+Michel+de+Montaigne.jpg)
Michel (Eyquem) de Montaigne
Een klein portret ter aanmoediging zijn Essays te lezen
De beroemde Essays van De Montaigne, eerst alleen verkrijgbaar in een gebonden dure editie, maar nu ook kwalitatief goed ingenaaid en vijftien euro goedkoper, in een grandioze, sublieme vertaling van Hans van Pinxteren. Een dijk van een boek, bijna 1600 pagina’s. Hoewel ik pas 900 pagina’s heb gelezen, maak ik toch reeds een voorzichtige schets van zijn werk en persoon, deels ontleend aan het nawoord van de vertaler, opdat anderen zijn naam noteren en het in de boekhandel minstens ter overweging in de hand nemen. Het is weliswaar een ‘zwaarlijvig’ boek – mooier was wanneer het in drie banden was verschenen -, maar de verhandelingen, de betogen en reflecties zijn steeds relatief kort van omvang zodat je er ruim de tijd voor kunt nemen en ook gerust ander werk ertussendoor kunt lezen zonder enig spoor bijster te raken. Al die beargumenteerde overpeinzingen zijn geschreven in een fraaie en alledaagse maar inspirerende stijl, heel direct en nimmer gewichtig of ‘weggelegd’ voor intellectuelen, voor in de filosofie ingevoerde geesten. Het meest bijzondere is, dat de vraagstukken en problemen vrijwel nergens achterhaald worden doorzocht op hun betekenis en dus is het (ook) een boek van de moderniteit, ofschoon geschreven in de 16de eeuw.
Bijna 500 jaar geleden, in 1533, werd de Fransman geboren als Michel Eyquem, op het kasteel van Montaigne in de Périgord, even ten oosten van Bordeaux – een landgoed dat vijftig jaar eerder was gekocht door zijn rijk geworden overgrootvader die daarmee tevens het recht verwierf op het voeren van de adellijke naam Montaigne. Van dit recht maakte Michel – zijn vader bleef gewoon Pierre Eyquem - als eerste in de familie gebruik en aldus heette hij Michel de Montaigne.
Aangezien zijn vader hem vertrouwd wilde maken met de taal der klassieken kreeg hij les in het Latijn van een Duitser die geen woord Frans sprak – de reden dat hij die taal moeiteloos leerde spreken en, aanvankelijk, vloeiender dan het Frans. Later studeerde hij rechten aan de universiteit van Bordeaux en werd hij nadien in die stad ook lid van het Gerechtshof. Hij was van meet af aan buitengewoon kritisch naar de praktijk van de rechtspraak, een praktijk die zich toonde vol wreedheid en andere absurditeiten. (Hoe hij daarover schrijft in Over het geweten, daar kunnen, bijvoorbeeld, de Amerikanen, maar ook vele andere staten, een puntje aan zuigen.)
Door zijn vriend, evenals hij werkzaam aan de magistratuur, wordt hij ingewijd in de diepere kennis van het humanisme, de beweging die zich juist in die dagen heftig verzet tegen de moraal van de Kerk, daartoe geïnspireerd door de grote wijsgeren uit de Oudheid.
De Montaigne is geboren in 1533, maar pas 37 jaar later begint hij aan de Essays – in 1570, als hij naar aanleiding van de heksenprocessen uit het gerechtshof stapt. (Hij schrijft daarover onder andere in 'Over de ervaring', het essay waarmee hij dit magnifieke boek besluit, ook het essay dat sterk afwijkt van de versie in Joep Dohmen’s 'Over levenskunst' dat een jaar of vier geleden bij Ambo verscheen.) De terugtocht uit het maatschappelijk leven kon hij zich veroorloven omdat hij enkele jaren eerder het kasteel en het landgoed van zijn vader had geërfd en hij het beheer hierover zelf wilde bestieren zodat zijn innerlijke vrijheid hem niet ontnomen kon worden. Vanaf dat moment wijdt hij zich tevens aan de studie van de klassieken, zoals Vergilius, Seneca, Cicero, Lucretius, Plutarchus, Plato. (Hij legde een verzameling aan van korte spreuken en citaten en ofschoon eeuwen ouder dan hijzelf, zijn ze vrijwel alle wijs en van bewonderenswaardige schoonheid, zo trefzeker waar het om mensen of menselijkheid gaat.) Hij wordt echter allerminst een kluizenaar of kamergeleerde. In 1580 verschijnen de eerste twee delen van zijn werk, waartegen nogal wat bezwaren rezen.
