Pagina's

maandag, november 08, 2010


Meditatie XXXII
‘Herfsttij van de man met een vogelkop’

Tijdens een hard geruis van windvlagen, scherend en soms wel bonzend langs het glazen dak van het eiland waar ik slaap, dacht ik aan mon ange gardien, de engel, de engel die het bevlogen symbool zal zijn van bescherming, van medeleven, van iets dat roept vanuit een verlangen nabij te zijn, troostend, begeleidend. Alleen en in het donkere huis van de nacht speurde ik onrustig rond me en zuchtte zoals de wind dat deed. De regen ranselde de koepel achterin. Tegen het zwakke licht van enkele lantaarns zag ik de donkergrijze lucht waarin zich nog scherpe zwarte stapelwolken aftekenden. Ze zouden de aarde kunnen verpletteren. Is de engel een beeld in mijzelf of een eeuwenoud beeld uit de hemel? Is de engel een boodschapper uit een schijnwerkelijkheid die ongrijpbaar en vluchtig en wenkend rond het huis spookt en mij allerlei ongerustheden voor de geest doet halen, vragen stelt waarop ik geen antwoord weet, dan de vleugels spreidt en weer verdwijnt? ‘Laat mij het onmogelijke leven maar leren leven’, dat is de enige vraag die ik heb en wel behouden zal, deze en alle andere nachten en van daaruit wil ik zijn die ik ben geworden, - ook al zoek ik naar nieuwe wegen.
De nacht mint net als ik het licht en dat is doorgebroken, er is een nieuwe dag, een met onveranderlijk zachte taal.

Laten we hopen alles te zien zoals het is, de naakte werkelijkheid onder ogen te zien, - waarbij ik plots denk aan die regel van Lucebert, ‘alles van waarde is weerloos’. Laten we niet onverschillig of ongenaakbaar zijn, maar in vervoering durven raken over wat van waarde is en elkaar niet in de weg staan maar nabij zijn, helpen bij het vinden van goede wegen, al is het vanuit onzekerheid of twijfel – al voelen we ons van binnen soms, in bange tijd, gestold om allerlei ongerustheden, alsof de tijd even niet verstrijkt, maar we worden ouder en onderkennen dat zorgzaamheid zowel nood als deugd is, levenslang.

[© MN, in de reeks meditaties. Of vinden we zachte taal ‘zweverig’, onverstaanbaar? Afbeelding: “Inkeer in herfsttij” van Joo, olie op linnen, 40 x 40. Dank je Jolan.]

17 opmerkingen:

inge zei

dat zorgzaamheid zowel nood als deugd is.. er zouden veel mensen veel baat bij hebben als meer mensen dit eerder zouden onderkennen..

Danny zei

De zachte taal, die van het hart-
dáár gedompeld in tederheid en respect, is een warmste weldaad.

Liefs
Danny

Anoniem zei

"Laat mij het onmogelijke leven maar leren leven’,"

ik las 'het onooglijke leven'
maar daar zit ik fout, natuurlijk.

Uvi

Anoniem zei

http://schrijfscherven.blogspot.com/2010/11/droom-over-een-engel.html
op mijn bewaarblog van Novelle staat mijn ervaring en overpeinzing met een engel die mij bezocht.
mensen die zorg behoeven hebben ook een taak die bitter nodig is. Marius.
vriendelijke groetjes van Novie

Marius zei

Novie, jouw tekst over de engel las ik niet eerder dan zojuist. Ondanks enkele verwante woorden kan ik je zeggen a) zeer precies te zijn zonodig met bronnen en b) [hier nog belangrijker] mijn gedachten erover komen feitelijk rechtstreeks uit een al jaren bestaande correspondentie die wederzijds wordt ondertekend met 'ton ange gardien', vaak vanuit het verlangen troostend nabij te zijn en te zoeken naar nieuwe wegen. Dus, zou het anders zijn, dan zou mijn tekst, om met Uvi te spreken, inderdaad onooglijk zijn.

joo-expo zei

oprechte taal is nooit zweverig.

dank je wel Marius, het is fijn hier te zijn

Anoniem zei

Ik wist toch dat je het niet had gelezen.Nou ja zo had ik het dus niet bedoeld.

Novie

marieke zei

- zorgzaam in lieve nabijheid -

geen nood, geen deugd deze keer, maar pure vreugde
liefs mariek

gerdaYD zei

Alles van waarde is weerloos... maar dat maakt het juist zo waardevol toch? Wat een schitterende taal mocht ik hier proeven, dankjewel, ik wordt hier telkens weer ondergedompeld in schoonheid, begenadigd dichter!

