
Woestijnen en oases
Ieders leven kent een grens tussen twee belangrijke stadia: het verleden waarin men is gevormd om deze grens te bereiken en toekomst waarin men hoopt te realiseren dat dit alles terecht is geweest. Ik heb die grens pas laat bereikt. Het betekende niet dat er een grens was aangebroken van oogsten, maar van ontdekken hoe ik mij werkelijk verhoud tot de wereld om mij heen.
Ieders leven kent woestijnen en oases. Wat mij onophoudelijk raakt, is dat in het bestaan van thuislozen bijna voortdurend sprake is van eenzaamheid, een vloek, een verlatenheid, - aldoor aan de rand van de armoede. Sommigen lukt het zich te bevrijden uit het isolement, anderen moeten leven in zichzelf als in een woestijn. Hun bestaan, een vorm van menselijk lijden, is een roep naar de samenleving en een goede samenleving zal zich willen verweren tegen dit lijden. Hier, en dan in het bijzonder naar thuislozen, refereer ik aan die (behoeftige) strofe uit een gedicht van Rutger Kopland: ‘() …. het geluk moet ergens en ooit zijn omdat wij ons dit herinneren en dit ons.’
[Ik schrijf met opzet maar eens enkele korte stukjes. Kopland schreef dit gedicht met de hand van R. van den Hoofdakker, ongeveer tien jaar geleden in De biologie van het geluk. Het was zijn afscheidscollege als hoogleraar psychiatrie. Deze ene regel heb ik altijd bewaard. De afbeelding, “Memories” is van C. Mandt (2005), uiteindelijk ervoor gekozen omdat herinneringen vervagen, vertekenen, beschadigd zijn, verloren gaan, zoals Kertész schreef, dat hun verhalen de betekenis verliezen.]
Ieders leven kent een grens tussen twee belangrijke stadia: het verleden waarin men is gevormd om deze grens te bereiken en toekomst waarin men hoopt te realiseren dat dit alles terecht is geweest. Ik heb die grens pas laat bereikt. Het betekende niet dat er een grens was aangebroken van oogsten, maar van ontdekken hoe ik mij werkelijk verhoud tot de wereld om mij heen.
Ieders leven kent woestijnen en oases. Wat mij onophoudelijk raakt, is dat in het bestaan van thuislozen bijna voortdurend sprake is van eenzaamheid, een vloek, een verlatenheid, - aldoor aan de rand van de armoede. Sommigen lukt het zich te bevrijden uit het isolement, anderen moeten leven in zichzelf als in een woestijn. Hun bestaan, een vorm van menselijk lijden, is een roep naar de samenleving en een goede samenleving zal zich willen verweren tegen dit lijden. Hier, en dan in het bijzonder naar thuislozen, refereer ik aan die (behoeftige) strofe uit een gedicht van Rutger Kopland: ‘() …. het geluk moet ergens en ooit zijn omdat wij ons dit herinneren en dit ons.’
[Ik schrijf met opzet maar eens enkele korte stukjes. Kopland schreef dit gedicht met de hand van R. van den Hoofdakker, ongeveer tien jaar geleden in De biologie van het geluk. Het was zijn afscheidscollege als hoogleraar psychiatrie. Deze ene regel heb ik altijd bewaard. De afbeelding, “Memories” is van C. Mandt (2005), uiteindelijk ervoor gekozen omdat herinneringen vervagen, vertekenen, beschadigd zijn, verloren gaan, zoals Kertész schreef, dat hun verhalen de betekenis verliezen.]
14 opmerkingen:
Thuisloos,daar versta ik ook mensen onder die wel een dak heben ,maar niet kunnen aarden, of veel hulp nodig hebben om zich te kunnen handhaven.
Een mooie regel. Gek is dat, dat sommige zinnen in je hoofd blijven haken.
Ik moet er even aan wennen dat je zo kort was vandaag. ;-)
Dat is mogelijk Feex; weet je dat naar schatting 500.000 mensen in een sociaal isolement leven? Een dramatisch aantal. Thuis, alsof ze de gordijnen voorgoed gesloten hebben - een vorm van verborgen thuisloosheid.
Soms spreekt men van dak- en thuislozen, soms alleen van daklozen of zwervers of passanten; soms heb ik het nadrukkelijk over zwervenden, maar de hele 'groep' duid ik aan als thuisloos.
Ik probeer even wat korter te blijven Gerhard. ;-)
Ooit las ik : 'Huizen treft men overal. Een thuis vindt men zelden.' Het is me altijd bijgebleven.
Een chronisch probleem.
Eenzaamheid en depressie hand in hand.
Zo houdt het elkaar in stand..
Ooit was er geluk
toen en nu
straks en later
voor ieder
individu
Wat herinner ik mij?
Was het geluk
was het ellende?
was ik geboeid
of was ik vrij?
500.000 eenzame mensen , dat is heel veel , teveel !!
Ik was eerst in de veronderstelling dat je het zelf geschreven had. Geweldig geschreven en ow zo waar. En ieder mens dat eenzaam is, is een mens te veel.
Nog even de aardgeest : zoveel wijsheid en dat hij ziel en hart verbindt met aarde vind ik zo mooi.
En dan over : woestijnen en oases. Met die grens ben ik (nog) niet helemaal mee, ik denk dat ik wel enigszins begrijp wat je bedoelt, maar zelf zit ik precies meer op een continuüm van blijvende vorming en vorm trachten te geven. Het aspect van ontdekken hoe je je verhoudt tot de wereld, snap ik beter, al lijkt me dat toch ook iets waarin je blijvend verandert en groeit ? al ligt de kern uiteraard wel vast.
Dit is voor mij heel herkenbaar. Mooi opgeschreven.
Carpe Diem
Natasza
@ Redstar: dat klopt, ik schrijf alles zélf, behalve wanneer ik iemand citeer.
Verwarring
ik was eerst daar
en hoorde daar ook
later kwam ik hier
maar ik hoorde nog daar
en niet hier
nu ben ik nog steeds hier
maar ik hoor hier nog steeds niet
maar daar ook niet meer
tussen twee plaatsen in
ik heb een huis
maar ik ben
thuisloos
© sem
Dank je wel Marius... ook ik heb die grens pas héél laat in mijn leven ontdekt, dus ik begrijp - denk ik - wat je bedoelt.
Dat gedicht van Kopland hangt hier tegen mijn raam. (http://www.plint.nl) Prachtig. Die regel die je aanhaalt treft mij ook het meest, de essentie.
Kortere stukjes zijn welkom als je dagelijks ongeveer tweehonderd blogs moet lezen.
Een reactie posten