Pagina's

zondag, oktober 31, 2010

A sunday afternoon

All that traffic passing my window,
I take a cigarette, drinking coffee,
time passes away while I wait

and dwelling on memories, knowing
I have had my time; I’m alone and
time passes away.

I’m growing older, life goes fast
and suddenly you have had your time,
this hits me with sadness.

[© MN, ‘Once it shall be the last sunday’. Photo: “The time of contemplation” by Joseph Hattenberger.]

vrijdag, oktober 29, 2010


Mijn hart is mijn huis
Soms ben ik sprakeloos, als met stomheid geslagen

Terwijl ik hier zit te nietsnutten
alsof mijn wereld stilstaat,
maait zij de spinnenwebben weg; -

maar de aarde beweegt en
ik kijk vol verwondering naar de
schoonheid van haar gemakkelijke bewegen.

Ik vertoef in de wereld van mijn dromen,
vergeet alle schaafwonden van mijn hart,
ach, vergeef mijn eigenzinnigheid,

soms zijn het mijn tranen, dat ik de lieflijke
paardenwei niet meer kan bereiken, maar ik zie
het licht in de hemel, buiten roepen de merels

dat ik de zwijgende getuige ben
van al je lankmoedigheid, ik laat je graag
wonen in ’t huis van mijn vriendschappen.

[© MN, ‘De man en zijn ziel’. En voor ‘mijn vriendschappen’ heb ik geen telraam nodig hoor; ik leef onder de zwarte schaduw van een liefde en – naar Paul Celan – “worstel met hemel en afgronden”. Afbeelding: “A human heart” by H. Hesam.]

maandag, oktober 25, 2010


Meditatie XXX
Leven in de stroom van het worden


De echte nacht is weer voorbij, - de nacht in de geest ook? En “elke dag is een deur om opnieuw te openen”, schreef een vriendin. Ondanks alles wil ik dat maar wat graag – want ik ben hier, zoals ieder ander, weliswaar ongevraagd ter aarde gebracht, maar nu ik er eenmaal ben, wil ik ook niet meer weg.

Ergens in dat alledaagse leven, waarin de uren onhoorbaar in onze gedachten en verlangens verstrijken, ligt iets voor ons neergelegd dat te omarmen is als geluk, als welbehagen, iets dat een glimlach ontlokt. Moeten we niet al onze zintuigen wakker houden? Wij, gewone mensen zoals we zijn, mannen en vrouwen vol tegenstellingen, die standvastig zijn en wispelturig, sterk en zwak, eerbiedwaardig en eerloos.
Ga mee in dat alledaagse, ga mee met jezelf in openheid, in een onbevangen vertrouwen, geen mens kán of zál je werkelijk kwaad doen, omdat je dan veilig thuis bent in jezelf.

“Elke dag is een deur …” is denk ik tegelijk een oproep: verbeuzel je dagen niet!

[© MN, in de reeks meditaties. Photo: “Autumn” by Daria Endresen.]

vrijdag, oktober 22, 2010


Zo willen we leven

Willen we niet allemaal zo leven, evenwichtig en diep geworteld, om het even misschien van welke boom, een wilg of een catalpa, beide met zo’n enorme bladerkroon, een eik of van een beuk, zijn bast bedekt met mos, weelderig gebladerte. Ja, van een beuk, een boom vol emotie. Daarginds bij het Ossenpad staan ze, ja, ze zetten de hemel in vuur en vlam, zoals ik gisteren aan het eind van de dag.
“Alles is goed. De verdeling van de eiwitten – en nog wat stoffen die ik niet heb onthouden – in het bloed is zoals het hoort. Er is niets dat verwijst naar een opvlamming van kankercellen”, zei ze, en, al zat ik stijf van de pijn in mijn ‘di cabrio’, van binnen ontvlamde ik van geluk.

Sommigen die het kunnen weten omdat ze het zelf hebben meegemaakt, zaaien in liefde nog enige onzekerheid, een bedenking, “want is een petscan dan niet nodig? Vertrouwen ze bij jullie enkel op urine en bloed?” Ik weet het niet, wel dat ze de bepalingen nog voorlegt aan de oncoloog, maar die is met vakantie.
Nou ja, ik ben gewend te wachten.

[© MN, ‘Een man geworteld in zijn leven’, met dank voor al het warmhartige meeleven. Photo: “For you” by Tommy Ingberg.]

dinsdag, oktober 19, 2010

Een meeuw in de wind, de snavel naar de zee
Zoals een steen lijk ik op aarde

Wat ik nu besef, geldt voor heden, maar
elke dag zoekt zijn eigen antwoord, in die wind
voegt het leven zich naar mij.

