwelijks verwoordbaar.

Het was schokkend heftig, pijnlijk, ontroerend,
maar het hoeft niet te vervagen, mijn leven,
niet te verdampen alsof ik het niet was,

niet mijn ziel die geraakt was,
het is steeds zoals ik het nu vertel,
mijn angsten, wensen en illusies of

de stommiteiten die in strijd zijn
met mezelf, zo aan het eind komen ze
weer aan het licht, het naakt van al mijn taal.

Gelukkig is er een ziel die luistert
en een taal spreekt van al dat leeft, zij is gelijk
Gezelle's diep gedoken woord van vrede en verlangen.

[MN, in ‘De man en zijn ziel’. Afbeelding: Litho by A Di Maccio.]

maandag, december 29, 2008


Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (8)

Het verlangen is symbolisch voor de tijd die voor ons ligt, het gaat ergens naar uit, niet naar het onmogelijke zoals het verleden dat zou moeten terugkeren hoewel in heimwee ook een verlangen kan wonen, maar naar waarop we ons verheugen – want in ‘verlangen’ ligt altijd het goede. Niemand verlangt immers naar zijn ongeluk, verstarring en verdriet, de trieste last van ontgoocheling, de desillusie, de teleurstelling, de ontsteltenis, - dat is de onafscheidelijke schaduw. Mogelijk dat verlangen daarom ook een onbeschreven ‘eis’ impliceert: we moeten niet het onmogelijke willen, ‘groots en naslepend’, maar het haalbare. Tegelijkertijd blijft het verlangen ‘menselijk’, dus breekbaar en appelleert het aan bewust, gezond leven, aan deugdzaamheid, behoedzaamheid, bezonnenheid, ook in donkere dagen, in ijzige tegenwind.
Het verlangen is oneindig en oningevuld, ook dat is een mooie dimensie van het begrip want het hoeft en zal voor niemand hetzelfde zijn. Het is een individueel nog richtingloze stille koestering van iets dat verderop in de tijd ligt en ons goed doet, scherp maakt en inspireert, zeker op de weg erheen. Het verlangen is de metafoor voor blijmoedigheid want als het wordt vervuld, is alles anders.
Het verlangen is de droom van iedere mens. Every road leads to somewhere – we hopen dat het pad dat we gaan ons brengt naar enig klein geluk, hoeveel obstakels we ook tegenkomen en te overwinnen hebben. Het verlangen is de volharding, niet de verwerping van intenties, maar de fluistering dat het goed is onszelf te blijven, misschien een graad van koers te veranderen en ze na te streven. Jules Renard schreef: "Het paradijs bevindt zich niet op aarde, maar daar liggen wel stukjes."

[© MN. Schilderij in de reeks magische landschappen, ‘Het verlangen’ van Cokky Diepstraten (1952), sinds 2007 wonend en werkend in Frankrijk. Please, don't forget Nagolore!]

zaterdag, december 27, 2008


Het bezoek is weer voorbij, het ideaal niet

Het is weer een gewone zaterdag en misschien wel kliekjesdag want er stond veel heerlijks op tafel en naderhand een vol aanrecht. Het diner was opnieuw voortreffelijk en de stemming was plezierig en hartelijk, misschien hier en daar helaas toch uitgelopen op een catastrofe, maar al het kerstbezoek is weer afgelegd, de omzet van horeca en woonboulevards zijn al lang weer geteld, de Rennies zijn op en een laatste cappuccino met een Bénédictine werd ieders slaapmutsje.
Betlehem verheugde zich voor het eerst sinds jaren weer op talrijke bezoekers, hoewel de Israëliërs en de Palestijnen weer in de hoogste paraatheid zijn, evenals India en Pakistan. Nee, ik wil geen opsomming van calamiteiten, maar de soberheid, de vredigheid en de gastvrijheid blijven toch in schril contrast met de wreedaardige onrust die grote delen van de wereld domineert. Het bezoek is dan wel weer voorbij en het is weer een gewone zaterdag, maar eveneens dezelfde ongewone wereld die vervreemd lijkt van het zo menselijke kerstideaal. Is dat het eigene van het ideaal, dat het alleen maar nastrevenswaardig is, maar nooit wordt bereikt? Of dient ons ego kleiner te worden? Het zal wel altijd in nevelen gehuld blijven.