Terwijl hij nog in Rome was – hij reisde graag en veel – werd hij benoemd tot burgemeester van Bordeaux, een functie die hij aanvaardde en vier jaar vervulde. Bij vriend en vijand stond hij bekend als een diplomatiek en integer bemiddelaar.
Uit zijn vele lezen, correspondenties en discussies, uit zijn hele levenshouding, ontwikkelt zich een eigen visie op alledaagse ervaringen en gemoedstoestanden, een liberaal denken dat nergens achterhaald is en is neergelegd in een schrijven dat direct aanspreekt en verrijkend is - in niets blijkt hij een slaaf van de omstandigheden of van de moraal van zijn tijd, integendeel - dat doet je verwonderen over de vaak actuele waarde ervan – en niet alleen in hoe hij over het geweten schrijft, maar ook – en ik noem het slechts als voorbeeld – over euthanasie. Hans van Pinxteren: “Montaignes schrijven is zoveel als een poging om te midden van alle burgertwisten en godsdienstoorlogen, bij alle waanzin en fanatisme waarmee hij wordt geconfronteerd, redelijk te blijven denken: een poging om helder in zichzelf te zien, om zijn plaats in de wereld al redenerend te bepalen, om in de woelingen van zijn tijd overeind te blijven.” Zo leeft en werkt hij tot aan zijn dood in 1592. En louter en in alles met zichzelf als inzet (het eigen ‘ik’ is het allesbeheersende onderwerp en kenmerk van zijn essays) raakt hij de hele mensheid. Hij schreef om “in zichzelf te zien en erachter te komen wat een mens is” (HvP). Hij blijft écht en trouw tot in het vrijmoedigste.
Benadrukt zij nogmaals, dat het een ‘dikke pil’ is, maar de stukken zijn veelal zo kort en waardevol dat u ze vaak met een zandlopertje uit hebt. Rijker dan een bijbel, ofschoon ik niemand de waarde of innerlijke betekenis daarvan wil ontnemen.
[© MN, over Michel de Montaigne, « De essays », Athenaeum – Polak & Van Gennep. Afbeelding : Stouf Jean-Baptiste (1742-1826): Michel de Montaigne.]
Een klein portret ter aanmoediging zijn Essays te lezen
De beroemde Essays van De Montaigne, eerst alleen verkrijgbaar in een gebonden dure editie, maar nu ook kwalitatief goed ingenaaid en vijftien euro goedkoper, in een grandioze, sublieme vertaling van Hans van Pinxteren. Een dijk van een boek, bijna 1600 pagina’s. Hoewel ik pas 900 pagina’s heb gelezen, maak ik toch reeds een voorzichtige schets van zijn werk en persoon, deels ontleend aan het nawoord van de vertaler, opdat anderen zijn naam noteren en het in de boekhandel minstens ter overweging in de hand nemen. Het is weliswaar een ‘zwaarlijvig’ boek – mooier was wanneer het in drie banden was verschenen -, maar de verhandelingen, de betogen en reflecties zijn steeds relatief kort van omvang zodat je er ruim de tijd voor kunt nemen en ook gerust ander werk ertussendoor kunt lezen zonder enig spoor bijster te raken. Al die beargumenteerde overpeinzingen zijn geschreven in een fraaie en alledaagse maar inspirerende stijl, heel direct en nimmer gewichtig of ‘weggelegd’ voor intellectuelen, voor in de filosofie ingevoerde geesten. Het meest bijzondere is, dat de vraagstukken en problemen vrijwel nergens achterhaald worden doorzocht op hun betekenis en dus is het (ook) een boek van de moderniteit, ofschoon geschreven in de 16de eeuw.