De dichter wil kunnen veranderen,
buigzaam zijn in de tijd en
niet verstarren tot een dood monument.

Ik ben het onontwijkbare wachten moe,
“je lijkt wel een reiziger die bij een halte zit zonder
te weten dat die lijn al lang is opgeheven.”

Behalve hier leef ik in een bed van zachtmoed
en volg de stroom van vriendschap, zo blijf
ik lenig en word misschien wat sterker dan ik denk.

[© MN, ‘Een man in geloof, hoop en liefde’, met een citaat van Tamaro. Photo: “The seagulls dance” by Mustafa Turk.
Update: it's seven days later and after seven in the evening, I'm still waiting for the results of the research!]

zondag, oktober 17, 2010


Er is enkel dit leven

Al dagen in spanning over de uitslag over wat iemand in het lab aantreft in een alledaags plasje en wat bloed. Twee buisjes waren voldoende. De uitslag bestaat uit enkele abstracte gegevens over de verdeling van eiwitten, maar het is toevallig wel mijn vonnis.
Zal ik dan eindelijk eens een keer het goede lot trekken of stort ik als een kaartenhuis in elkaar? Ik heb al wel wat veldslagen gewonnen, maar misschien heeft de kanker toch het laatste woord. Als dan alles voorbij is straks, is er niets meer. Ik denk niet dat er nog een andere lichtruimte te doorkruisen zal zijn, nee, er is enkel dit leven.
Leven is doodgaan. Dat beseft Luckas Vander Taelen ook die een ontroerend boekje schreef, een boekje als een monument, “Waar ben je nu?”, over het sterven van zijn 51-jarige zus Anna, die nog haren had als om door de wind te lopen maar tegelijk vel over been en die nergens meer op reageerde. Een enkele hartslag scheidde haar van de geboorte van de dood, - of moest Luckas toch nog zijn euthanasiegelofte nakomen?

Ik wacht wel, dat ben ik gewend. Het is zaterdagavond. Mijn huisarts zei me uiterlijk dinsdag te bellen. Is dat geen moment om aan te komen? Wanneer ze zegt dat het haar beter lijkt een afspraak te maken met de oncoloog, weet ik wel hoe laat het is. Dan zijn de eiwitten slecht verdeeld. Ik zal wachten en wel horen of ik moet gaan.
Kon ik mijn zus maar even bellen, maar die komt ook al nooit meer thuis. Het leven is nooit zo lang als je denkt. Een vingerknip, halsoverkop en het is anders.

[© MN, ‘Mijn ziel als archief’. Eigen foto, mijn Benedictus.]

vrijdag, oktober 15, 2010


Meditatie XXIX
De innerlijke dialoog is als luisteren naar je eigen gebed

Toen ik vanmorgen wakker werd en zag dat het weer zo’n mooie herfstochtend was, dacht ik eraan dat oktober de maand van het zichtbare versterven is, te zien in het geleidelijke verkleuren en trage verlies van het blad, net zo lang totdat de bomen, elk soort in eigen tempo, even weer in hun naakte, kwetsbare oorsprong zijn, een stam en kale rillende takken.

Laat het de morgen zijn voor het behoud van het geloof in onze moed en wilskracht, laat in ons versterven wat blokkeert (misschien ontdekken we nog een onbekend deel van ons om te leren kennen) zodat we het leven met een eigen oorspronkelijke rijpheid tegemoet kunnen gaan. We zien het gebeuren, pluk het en druk het aan je hart, wetend dat gebeurt wat gebeuren moet.


[© MN, in de reeks meditaties. Photo: “Meditation” by Sauco.]

dinsdag, oktober 12, 2010


Meditatie XXVIII
Herfsttij in het menselijk bestaan

Goedemorgen.
Pas geleden vertelde Ethel me een mooie omkering van emoties. Ze heeft een tijdlang haar vriend Harry zo gemist dat ze na haar werk tot niets meer kwam en ze vond dat het zó niet langer kon doorgaan. “Weet je, dat langdurige gevecht met die tranen bracht me toch tot een inzicht. Ik dacht, keer nu alles eens om. Zo werd het missen van Harry een herinneren, dat gaf ook een wending aan het gevecht ermee, dat is aan het kantelen naar aanvaarding. En dat ik alles desondanks moet volhouden, betekent dat ik moet léven.”