[MN. Schilderij van Marius van Dokkum, "Het bezoek van de herders is weer voorbij". Overigens wijs k met een sterke aanbeveling naar http://www.bloggen.be/nagolore/]

woensdag, december 24, 2008


Een feest met nog geen halve waarheid – of is het anders?

Met kerstmis vieren we de universele waardigheid van het leven, en dus de vrede, de verzoening, de onbaatzuchtige liefde, de geboorte. Het zijn begrippen die verwijzen naar talrijke symbolen en rituelen die met elkaar uitdrukken hoe sterk we gebonden zijn aan het leven, hoe lief het ons is, hoe menselijk we zouden willen zijn. We ontsteken het licht, we steken ons in de mooiste kleding, we dekken een meest feestelijke tafel met kostelijke gerechten en zijn gul met geschenken. Soms vraag je je af of het nu een tentoonstelling is van waarachtigheid of een gelegenheid om eens uit de band te springen. Zijn het dagen van ongeveinsde liefdadigheid, zit er een luchtje aan of is het van alles wat?
De verhalen van de wereld zijn anders. Er is een diep verscheurde wereld, die we desondanks mengen met glinsterende feestelijkheid en dus roepen we betekenissen en meningen op waarmee we half door de bodem zakken, zo broos en moerassig is menselijk leven, een leven met de scherpst denkbare en verdrietige contrasten. Toch is het prachtig en waardevol en ontroerend het te vieren, omdat we ons herinneren hoe we zouden willen dat het werkelijk is.
Zeggen dat het ‘nog geen halve waarheid is’, kan vanuit een bepaalde gezichtshoek wel worden volgehouden, maar het impliceert ook een moreel oordeel over onze authentieke intenties. Dat kan niet, dat is hoogmoed, daarom zeg ik, ‘ja, het is anders’.
Laten we het maar een feest noemen van de verering, de hoop en het verlangen, laten we het cynisme de kop in drukken. Laat het blijmoedigheid, harmonie, tolerantie, solidariteit, warmte en tederheid zijn die ons tekent en die we belangeloos willen doorgeven. Laten we blijven doen wat we kunnen en nalaten wat overbodig is of ons bevoordeelt.
Van harte een warme, liefdevolle kerst gewenst.

[© MN, korte overweging bij Kerst 2008. Collage van eigentijdse en klassieke Maria’s, van links naar rechts: photo by José Manchado; foto van fresco in een kerk te Arezzo door Elly van Doorn; "Vrede op aarde", schilderij van Amberoos; painting "A Spell of Summoning" by Jake Baddeley; "De stal van Maria en Jozef", schilderij van Marius van Dokkum; "Responsibility" van Gerrarde Maria Abelmann; "Love", painting by Marketa Uhlirova; painting "Protection" by Teresa Zafon and a photo, again by José Manchado.]

zondag, december 21, 2008

"Warmte, en nieuw licht”

Het is winter, zondag voor kerst, en vrijwel overal in de omgeving een gemoedelijke en iedereen aansporende kerstmarkt, een drukte die we elk jaar opzettelijk mijden, maar Aïda uitte vanmorgen plots het verlangen naar een kerstboom. “Heimwee naar warme gevoelens”, zei ze, “en nieuw licht in huis.” Het was een onweerstaanbare wens, maar ‘nieuw licht’ trok me wel, die glinstering in haar ogen, haar helm die ze al boven uit de kast had getrokken want ze dorst nooit met me mee en die ze al demonstratief opzette, “die Floret, dat oude kreng, en ik krijg het alleen maar koud”, zei ze altijd. “Het is koud hoor”, waarschuwde ik. “Ja, maar zó ver is het niet, toe nou maar.”

[© MN, in ‘Het onverwachte element'. Afbeelding: "Wegomlegging", schilderij van Marius van Dokkum.]

vrijdag, december 19, 2008


Een schilderij vertelt zichzelf, dat is nu juist de schoonheid ervan (7)