John zei

Engelen leven geen tastbaar bestaan, maar zijn bedenksels als houvast voor mensen die ze nodig hebben.
Wolken die de aarde zouden kunnen verpletteren. Ik zag er vanochtend nog. Alsof ik ze kon aanraken, terug duwen naar waar ze vandaan kwamen.
Zoals ik leef achte menig deskundig persoon als onmogelijk. Het is dus niet onmogelijk maar wel degelijk mogelijk

Lut zei

Engelen hebben bij mij nooit anders dan een positieve connotatie gehad. (Geen onrustbrengers)

En Lucebert (jazeker een groot licht , it.Luce en Germ.bert, 2 x licht las ik nu) 'alles van waarde is weerloos' Maar al te waar.
Je laatste zin telt dubbel , vooral voor wie zelf zorgbehoevend nog de zorgzaamheid betracht voor anderen. In bep. sit. denk ik aan eerder "omgekeerde mantelzorg". Un ange en toute douceur kan dan een zegen zijn. (Is eigenlijk altijd een zegen) (En daarnaast nog de bedenking dat wederzijdse 'mantelzorg' minder energie opslorpt en eerder krachtgevend werkt)

Lut zei

Nog lezend wat Redstar schreef : deskundigen lijken mij soms te weinig fantasie te hebben voor creatieve oplossingen en de werkelijkheid overtreft meestal ver de fantasie, in allerlie opzichten.

Anoniem zei

*knipoog*

Cath*

gerdaYD zei

Voor jou, lieve Marius. Sorry, een beetje lang misschien, maar ik hoop dat het een glimlach op je gezicht toveren mag:

Mon ange gardien m'a dit
Mon ami tu bois trop de whisky
Tu sors trop la nuit
Mon ange gardien me retient
Il veut que je devienne un saint
Et derrière moi
Il me dit tout bas
Jures pas
Joues pas
Bois pas

Mon ange gardien, du corps
Tout d'abord m'a donné des remords
Mais bien plus encore
Mon ange gardien à la fin
M'a donné l'envie de fuir loin
Loin de sa voix
Qui me dit tout bas
Jures pas
Joues pas
Bois pas

Moi en ayant marre un beau soir
Je l'ai traîné dans un bar
Et je l'ai fait boire
Mon ange gardien au matin
Zigzaguais dans le quartier latin
Et derrière moi
Bafouillait tout bas
Jures pas
Joues pas
Bois pas

Mon ange gardien depuis fait la vie
Il rentre vers midi
Je ne dors plus la nuit
Mon ange gardien plein d'entrain
Embrasse les filles de Saint-Germain
Et dans les rues
Il ne me dit plus
Jures pas
Joues pas
Bois pas

Mon ange gardien la nuit
Me poursuit
Et c'est maintenant lui qui
Qui boit mon whisky
Mon ange gardien ce vaut rien
Se conduit comme un galopin
Maintenant c'est moi
Qui lui dis tout bas
Jures pas
Joues pas
Bois pas

Mon ange gardien me prend le volant
Et j'ai une peur bleue
Il grille tous les feux
Mon ange gardien ce vaut rien
M'a fauché une fille que j'aime bien
Et sans émois
Il m'a dis ça va
Jures pas
Joues pas
Râles pas

Mon ange gardien qui perd au poker
Me vends toutes mes affaires
C'est un Lucifer
Mon ange gardien ce vaut rien
A jeté ses ailes dans un coin
Et nous jurons
Et nous jouons
Et nous buvons
Et nous formons
Une bonne paire de joyeux lurons
Mon ange gardien
C'est mon meilleur copain.
© Henri Salvador

ria39 zei

Iedere keer ontdek ik in uw woorden meer zachtheid, hoop maar ook aanvaarding.
Ook al kunnen de nachten onrustig zijn, onze bewaarengel is er steeds. Eigenlijk zijn we nooit alleen.

Zorgzaam zijn met de goede dingen
van het leven, zolang het leven ons gegeven is.
Hoe ouder we worden Marius, hoe beter we dit beseffen.

Dank voor deze innig-mooie meditatie.

ria39

Lut zei

Ter info: voor de liefhebbers van Coelho, titel laatste boek : De beschermengel. (Ik had er wat moeite mee, is in mijn aanvoelen dan wat zweverig ;-)

Lut zei

Ps
Nog wat rustgevende mooie muziek hierbij : http://www.youtube.com/watch?v=jIls-lmjl2E&feature=related