Deze anekdote van het afscheid is voor iedereen herkenbaar. Aan afscheid nemen is niet te ontkomen, het begint al als we er nog geen lor van snappen. Soms doemt het weer voor me op en voel ik de heimwee, de heimwee die huist in de ondoorgrondelijkheid van het bestaan. Dat alles moet verdwijnen waar je zo van houdt.
En ik, ik ben zo halsstarrig gehecht aan het leven, aan mijn habitat.

Het is zo levenseigen, er is niets dat we voor altijd kunnen vasthouden. Alles in dit leven is maar voor eventjes.

[© MN, in de reeks meditaties, bij de afbeelding ‘Figuren’, toegeschreven aan Jan Toorop. En intussen lees ik in kleine porties het prachtige vervolg op ‘De stem van je hart’, maar nu vanuit het perspectief van de naar Amerika vertrokken kleindochter, Martha (de dochter van de al vroeg overleden Ilaria), een belevenis om te lezen. Ja, ook een Poema-pocket van Susanna Tamaro, ‘Luister naar je stem’. Een aanrader, om vrijwel dezelfde reden zoals ik 30 augustus schreef over die eerste uitgave.]

vrijdag, oktober 08, 2010


Het roer moet andermaal om

Het is laat in de nacht, half vijf (of vroeg in de morgen? Nee, er is nog niets van morgenstond te bekennen), wat een zalige rust als de meerderheid nog buiten westen ligt en mijn zoon en zijn lief in the middle of nowhere 250 kranten rondbrengen. Een paar uurtjes verder en al die anderen staan goed geluimd naast hun bed, verzorgen zich, zitten aan een vlotwegontbijt en razen langs de weg.
Al snel voel ik hoe de dag ervoor staat. Meestal is het knudde, maar vandaag wordt ’t anders. ‘Wat me toch te doen zou staan’?

Terugkeren naar het hol van de leeuw en me laten controleren op mogelijk hernieuwde tumorgroei, dat zou immers een deel van die barre pijn kunnen verklaren, maar dat schoof ik, me verschuilend achter angst en onrust, almaar voor me uit. Enkele dagen geleden heb ik dat besluit genomen en ook meteen mijn arts gebeld. Het is toch onmogelijk mezelf nodeloos in een wachtkamer vast te houden alsof ik bestaansloos ben en, erger, anderen voor een blok van onmacht te zetten (terwijl zij, terecht, hermetisch zichzelf blijven)!? Hoe meer uren er nu verstrijken, hoe meer zekerheid ik voel dat het wijs is dit te doen. Gaat daar nu een geruststellend effect van uit zodat de pijn wat draaglijker is? Nee, niet nu ’t er om spant.
Ik wil léven buiten deze vervreemdende situatie. Ik wil niet langer gedrukt staan in het zwarte stempel van abnormaliteit, weg van deze onduldbare weelde.

[© MN, ‘De man en zijn ongeruste ziel’. Collage van ansichtkaarten van de Mondiale Mobiele Expositie Show Your Hope. Zie
www.80questiones.net.]

donderdag, oktober 07, 2010

Neem het niet te tragisch op

Er is een diep gelegen herhalende angst
die mijn bestaan omzwachtelt
alsof het lichaam al is afgelegd.

Ik ben geen St. Juliaan,
onbevreesd van hart en geest en toch
een strijder tegen wat me te na bedreigt.

Zie, dit is wat pijn kan doen,
folterend een ziel die zingt als Dietrich,
“Ich bin vom Kopf bis Fusz auf Liebe eingestellt.”

Bewapend met medicatie en harde wil en
soms als troost een kleine zelfliefde,
maar als niets dan soelaas biedt -

(hij lag als een weggedommelde duim
in de warme plooi van mijn leven, soms
richt hij zich op, zijn kop glanst en is van harde wil) -

wat staat me dan toch te doen? Opstaan,
en weglopen van hier. Naïeve jongen,
waarheen ik ga, daar ben ik toch. Tot in het graf.

Ik leef in ’t maanlicht van mijn bestaan.
maar las gelukkig bij Jacques Prévert,
dat het maanlicht wel een oogje in ’t zeil houdt.


[© MN. Ondertussen gaat het leven voorbij. Steeds sneller. St. Juliaan, beschermheilige van de daklozen, verwijst naar de verhalenserie – gebaseerd op Gustave Flaubert – in een reeks hier gepubliceerde krantedities. “De mooiste van Prévert”, Lannoo/Atlas, 2006.
En: moet ik delen van mijn leven verbergen? Ik leef toch het héle leven, ’t doodgewone menselijke leven!?Het is een metafoor: het bekrachtigt mijn autonomie. Photo “Every f*cking second” by Esther S.]

zondag, oktober 03, 2010


In de verwarring

Gisteren luidden de doodsklokken weer.
Ik wist voor wie, hij woonde pal voor de paardenwei.
Je moest elkaar kennen en dat was niet zo,
vandaar dat kleine gewoontegroetje.