In voor mijzelf moeilijke tijden neem ik mijn toevlucht tot het museum, in casu de collectie in mijn archief (want ik ga geregeld op reis en tracht dan mee te nemen wat mij op dat ogenblik aanspreekt, inspireert of ooit bruikbaar lijkt als illustratie. Met de zogenaamde Valyspas reis ik voor 0,16 cent per kilometer, een uiterst handicapvriendelijke regeling, waarin je alleen hebt te overwinnen dat je bestemming zelden rechtstreeks is maar wordt bereikt via zo klein mogelijke omwegen langs allerlei instituties, zodat beperkte medepassagiers met een verscheidenheid aan hulpmiddelen weer thuiskomen of kunnen instappen met een op de route gelegen reisbestemming. Aanvankelijk confronterend, ik zag het aan met schuwe blik, maar het zijn gewoon wat oudere lotgenoten. Solidariteit is meer op zijn plaats dan een afgewende houding, ook de stilte spreekt zichzelf.)
Het schilderij toont een onmiskenbaar oude man, verzonken in een dagdromerij over zijn levensloop. Het avondrood is zijn klok en weerspiegelt de talrijke gebeurtenissen waarop hij met pijn en tevredenheid terugkijkt, dat lees ik als het ware in zijn met groeven getekend gelaat. Vooral zij is sterk aanwezig, de vrouw met wie hij ooit zijn leven deelde of die zijn onbereikbare muze was met wie hij nimmer een nacht heeft geslapen of die nooit geweten heeft hoe zijn hart trilde, wat in zijn schoot tevergeefs tot leven kwam. Plots was zij vertrokken, lang geleden, als in een geheimzinnige noordenwind maar haar verschijning is onvergetelijk gebleven. De vele anderen zijn voorbijgangers, niet altijd onbeduidend, maar toch vaag geworden passanten, - behalve zijn zoon van wie hij vervreemd is geraakt en die hij slechts onvoltooid weet uit te tekenen, nabij in zijn gedachten maar verdwenen uit zijn werkelijkheid.
Het typische is, dat de schilder de gedachten van een oude man ‘neerzet’, dat een dichter er naar kijkt en ze voorleest, terwijl beiden niet weten wat de oude man werkelijk dacht. De schilder, die zowel de man en zijn gedachten creëerde, heeft meer recht van spreken. Bij de titel staat ook: ‘met mogelijk een engel’. Misschien is hij geëmigreerd naar een ander innerlijk land, hij, de oude man in de herfst van zijn leven, probeert hij door te graven, te bespiegelen en gebeurtenissen te duiden.

[© MN, in ‘Een schilderij vertelt zichzelf’. Afbeelding: “Gedachten van een oude man” van Nels Busch (1954), Nijmegenaar, trots op zijn atelier in de vroegere Limoskazerne (en voormalig bassist in de Frank Boeijengroep, van 1979-‘91). Ik klom al weer naar nieuw licht and Redstar gave me a kick under my ass, so I can move on again. Maar waardoor ik werkelijk opveerde uit het donker, was het beleven van enkele DVD-concerten: een nog kort deel van de Beach Boys, gevolgd door een CrossRoad-concert, ik meen in Chicago 2004, van Eric Clapton met onder andere BB King, Jeff Beck en Cajun-muziek van Willie Nelson en ten slotte het meer poëtische concert van Brian Ferry die vooral in heel eigen stijl Bob Dylansongs vertolkte. Voortreffelijk gespeelde muziek uit ‘mijn tijd’, getalenteerde musici en plots een nieuwe dageraad, anders dan Jaap (hieronder) beschreef maar met een vergelijkbare impact.]

woensdag, december 17, 2008


Last morose, depressive whispering
(for today, or some more)

The angels are around me as if I’m
lost, there is no power anymore.
“Lay down my dear”, said one of them.

It’s a painful dream, or reality, there is still
so much to do, my pencils are broken,
this cann’t be the end, my soul is crying.

No, don’t close the curtains, don’t bury me
in the fear of life and death, give me some time,
I want to sleep another few hours.


[© MN, in ‘De man en zijn ziel’. Natuurlijk kom ik terug, en ik weet, de toon is dramatisch, voel me ook ellendig maar het komt weer goed en ik zal terugkeren naar de hoopvolle, strijdvaardige levenshouding, terug naar ‘Amor fati’ waarin méér mogelijk is dan in deze zwarte knorrigheid waar niemand iets mee kan. Zwaarmoedigheid, hoe begrijpelijk soms ook, is de meest zelfzuchtige houding die er is, daar kun je niet op bouwen tenzij je tijdig inziet dat er méér is, een soort van her-ontdekking. Vandaar ook dat prachtige schilderij, “Hemelse muziek”, van Amberoos.]

maandag, december 15, 2008

Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (6)
De aanbidding. De innerlijke zegening?


