Pagina's

dinsdag, december 29, 2009

vrijdag, december 25, 2009


Ook dieren symboliseren wat met kerst wordt gevierd

Zij kijkt terecht niet geheel argeloos meer, maar is vastberaden het weerloze te beschermen opdat het zich in die veiligheid kan ontplooien. Als kerst daarover niet gaat, heb ik het nooit begrepen.
Geborgenheid, warmte en waardigheid, moge deze drie woorden genoeg zijn voor een herinneringsvolle kerst die tevens de inleiding is voor het jaar dat erop volgt, 2010.
Allemaal een zalig kerstfeest.

[© MN, Kerstmis 2009. “Save in the arms of love” by Sandy Powers.]

donderdag, december 24, 2009


Een bondgenoot

En twee jaar geleden ging Henk,
onze oude buurman, een geziene vriend
van vele verhalen, -

meningen ook, maar was hem iets te bar,
dan werd hij luchtig, verlegen en lachte,
‘het zal mijn tijd wel duren’.

Zeven jaar eerder verloor hij hartenvrouw,
voor wie hij jarenlang zorgde in de tekens
van geduld, eenvoud en compassie.

Een lieve oude man, nederig en vlijtig
en zorgzaam, een man in de sporen
van zijn vader, een ‘hoender-man’*,

een trouwe huisman die elke dag
glunderend begroette, op vaste tijden
in een versleten stoffeerderjas, een gastvrije

heer, zuinig en sober, maar rijk
in tolerantie en vriendschap, honderden
gesprekjes tekenden ons verbond.

[© MN, in ‘Bezield leven’. IM Henk Peters, 7 december 1924 – 24 december 2007. De hoender is een speciaal kippenras; Henk dacht er over, na vijftig jaar, ermee te stoppen want de zorg werd hem teveel. Daags voor kerstmis overviel hem de dood. Te dichtbij nog, - ja, Uvi herinnert me aan Stef Bos en ik parafraseer hem, “Zijn dood is me nog te groot voor woorden.” Hij was/is me een erg dierbare mens. Gehinderd door de pijn ben ik helaas opnieuw ontrouw in weblogbezoek.
Afbeelding: Henk met een van zijn geliefde hoenders, foto van Luuk Hans.]

woensdag, december 23, 2009


Onze harten, je woonstee

De dag van haar moeder’s dood,
hier duizend voetstappen vandaan,
blijft een strik in het jaar, -

het waren maanden vol dagelijkse
zorg en voorlezen; haar onwetendheid
kantelde langzaam naar het besef

van sterfelijkheid, haar einde in klare
zucht, “Ze gaan hier allemaal dood”
tekende haar laatste bed, zij lag gereed

met ons starend, warm om haar heen, even wakker,
dan een lange diepe slaap en plots de ademnood,
‘ga heen, je vrede nemen we van je over’.

[© MN, IM Riet Christ-van Haaften, 22-06-1919 * 23-12-2005. Afbeelding: “Heart shaped” by Christopher Stanczyk.]

maandag, december 21, 2009


Elk beeld, elke foto en schilderij vertellen een eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (42)

Meditatie, tussen chaos en orde

De stilte die zo beklemmend en
bevrijdend kan zijn, maar in het leven
vandaag ook zo ver te zoeken is, de stilte

die velen zo benauwend lijkt en
ontvlucht wordt, liever de haast dan
de rust, die stilte kan met dichte ogen

gedacht worden en steevast gevonden
op elk wenselijk moment, er onvermoed door
omhelsd vinden we heiligheid en verlossing.

[© MN, in de reeks vertellende beelden, nr. 42. Denk aan de zegswijze van Kahlil Gibran: “Een schildpad weet meer van de weg te vertellen dan de haas.” Afbeelding: Collage, van links naar rechts foto’s van Lazar, Jessica Eik, Helder Mendes en Vladapop.]

zondag, december 20, 2009


A meditation

“Love is not primarly a relationship to a specific person ; it is an attitude, an orientation of character which determines the relatedness of a person to the world as a whole, not towards one ‘object’ of love. If a person loves only one other person and is indifferent to the rest of his fellow men, his love is not love but a symbiotic attachment, or an enlarged egotism. Yet, most people believe that love is constituted by the object, not by the faculty. In fact, they even believe that it is a proof of the intensity of their love when they do not love anybody except the ‘loved’ person.” (Erich Fromm)

[Afbeelding: schilderij ‘Vrede op aarde’ van Amberoos.]

zaterdag, december 19, 2009


De romanticus

Zie toch de vreugde van de jongen en de duif,
de duif die onvermoeid onze boodschap
toont, alleen of met velen.

