
Aan de oever van mijn bewustzijn ….
…. is een kostbare gedachte aangespoeld. Ik dacht even aan de titel”Luister naar de stem van je hart” van Susanna Tamaro. Mijn innerlijke rebel die er genoeg van heeft dof en passief te wachten op verandering, ‘neem het heft in handen’. Ik dacht ook aan het woord boeddha dat ‘wakker’ betekent. Verlaat het spoor van pijn, van stilte en verwarring. Ontwaak!
Hoewel ons huis nog niet is verkocht, heb ik een en ander zo kunnen regelen dat ik het wachthuis kan verlaten en nog voor de kerst dit jaar zal zijn verhuisd naar de stad waar ik indirect op 21 juni een gedicht over schreef.
In die stad staat een appartementengebouw dat onder Woonzorg valt, Trommelslag heet en gelegen is aan de H. Marsmanstraat. Toen ik daar was, dacht ik meteen, dat áls ik daar misschien ooit zou komen te wonen, ik het bestuur zou vragen de naam Trommelslag te wijzigen in Tromgeroffel. Daarover gaat dat gedicht, precies zeventig jaar na zijn dood.
Aangezien het huis nog almaar te koop staat – en ik me liet vertellen dat het na meer dan twee jaar in vakkringen een ‘besmet huis’ wordt genoemd oftewel ‘daar is iets mee’ (ja, de zeer drukke weg) – en ik vaak de gedachte, nee sterker, de angst heb gehad dat het voor mij te laat zou worden, ben ik nu diep in vervoering over deze gelukkige wending van het lot.
Het is een heel overzichtelijk appartement aan de oostkant van het gebouw, gelegen op de 6de verdieping met een blijvend schitterend uitzicht over een natuurpark. Ik zag het in het prachtige herfstlicht afgelopen zondag en door de berkenbomen – “wier schemerende skeletten behangen zijn met dunne gouden munten” - zie je momenteel al een reusachtige vijver die in de zomer aan het oog onttrokken zal zijn. Er is géén verkeersgeluid. Vogelgefluit en misschien een zacht briesje zullen mij het meest nabij zijn, evenals een lieve vriendin aan de westzijde, meteen tegenover mij.
Wat Carl Jung ‘de schepping van onze nacht’ noemt, de droom, wordt bewaarheid, - ‘die schepping is vluchtig, verschietend zelfs’, schrijft hij. Máár, of beter gezegd, dat blijkt, want het gaat niet door. Juist die volgende ochtend, dat de huismeester, die er al van wist, en nu preciezer zou worden ingelicht, is er door iemand anders een onomkeerbare keuze gemaakt. Terwijl de man bij voorkeur lager wilde wonen, wilde zijn vrouw de 6de en zo geschiedde.
Ik ben beklemd geraakt, me bewust van een dilemma, juist nu ik me innerlijk zo opgelucht voelde over dat het eens echt meezat, dat 183 het wás hoewel ik nog een lichte aarzeling bespeurde omdat het er volkomen stil zou zijn, plotseling na deze hyperactieve Ringallee waar ik de winter niet wil doorbrengen maar ook niet voor op de vlucht mag of wil, maar wat overheersend was, was dat het echt eens meezat en dat blijkt plotseling doormidden gescheurd. Een moeras. Die huismeester kan er niets aan doen, maar wanneer hij dit zou lezen ... nee, ook dan zal de gemaakte keuze vandaag onherroepelijk zijn. Soms denk ik werkelijk een spoor van teleurstellingen te volgen, of dramatiseer ik dan die aanvankelijk zo gelukkige inval die in een blozende onbevangenheid het diep verborgen deurtje van mijn ziel achter zich dichttrok.
Jung zegt, “( ) … tracht uw houding weer in overeenstemming te brengen met uw diepste wezensgeaardheid.” Geen geringe opgave nu, - toch ontstaat er na anderhalf etmaal een zekere berusting. De winter dus hier!? Na een beroerde nacht ging ik eens na welke delen uit de privé domeinreeks ik nog graag zou willen. Het zijn er zeven. Wil ik me daarmee troosten? Hoe zit het dan met mijn spaarengel? Het woord trekt m’n geheugen open, naar een winter die ik vele jaren geleden ook alleen doorbracht en een affaire had met Magda, dáár is die spaarengel gebleven.
Dagen later ben ik opnieuw in Trommelslag want er zijn nóg drie appartementen vrij, één aan de oostkant en twee aan de westkant.
Ik ben vandaag tweemaal op de 3de verdieping aan de oostkant geweest. Enige zelfs visuele hinder van het dwarsgebouw van drie hoog is te verwaarlozen. Er is volop zicht, over een boom heen (die op de 2de verdieping, waar er ook een vrij blijkt, pal voor je neus staat en in de zomer je het zicht op de rest ontneemt), … dus over een boom heen naar de grote vijver waar in de zomer Schotse Hooglanders tot hun middel in staan. Geen lawaai van wat ook, hetgeen aan de westkant onophoudelijk wel het geval is en 's morgens om vijf al begint.
De westkant kan geen keus voor mij zijn. Het uitzicht is wel mooi, veel siennakleurige bomen. De wolken vormen een landschap apart. Recht voor me is het alsof in de verte de alpentoppen te zien zijn, links zie je geel, grijs, witte randen en hemelsblauw, van daaruit een ribbenkast. Het verandert per minuut, dit mysterie, - want even later is al het wit veranderd in puur oranje. De lucht rechts is net een aquarel.
Het appartement op de 3de etage voelt goed, het past als een tweede huid.
Terug in Rozendaal. Het maakt me wat nerveus, deze plotselinge hoogstwaarschijnlijke kanteling. Veel objecten van woonzorg zijn kleiner en hebben als sprekend voorbeeld daarvan een vierkant hangbalkon voor een konijnenhok.
De abdij is vlakbij.
Is het keus of vlucht? Ik heb het vaak gehad over ‘de wachtkamer’ en de vicieuze cirkel, maar nu kan ik mijn leefsituatie fundamenteel veranderen. Een week bedenktijd. ‘Ja’!
Het is koud en guur herfstweer. Dit is het weer van het gedicht “De bronzen ruiter” van de grote Russische dichter Alexander Poesjkin, over het beeld in St. Petersburg … “Het is november en het dondert”, ruig weer, de Neva stroomt over en de stad staat blank.
[© MN, ‘Een (aanvankelijk) zielsgelukkig man’, met een regel van Hans Andreus. Carl C. Jung, “De mens op weg naar zelfontdekking.” Oorspronkelijke titel luidt: L’homme à la découverte de son āme, veel mooier toch!? Alexander Poesjkin, 1799 – 1837. 't Zal van beide wel iets hebben, keus en vlucht, maar soms is het goed te vluchten. Hier raakte ik telkens de rand van een depressie. Photo: “Contrasts” by Charlie Packard.]