Bijna 500 jaar geleden, in 1533, werd de Fransman geboren als Michel Eyquem, op het kasteel van Montaigne in de Périgord, even ten oosten van Bordeaux – een landgoed dat vijftig jaar eerder was gekocht door zijn rijk geworden overgrootvader die daarmee tevens het recht verwierf op het voeren van de adellijke naam Montaigne. Van dit recht maakte Michel – zijn vader bleef gewoon Pierre Eyquem - als eerste in de familie gebruik en aldus heette hij Michel de Montaigne.
Aangezien zijn vader hem vertrouwd wilde maken met de taal der klassieken kreeg hij les in het Latijn van een Duitser die geen woord Frans sprak – de reden dat hij die taal moeiteloos leerde spreken en, aanvankelijk, vloeiender dan het Frans. Later studeerde hij rechten aan de universiteit van Bordeaux en werd hij nadien in die stad ook lid van het Gerechtshof. Hij was van meet af aan buitengewoon kritisch naar de praktijk van de rechtspraak, een praktijk die zich toonde vol wreedheid en andere absurditeiten. (Hoe hij daarover schrijft in Over het geweten, daar kunnen, bijvoorbeeld, de Amerikanen, maar ook vele andere staten, een puntje aan zuigen.)
Door zijn vriend, evenals hij werkzaam aan de magistratuur, wordt hij ingewijd in de diepere kennis van het humanisme, de beweging die zich juist in die dagen heftig verzet tegen de moraal van de Kerk, daartoe geïnspireerd door de grote wijsgeren uit de Oudheid.
De Montaigne is geboren in 1533, maar pas 37 jaar later begint hij aan de Essays – in 1570, als hij naar aanleiding van de heksenprocessen uit het gerechtshof stapt. (Hij schrijft daarover onder andere in 'Over de ervaring', het essay waarmee hij dit magnifieke boek besluit, ook het essay dat sterk afwijkt van de versie in Joep Dohmen’s 'Over levenskunst' dat een jaar of vier geleden bij Ambo verscheen.) De terugtocht uit het maatschappelijk leven kon hij zich veroorloven omdat hij enkele jaren eerder het kasteel en het landgoed van zijn vader had geërfd en hij het beheer hierover zelf wilde bestieren zodat zijn innerlijke vrijheid hem niet ontnomen kon worden. Vanaf dat moment wijdt hij zich tevens aan de studie van de klassieken, zoals Vergilius, Seneca, Cicero, Lucretius, Plutarchus, Plato. (Hij legde een verzameling aan van korte spreuken en citaten en ofschoon eeuwen ouder dan hijzelf, zijn ze vrijwel alle wijs en van bewonderenswaardige schoonheid, zo trefzeker waar het om mensen of menselijkheid gaat.) Hij wordt echter allerminst een kluizenaar of kamergeleerde. In 1580 verschijnen de eerste twee delen van zijn werk, waartegen nogal wat bezwaren rezen.
Terwijl hij nog in Rome was – hij reisde graag en veel – werd hij benoemd tot burgemeester van Bordeaux, een functie die hij aanvaardde en vier jaar vervulde. Bij vriend en vijand stond hij bekend als een diplomatiek en integer bemiddelaar.
Uit zijn vele lezen, correspondenties en discussies, uit zijn hele levenshouding, ontwikkelt zich een eigen visie op alledaagse ervaringen en gemoedstoestanden, een liberaal denken dat nergens achterhaald is en is neergelegd in een schrijven dat direct aanspreekt en verrijkend is - in niets blijkt hij een slaaf van de omstandigheden of van de moraal van zijn tijd, integendeel - dat doet je verwonderen over de vaak actuele waarde ervan – en niet alleen in hoe hij over het geweten schrijft, maar ook – en ik noem het slechts als voorbeeld – over euthanasie. Hans van Pinxteren: “Montaignes schrijven is zoveel als een poging om te midden van alle burgertwisten en godsdienstoorlogen, bij alle waanzin en fanatisme waarmee hij wordt geconfronteerd, redelijk te blijven denken: een poging om helder in zichzelf te zien, om zijn plaats in de wereld al redenerend te bepalen, om in de woelingen van zijn tijd overeind te blijven.” Zo leeft en werkt hij tot aan zijn dood in 1592. En louter en in alles met zichzelf als inzet (het eigen ‘ik’ is het allesbeheersende onderwerp en kenmerk van zijn essays) raakt hij de hele mensheid. Hij schreef om “in zichzelf te zien en erachter te komen wat een mens is” (HvP). Hij blijft écht en trouw tot in het vrijmoedigste.