Hij wordt verwelkomd, al kent de vrede
zware condities en wordt hij even hard weer
weggehoond. De duif, de bezorger van een dilemma –

een vogel en vrede, een woord in zijn veren,
zie hoe hij neerdaalt, weerloos,
maar altijd zeker van zijn belofte.


[© MN, ‘Het kleine geluk’. Afbeelding: ”My pigeon” by Agus Gunawan.]

donderdag, december 17, 2009


Leven is lijden
Angst essen Seele auf

Het is wit en koud, het seizoen
kent zijn eigenschappen nog, de mijne
zijn verward, ik beheer mijn schatten slecht.

Simon zei: “Je moet niet klagen, maar kranig zijn”,
maar op ’t eiland, mijn zielsdomein, daar huilt
mijn pijn de zwanenzang, de schrale klank

van het bekende drama, het is die vogelkop
en de ledematen van een versleten dichter, ja,
“de mens heeft ellende en heeft een straat”,

zei Bilderdijk, al weten we niets van ons lot
en moet God nog spreken, nauwelijks
een woord ontsnapt nu mijn hart.

[© MN, ‘De man en zijn ziel’. “ "Hoor, hoe mijn levenswil schreeuwt", schreef een dichter eens. "Angst ….” naar een melodrama van Rainer Werner Fassbinder. Afbeelding: “Going home” by Jacek Stefan.
(Even nagezocht wélke dichter, het is J. A. van Dér Mouw, 1863 - 1919 - Hoor, hoe 'k schreeuw mijn levenswil.)]

woensdag, december 16, 2009


Als handen vol licht
naar een nog onbenoembare andere tijd

Er had zich een vriendschap gestrengeld dwars
door twee geliefden voordat het onherroepelijke
van ver hier boven voltrokken werd.

De man bleek een sterk verwante ziel, in weinig
reeds te herkennen, maar belde me om de kern ervan
door te geven, de hemel vond het goed, -

ik hoorde de gebroken, maar vaste stem en gaf hem
zonder aarzelen maar zielstrillend de belofte
wat in het mysterie van vriendschap verborgen lag

en zo konden we elkaar loslaten en ieder onze weg
vervolgen, de weg van het nieuwe verbond dat kennelijk
reeds geschreven was, al ademde als gerijpt koren.

Het is de akker van zijn leven, een onuitwisbare
herinnering die zich, geploegd en wel, voortzet in al
wat van waarde is en een eigen verschijning krijgt.

[© MN, in ‘In de geest van Israfel’. Een nagedachtenis en overweging, Jan van der Hart … 5 juni 2009. Wat kan het leven toch onverwacht verrijkend zijn. Wat een bron van verwondering. Jan zou vandaag, 16 december, 80 zijn geworden. 80 Jaar is een mooie leeftijd, maar gelukkig geen eindstreep. Ieder komt en gaat op een eigen streepje van een jaar.
Afbeelding: “Golden morning” by Dare Turnsek.]

zaterdag, december 12, 2009


De herschepping van mijn rijk

Een onherroepelijk voorbije tijdsfeer,
van leven en dood, beide, op de rand van wanhoop,
van het absurde, maar er lijkt een herbegin.

Er ging zoveel te gronde, en ik,
bezeten van vruchtbaarheid en gloeiende
hoop op het ongewetene,

ik ging het vrouwelijk duister in,
stichtte in mijzelf de verwarring, kreeg dreun
na dreun, geslagen door onoverwinnelijke

pijn, vermengd met angst, zag toe hoe mijn land
in vlammen ging, de dichter met de vogelkop,
de scheppingswellusteling, -

terwijl het hoogst rumoerig is, het waait, het
stormt, ze lopen straks in en uit
en maken al mijn stille uren ongewis.

Alles is nog zeer jong. Anders dan alles
wat voorafgegaan is, in een vuurzee van hoop
op een herbegin in mijn kleine rijk.