Nu ligt hij amper 1000 meter verder.
Zand erover. Zo loopt het af met ons lijden.
Het bracht me in verwarring, mijn geest
een eindeloos deinende zee, hij blaast waarheen hij wil,

als de wind. En plots dacht ik aan een regel van Goethe:
“Wij zijn onze eigen demonen, wij jagen onszelf
het paradijs uit.”

[© MN. ‘Mijn demonen’. (Eigen foto.)]

vrijdag, oktober 01, 2010



De hel in Dante’s fantasie
Het Inferno, de hel. Het (ultieme) kwaad


Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. En het bleef muisstil …. Zelfs hij die een deugdzaam leven leidde, maar slechts geen gelovige was, heette al een zondaar.
Ja, wanneer je leest over deze verschrikkelijke hel en kijkt naar die zo expliciete gravures van Doré, kan ik me Dante’s aarzeling en ontzetting goed voorstellen en zo treffend als Juke Hudig hem portretteert, ‘overmeesterd door verwarring en verdriet’.
Dante Alighieri stelt zich de hel voor als een soort trechter die meteen onder het aardoppervlak breed begint en dan toeloopt naar het ijskoude middelpunt van de aarde, daar waar Lucifer zetelt, de keizer van het rijk der smarten, “da mezzo il petto uscìa fuor de la ghiacia” (vanaf de helft der borst het ijs ontstijgend). Lucifer belichaamt de onwetendheid, de onmacht en de haat.
De deugdzame van goddelijke liefde verstoken Vergilius is hem tot vriend en rede. In die hel dalen zij af, komen ze steeds grotere zondaars tegen en aanschouwen ze de meest gruwelijke taferelen. Aan iedere ‘onzuivere ziel’ is wel gedacht.

De 1ste kring is het limbo of voorgeborchte van de hel waar zich de deugdzame ongedoopten en de heidenen bevinden, zoals de Romeinse dichter Publius Vergilius Maro. Het zijn er velen maar ze worden niet actief gestraft.
De 2de kring vormt het verblijf voor de wellustigen. Er woedt een eeuwige storm die de zielen voortblaast van hen die hun erotische verlangens niet wisten te beheersen.
In de 3de kring vertoeven de vraatzuchtigen. Het regent hier eeuwig en de zondaars worden bewaakt en gemarteld door de hellehond Cerberus. Hij scheurt de zondaars uiteen.
In de 4de kring duwen de hebzuchtigen en verkwisters loodzware lasten zinloos heen en weer.
In de 5de kring vertoeven de wraakzuchtigen. In de moerassige Styx bevechten de agressievelingen elkaar tot in eeuwigheid. De wrokkigen liggen onder water.
In de 6de kring, de stad van Dis, ‘wonen’ de ketters.
De 7de kring herbergt geweldplegers, ook zelfmoordenaars en godslasteraars. Hier is de bloedrivier, de Phlegerton, waarin zij als schimmen koken en gemarteld worden door Centauren zodra zij zich hoger uit de golven verheffen dan hun schuld toelaat. De zelfmoordenaars zijn in het woud der smarten. Als Dante van een van de bomen een twijgje afbreekt, begint de stam te bloeden. “Wij waren mensen en nu zijn we tronken.”
De 8ste kring is voor allerlei soorten bedriegers, zoals verleiders en koppelaars, heksen en zieners, corrupte politici en ambtenaren, huichelaars en dieven, voor kwade raadgevers en vervalsers. Niemand ontspringt de dans. Hier zwemt het monster Geryon. Het asgrauwe land heet Malebolge.
De 9de kring, de hier getoonde, helemaal beneden: de verraders. Dante en Vergilius ontmoeten de duivel in eigen persoon, ook weer zo’n afgrijselijke fantasie. Hij, de Satan, heeft drie muilen waarmee hij drie verraders tegelijk verslindt.

[© MN. Een impressie van de hel van Dante. Afbeelding: Paul Gustave Doré (1832-1883): Dante et Vergilius dans le neuvième cercle de l'enfer. Het is de enige gravure in kleur die ik heb kunnen vinden, de meeste zijn zwart-wit, ook in mijn uitgave van de Commedia, overigens buitengewoon knap en indringend werk.]