
Een gedicht dat plots ophoudt
Ik ben de man met de vogelkop,
een sombere man sinds die vier schroeven.
Veel gelachen heb ik niet meer
en na die bliksem in de hersens
werd het nog moeilijker, meer pijn en
vooral zo angstig, dan ligt hij te bed met spookbeelden
waarover hij de lippen opeen houdt, die visioenen
hebben een dwarse maat, passen niet in zijn poëzie
want de man is een verwaande dichter,
al krijgt hij nooit een prijs en Komrij’s Godsbeeld
zou hem kleiner maken dan hij zich voorstelt,
‘een geval van psychiatrische verbeelding’, -
wat er zich allemaal niet afspeelt in die vogelkop,
daar lusten de honden geen brood van,
het is maar goed dat de man zwijgt, -
behalve over het kleine geluk, ik houd zo
van veel mensen en terwijl ik niets te bieden heb
word ik als het ware met goud gewassen, de warme steun.
Ik ben de man met de vogelkop en zo ik
geworden ben, valt me niet licht mee te leven.
[© MN, ‘De man en zijn ziel’, met een foto van Remus Tiplea. Er stonden eerst nog een paar regels, ‘dat mijn volle hoofd een handicap is en dat het altijd vloed is’, maar toen hoorde ik een prachtig gedicht van onze Dichter des Vaderlands en daar kwamen ze verdorie ongeveer hetzelfde in voor, in ‘Uit nutteloze noodzaak’, zoiets wil ik toch echt niet.]
Ik ben de man met de vogelkop,
een sombere man sinds die vier schroeven.
Veel gelachen heb ik niet meer
en na die bliksem in de hersens
werd het nog moeilijker, meer pijn en
vooral zo angstig, dan ligt hij te bed met spookbeelden
waarover hij de lippen opeen houdt, die visioenen
hebben een dwarse maat, passen niet in zijn poëzie
want de man is een verwaande dichter,
al krijgt hij nooit een prijs en Komrij’s Godsbeeld
zou hem kleiner maken dan hij zich voorstelt,
‘een geval van psychiatrische verbeelding’, -
wat er zich allemaal niet afspeelt in die vogelkop,
daar lusten de honden geen brood van,
het is maar goed dat de man zwijgt, -
behalve over het kleine geluk, ik houd zo
van veel mensen en terwijl ik niets te bieden heb
word ik als het ware met goud gewassen, de warme steun.
Ik ben de man met de vogelkop en zo ik
geworden ben, valt me niet licht mee te leven.
[© MN, ‘De man en zijn ziel’, met een foto van Remus Tiplea. Er stonden eerst nog een paar regels, ‘dat mijn volle hoofd een handicap is en dat het altijd vloed is’, maar toen hoorde ik een prachtig gedicht van onze Dichter des Vaderlands en daar kwamen ze verdorie ongeveer hetzelfde in voor, in ‘Uit nutteloze noodzaak’, zoiets wil ik toch echt niet.]
5 opmerkingen:
Of was het zwarte sjabloon als een rustig gedekte tafel toch mooier, plezieriger om te lezen?
Grappig, dat ik dit nu pas van je lees! Ik kwam er letterlijk even voor terug om nog eens te kijken..
De rustig gedekte tafel voelde bij jou soms erg somber aan, dit "onrustiger" tafelkleed geeft wat meer positieve spanning. Iets meer moeite moeten doen om "je" te lezen vind ik persoonlijk een extraatje.
Maar je weet dat je eigen gevoel het belangrijkst is; 10 mensen 10 verschillende meningen.
moet nu weer denken aan m'n liedje van gister #keklog, we're only the ones we love..
Walter zegt het al. Daarbij komt dat ik het een schitterend mooie achtergrond vind.
de warse maat die zich lang
tussen inslag en schroeven
heeft verschanst
toont zich in volheid
aan het gouden hart
dat de dichter draagt
waarop het -al met al-
niet anders kan
dan weer dansen in de maat
die dichters' ziel verstaat
X
Een reactie posten