[© MN, ‘De man en zijn ziel’. Jules Deelder zei eens: “Dat je teweegbrengt is belangrijker dan wat je teweegbrengt.”
Afbeelding: “In the middle of change” by Jure Kravanja.]

vrijdag, december 11, 2009


Elk beeld, elke foto of schilderij vertelt een eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (41)

Veel mensenverhalen kunnen nog zo tragisch zijn om aan te horen, maar de oprechtheid ervan is de schoonheid. Het verhaal van deze man ken ik niet, maar de intensiteit van de emotie in het zo goed als lege landschap met een onbekommerd doorgrazende koe, zegt hoe diepgravend de man zoekt naar motieven en argumenten, naar drijfveren en emoties, en of hij nu ergens spijt van heeft of niet, het is het leven dat hem stevig naar z’n kop grijpt, waar hij naar binnen gaat en spit naar wie hij is en wat hij ervan vindt wat er blijkbaar van is geworden. Ook al weten we niet waarover het gaat, het is de man die alleen is en diep in zijn ziel tast naar wat wij niet weten maar wat hem in de diepste ernst brengt van zijn zoektocht in de verlorenheid.

[© MN, in de reeks verhalende beelden, nr. 41. Afbeelding: “No regrets”, (besluit) de fotograaf Adi Popa.]

woensdag, december 09, 2009


Vertrouwen is een zegel op het hart
I must have some angels around me

De befaamde donkere dagen voor kerst,
benadrukt door aanhoudende kille regenval
weerspiegelen in mij geen somberheid, - maar

dat is onzin, alsof dat evident wél zo zou zijn, neen,
het is de verwondering over de mildheid, in dit duister
nergens te vermoeden, en het reikhalzend uitzien

naar het nieuwe jaar die verdonkeremaand worden, die
voorgoed onbestaanbaar leken en me een lesje
leren, er is niets dat vaststaat, lot en noodlot zijn ongelijk.

Dáár mag ik over 22 dagen op toasten,
op een levenslijn die keerpunten kent, op
perspectieven die verdwenen leken, plots tevoorschijn

zijn gekomen en me inspireren en de dichter
in zijn ‘oude jasje’ steken, dit oude jaar zal kantelen
en ik val niet om, ik word de manager van 2010.

Und Rilke? “Jede Wendung der Winde war
mir Wink oder Schrecken; jedes tiefe Entdecken
machte mich wieder zum Kinde.“

[© MN, in ‚De man en zijn ziel’. Geschreven op muziek van Beethoven, pianist Radu Lupu. Rainer Maria Rilke, Strophe in “Weihnachten 1923”. Afbeelding: Unbenannt, „Der Wachter“ (hier bij een graf, maar hij is overal) von Hans Jörgen Kötter.]

maandag, december 07, 2009


Elk beeld vertelt zijn eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (40)

Toen ik deze foto zag, dacht ik meteen: ‘een hommage aan de mensheid’, niets aan de schoonheid in ieders levensloop gaat in de loop der tijd voorbij, nooit zul je voor vertedering, ontroering en blijheid te oud zijn. Meer hoef je toch eigenlijk niet te zeggen? Allebei hebben een lange geschiedenis, een die nog niet ‘voltooid’ is, maar desondanks is er nog de verrukking van de liefde. Méér wil ik er ook niet aan toevoegen; het is een prent die ik zo wil inlijsten, een prent als een monument, - authentiek en universeel.

[© MN, in de reeks vertellende foto’s, schilderijen, beelden, deel 40. Afbeelding: “Our first night” by Mihnea Turcu. Somewhere in Romania.]

zaterdag, december 05, 2009


Geen pad lijkt nog onbegaanbaar
Als je ooit wilt winnen, moet je ook durven verliezen*

‘Ga enkel het pad dat een hart heeft’, niet dat dit me altijd is gelukt, maar het is wel mijn adagium. En nu er veranderingen op til staan want Chrisje gaat verhuizen, merken we dat het bij ons wellicht aan het nodige heeft gemankeerd, maar het hart, het bonst wat anders maar heel vertrouwd en dat maakt veel mogelijk, alsof de weg naar de terugtocht al is geplaveid.
Ik zei Gerhard van ‘Tagelus’ eens, “probeer je leven te laten kantelen, zonder om te vallen”, nou zoiets is hier nu aan het gebeuren. Had ik een moeilijk jaar en er een zwaar hoofd in hoe het toch verder met mij moest, nu is het anders. De pijn is draaglijk, ik leef alleen, ik bedoel zonder liefje, maar met vele liefdes om me heen want in vriendschap huist soms meer liefde dan vriendschap in één liefde.