Dit lijkt een doek uit de middeleeuwen, maar het is een 20ste eeuws verbeelding van de familie, nauwkeurig, vanaf een palet met magnifieke kleuren en onmiskenbaar met de intentie het gezinsleven te eren, te eerbiedigen, te beschermen, zeggend ook dat het intieme familieleven een onverbrekelijke eenheid vormt en van onschatbare waarde is. Het dateert van 1972. Zij, Susan Boulet, heeft het gezin als het ware gevangen in een enkel weefsel, niet als een los blad zwevend op de wind, maar als een hoofd, stevig op de schouders van de mensheid; ze vormen één geheel, het is helend daarin op te groeien, alsof we zijn vergeten om ons met alles om ons heen, in harmonie, te ontwikkelen, te leven en onszelf en anderen te respecteren. (Het doet denken aan het oeroude sjamanisme, New Age en andere spirituele stromingen.) Op de schouders zien we de contouren van rendieren, dieren – niet alleen elanden of herten, maar ook wolven - die in veel ander werk van haar nogal eens terugkeren, dieren die een onloochenbare betekenis hebben en waaraan zij, denk ik, een zekere symbolische of mythologische betekenis toeschrijft. Eenheid, verwevenheid, toevlucht, bescherming. Waar ik weinig van begrijp of weet te zeggen, is dat bolvormige portretje rechts. Zijn het de maan en de vruchtbaarheid? Is het een weeskind?




[© MN. Afbeelding: “The family” van de Braziliaanse Susan Eleanor Seddon-Boulet (1941-1997; zij stierf, in California, aan kanker). In 2000 verscheen bij Pomegranate Press een biografie, “A Retrospective” van de hand van Michael Babcock, ook auteur van “The Goddess Paintings” van Susan Seddon-Boulet. Meer over haar: Christina Baldwin: “Life’s companion” en Michael Fox “The New Eden”. Zijzelf publiceerde “Shaman paintings” of Susan S.B. Als het me lukt, plaats ik tot besluit een collage van Susan’s shaman-paintings, schilderijen die me eerder fascineren dan bekoren.]

zondag, december 14, 2008

Alles is liefde

Weet nog wel waar dat feestje
was in Rosmalen, zie bruid & bruidegom
nog, hoewel in de nasleep van rouw, wie weet
niét van dat zwaar beladen jaar?

Liefde dringt overal doorheen, is het oorlog
of andere misère, steeds is er liefde, vreemd
misschien, maar onoverwinnelijk,
zo gaat het in het leven,

waar niet alleen de liefde heerst, ook ziekte
en tegenspoed, dat is niet te verbergen, maar
als je de liefde vieren kunt, is
er veel gewonnen. Liefde die redt,

het is waar en ook weer niet, elke dag
komt het onder onze zintuigen, de honger,
de onderdrukking, dus of alles liefde is, het
lijkt waaghalzerij dat te zeggen.

Alleen wanneer twee mensen het in alles
weten vol te houden, het hartelijkst blijven,
gastvrij en beminnenswaardig, ja,
dan is alles liefde.

Als dat alles liefde is, dan willen we
dat ook vieren, dan zetten we de tijd terug
naar 1973, van in de verte langs kronkelende paden
tot hier, aldoor is nog alles liefde.

Er zal wel een traan vloeien, ook de lach zal
luiden, want wanneer alles liefde is dan zijn die twee
onverbiddelijk verbonden, zo gaat dat
in een mensenleven, ook van jullie twee.

Alles is liefde, geen twijfel mogelijk, “the two
of you: a beauty of wisdom, like saying, shower
me with love and carry me till there, where ever it is”,
omdat dat alles liefde is en wij hier zijn.


[© MN, in ‘Alles is liefde’; voor Erna & Jan, 14 december 1973-2008, 35 jaar getrouwd. Photo by Haleh Bryan.]

donderdag, december 11, 2008


Een schilderij vertelt zichzelf, dat is juist de schoonheid ervan (5)
Niet het summum van het kwaad, maar van de ontmoediging