Benadrukt zij nogmaals, dat het een ‘dikke pil’ is, maar de stukken zijn veelal zo kort en waardevol dat u ze vaak met een zandlopertje uit hebt. Rijker dan een bijbel, ofschoon ik niemand de waarde of innerlijke betekenis daarvan wil ontnemen.
[© MN, over Michel de Montaigne, « De essays », Athenaeum – Polak & Van Gennep. Afbeelding : Stouf Jean-Baptiste (1742-1826): Michel de Montaigne.]
11 opmerkingen:
Zou het wat zijn dit boek op mijn lijst te zetten? Het kan geen kwaad denk ik .
Wat een hoeveelheid bladzijden Marius, poeh!;-))
Volgens mij kom je erachter wie en wat je bent, wat een mens is, vooral door je te begeven met en naast anderen, in levensovertuiging, werk en persoonlijke leefomgeving;-))
Maar ach, die 1600 bladzijden geven natuurlijk een veelzijdig en historisch beeld van die tijd en de ziener in deze filosoof/schrijver.
Goed stuk, dat zeker!
X
Cath*
Ik las al eens eerder iets ergens(?) over zijn leven. Toen boeide het me ook al.
Een fijne duidelijke uitbreiding Marius.
Tijd, te weinig tijd. maar wie weet... ik onthoud het.
Uiteindelijk is het belangrijkste werk met je eigen zelf aan de slag te gaan. Niet alleen in het brein maar
diep down.
Dag dag.
zulke dikke pillen zijn aan mij niet besteed marius...
daar bem ik té ongeduldig voor:-)
liefs
klaproos
Fijn weer een schrijversnaam genoteerd in mijn boekje.Ik zal eens kijken of ik het kan bevatten.
lijkt me wel mooi om zoiets af en toe te kunnen inkijken.
bedankt groetjes Novelle
Altijd in voor iets "tijdloos" én van een vrij, onafhankelijk denker.
Aanmoediging gelukt, schitterende tip. Dank je wel !
> Zeker Redstar want het is geen 'geleerd boek', bedacht achter zijn bureau - en Cath: hij toont zich een 'ziener' van zijn ervaringen met mensen, hij was geen kluizenaar. Er leeft een humanistische geest in hem, die zich uit in een grote bemoeienis met het dagelijks leven.
Hoi Marius,
Ken je het boek: de pilaren van de aarde van Follett? Gaat over de bouw van een Kathedraal in Engeland in de 12e eeuw
Meer dan 1000 blz (ik ben vergeten hoeveel precies)
Mijn kleindochter kreeg dit van me toen ze vorig jaar 16(!!) werd. Naast school, werk en pianostudie heeft ze er drie mnd. over gedaan. Daarna mocht ik....oeps zo'n pil. Maar wel genoten. Dus , wie weet als je je huidige boek uit hebt.
Groet, Joke SB.
Dankjewel Marius, voor deze 'voorzichtige' schets! Het zet écht aan om het allemaal ook eens zélf te ontdekken...
Regent het bij jou? Geen nood, ik breng je wat lentekolder:
En de tulp en de narics en de hyacint,
vertellen dat de lente begint.
En de tulp en de narcis en de hyacint,
de lente begint.
Straks mag je met je dikke pillen van boeken, naar buiten!
*wink, big smile*
@Marius: dank voor de toelichting, ik begrijp het;-))
X
Cath*
De vraag is hoeveel mensen in zijn tijd kennis hadden genomen van zijn werk. Gelukkig is dan wel het een en ander gebleven voor het nageslacht.
Een reactie posten