Een intrigerend schilderij, zowel naar voorstelling als titel. Een gehavend interieur, mooie lichtinval, maar voorbij het licht schuilt een geheimenis. Vrijpostig? Erotisch? Een verstoorde amoureuze ontmoeting? Een verbeelding uit zijn vaderland dat hij, Basher, lang geleden verliet? “Hij verzet zich tegen het jachtige, oppervlakkige leven”, schreef ik eerder. Ik weet nog weinig van deze Luidinga Gerrit Basher (1950). Hij verblijft sinds 1991 in Nederland. In 1979 vestigde hij zich in Florence, ontwikkelde daar zijn persoonlijke realisme, met als intentie rust, vrede en welbevinden uit te dragen. Een perfectionist, dat is te zien, ook in het vorige schilderij dat ik toonde – (straks, als zijn boek binnen is en op mijn notenhouten leesstandaard staat, zal ik graag over hem lezen). Hier is het schilderij een woning, maar allerminst zoals we ons een woning van binnen voorstellen. Het is een schouwspel, een poëtische vertelling van de bedreiging, maar ook, vanwege dat open venster en het diepe blauw van het als hemel gedrapeerde doek, van de hoop en het verlangen. Het is de vlucht uit een verlangen en tegelijk náár het verlangen. Wij wonen in ons lichaam, maar de schilder toont hier een groter lichaam, een innerlijk lichaam en herinnert zich de grote onrust, de agressie, de onderdrukking, de taboes. Zou het dat kunnen zijn? De twee zijn bijna in het vage donker, het licht en hun realiteit ontvlucht.

[© MN. Afbeelding: “Vlucht in de duisternis” van Basher. Titel van zijn boek: "Persoonlijk universum van Basher". Een uitgave van Galerie Utrecht, 2003.]

woensdag, december 10, 2008

Dichters in verloren eenheid
Al dribbelend op mijn bewoonde eiland

Ik bemin de winteravond, ik, oude,
argeloze man, vastgeschroefd aan het woord,
de gordijnen blijven open, zie

Uvi, zie mij aan dichter en hef
uw arm, ik hijs u aan mijn tafel.
Vertel, deed ge nog nieuwe vondsten

op zolder, uw schuilkelder? “Nee, mijn
waarde, slechts oude woorden, oud als wij,
breekbaar, teder en warrig, teveel

weekheid om te bewaren.” “Oh”, zei Inge,
“vervlogen spinnenwebben stof ik uit.” Niets
met verrukking gevonden dus, geen gouden regel

in wat niet versnipperd was, wat is er
dan te koesteren? Zullen we spreken over
een bestaan van ‘nieuwe gebeden’? “Laten we

in hemelsnaam niet bidden, zo nuizelig”, desnoods
op de tast nieuwe levensbeelden schetsen, Isolde’s
woorden rennen over tafel, always “A heart of dignity”.

[© MN, in ‘Voor wie weemoed kent’. Met de dichters Uvi, Isolde en Inge Deconinck. Afbeelding: "Over de aard van de mens" by Magda Wieclawska.]

maandag, december 08, 2008

Kunst heeft altijd een verhaal (4)
De schepping van de verheerlijking

“Ga heen, jij malle dichter, met je verheerlijking, het is pure provocatie en banaliteit. Schamen moet je je.”
Meteen is te denken dat het niet méér dan een beeld van lust is, koud zelfs, onvolledig en in sommige ogen banaal, maar zou het ook niet een hommage kunnen zijn aan liefde, aan onuitroeibare begeerte, vrouwelijke schoonheid, menselijk verlangen, zonder onmiddellijk te denken aan de typische geilheid van mannen, spiedend naar wat ‘hen immer fascineert’? En verandert het oordeel als u weet dat deze kostelijke en zo precieze verbeelding van wie we zelf zijn, gehouwen is uit steen door een vrouw? Ik ontken niet mijn ‘deel in dit, in ons bestaan’, maar verloochen evenmin het realisme van eros, van de schoonheid, de bewondering, de verleidelijkheid, de geestigheid in dit vakmanschap. Nee, ik plaats seks niet op een voetstuk, schijn bedriegt. (We ‘moeten’ het niet verwarren met seks en erotiek in het privéleven waar de beleving strikt vertrouwelijk is, maar schilderijen en objecten behoren tot het publieke leven – en het gaat ook niet om de vraag of het midden in de stad moet mogen staan. Het gaat denk ik om de vraag of het ‘weerzinwekkend’ is dit te tonen, als een ‘zondige’ gedachte of intentie, als een element dat we moeten onderdrukken, “terwijl we weten hoe desastreus dat is, dat onderdrukken”, schrijft Miller. Nee, het is geen zonde of schaamte, het hoeft niet te worden beschimpt of bestraft. Lust is wel intens geluk en heeft ook iets van egoïsme, maar staat in de schaduw van onbaatzuchtig
lief te hebben, te delen en te geven, dat schenkt energie, zelfvertrouwen, balans.)
Noemen we dit pornografie, de eeuwigdurende bron waar het om draait en waar bijvoorbeeld Henry Miller, Jacques den Haan en Willem Jan Otten zo prachtig, zo bevragend en taboedoorbrekend over hebben geschreven en die eigenlijk de vaag stelden of obsceniteit wel bestaat, maar geheel en al een eigenschap is van de menselijke geest? Altijd worstelen we met de grens van preutsheid en vrezen we de zwakheid van ons hart. Vrees en wens, zo zijn we en zo zijn we niet. Is het niet de liefde die we in alle grootsheid willen ont-dekken en beleven? Losbandigheid of moedigheid, de hemel of de hel, vertedering of gewelddadigheid aan de moraal? Zetten we een deel van ons in de nacht, in het geheim, terwijl het misschien hetzelfde is waarom kinderen van sprookjes houden? Is het mijn verwerpelijke rariteit de intimiteit te willen tonen, te schenden zelfs, of is het de uitbeelding van onze tijdloze behoefte aan verlokking en verlossing? Zonder blikken of blozen, ik ga er rustig om slapen met de bewegingen van mijn gemoed voor ogen. Is dat niet ook de kunst van het geluk?

[© MN, geschreven tijdens muziek van Eric Satie, “The Early Piano Works”. Sculpture by Francine de Carennac.] (Ik stop voor een aantal dagen vanwege mijn fysieke conditie. I live in troubled times, maar ik stop voordat ik terechtkom, zoals Anthony Mertens zo treffend zegt, 'in een zwenbad vol zelfmedelijden'.)

vrijdag, december 05, 2008


Een prent vertelt het leven (3)

“Waarom toch zulke prenten van droefenis?” Ik ken geen antwoord dat geruststellend kan zijn, ik zie de onoplosbare tragiek en wil haar tonen, mogelijk omdat het tegendeel zo machtig lijkt en we niet willen dat het bestaat. Iedereen laat wel eens een traan, van binnen of van buiten, maar dit schrikachtige isolement, deze eenzaamheid die met kreten snijdt, dit realisme van de wanhoop, van de uitputting, noemen we in ons hollend bestaan ‘triest’ en laten we weerloos achter. Heeft zij een oor voor troost, laat zij zich tillen naar een omhelzing van nabijheid, kunnen we haar leven nog lezen, voelen we de betekenissen van al haar naakte geklad? Hebben we nog uitzichten in ons kleine menselijke vermogen? Ik herinner me de zuster vlakbij mijn gezicht, “Ik blijf bij u, wat er ook gebeurt, ik verlaat u niet.” Het is bijna vier jaar geleden maar onvergetelijk, weldadig; het was wellicht haar taak, maar een morele plicht kunnen we het niet noemen. Een moreel appèl.

[© MN. De foto, “Lost dreams”, is van Kees Terberg.]

woensdag, december 03, 2008


Het moederschap overleeft

Mijn hart als jouw hemel, geen wonder
dat je elk jaar op een vast tijdstip verschijnt
als een heldere ster aan de hemel buiten mij.

Al zo lang geleden ben je in slaap gevallen, zonder
afscheid was je bij het einde en nu reis ik naar jou,
kom ik zo weer terug bij het begin?

Deze zomer was ik met je dochter bij het versleten
graf. We plaatsten er een beeld van haar hand
en legden er rozen neer, de rozen van ons kloppend hart

bij jou die ons het leven schonk, als een herinnering
aan de omhelzing van weerzien en verlangen, - al
is de werkelijkheid ook weer anders

want ik herinner me Nietzsche’s geprevel,
“voor stenen is horen en zien er niet bij. Toch
snikken ze zachtjes. Denk aan mij. Denk aan mij.”

We verbinden ons even opnieuw aan al die momenten
van blijheid en verdrietigheid van jouw leven, jij
die in ons woont zoals wij in ons lichaam wonen.


[© MN. In Memoriam Mimi Nuy-Sterenberg, 13 mei 1923 – 3 december 1972. Beeld van verharde textiel, van Erna, mijn tweelingzus.
Het citaat van Nietzsche is afkomstig uit “Nietzsche’s tranen” van Irvin D. Yalom]