Dat Chrisje en ik zijn gescheiden maar nog lange tijd hebben samengewoond, is voor niemand nieuws, dus zonder schroom blijf ik bij mijn eigen leven. Ik teer niet alleen op eigen innerlijke gevoelens, maar voel me ontvankelijk tegenover de wereld buiten me. Ik laat het leven op me inwerken en zo word ik, opnieuw, door het leven gevormd. Het trilt in de lucht. Ik proef weer het heerlijke leven, zo klein als ik ben, het leven dat ook zo wreed, zo vernietigend kan zijn. Ik ken het lelijke van binnenuit, maar ook de schoonheid want ik gelóóf in het leven en heb de dood onder m’n huid gevoeld. Nee, alsjeblieft geen mooidoenerij. Maar ik ben blijven werken, ma raison d’être, ofschoon vaak met vele uren stilstand omdat de pijn overal doorheen drong. Maar werken, ik bedoel schrijven en lezen, hoe beroerd ik me ook voelde, is mijn redding geweest want ik heb het niet voor gezien gehouden, werken is denk ik ook de rechtvaardiging van mijn bestaan.
Strijdend werken, bijna voortdurend stil en gespannen nadenken. Een orde-zoekend mens, zo voel ik me althans nu weer, meer terug bij wie ik ben. Daarom ook, en hoe wij het tastend en vechtend naar het goede hebben volbracht nu de scheiding feitelijk wordt gerealiseerd, kon ik een gedicht voor haar schrijven, “(..) Jaren van saamhorigheid, maar ook van veel lelijkheid hebben het huis in vlammen gezet, maar de geboren eenheid heeft het gewonnen, niet de vijandschap, die heeft ons de weg terug gewezen.”

Die stilstand in de tijd had niet alleen met pijn te maken, maar was ook situationeel. Het huis staat al zeer lange tijd te koop, er zijn veel bezichtigingen geweest, maar verder gebeurde er niets, nu al maandenlang niet meer. Een tijd van geduld, een tijd van wachten, soms een tijd van verveling. Is dat verloren tijd? In een samenleving waarin alles op de klok loopt misschien wel. In mijn beleving voelde dat wachten als perspectiefloos en vooral omdat ik slecht uit de voeten kan, afhankelijk ben, werd die tijd, terwijl er niets gebeurde, een tijd van stress en ook daarom van verhevigde pijn, maar het was geen dode of verloren tijd. Gespannen nadenken, wachten, me vervelen, lezen, schrijven, dat is leven naar de innerlijke tijd. Geen agenda of deadlines, er is mens noch klok die mij ergens toe dwingt, eenvoudig doordat ik buiten de maatschappelijke conventies leef en dus nergens aan hoef te ‘gehoorzamen’. Een, in vergelijking met mensen die werken en in een externe, rusteloze tijd leven, vertraagde tijd dus, en was ik in mijn ‘oude doen’ en gezond gebleven, dan was deze weblog, als uitdrukking van denken en persoonlijke creativiteit, er nooit geweest terwijl die voor mij van fundamenteel belang is geworden.

Leven naar de externe tijd, wat voor velen noodzakelijk en onvermijdelijk is, heeft als nadeel dat men altijd maar druk is. En ik geloof langzamerhand dat het ‘druk zijn’, vaak en ook door mij gezien als cliché-excuus of uitvlucht, een werkelijk innerlijk gespannen drukte is. Het is een reële druk. De externe tijd, het leven op de klok, maakt mensen onvrij, ‘maar ik kom er niet aan toe jôh’. (Misschien dat bij toplui daar ook het graaien vandaan komt, dat ze zelf zo niet noemen omdat ze het moreel juist vinden – ‘ze geven hun leven’, menen ze.) Ik herinner me dat boekje nog van Doris Lessing, een essay over ‘de mens in zelfgekozen gevangenschap’. Zelfgekozen zou ik niet zeggen, eerder noodgedwongen, dat is wezenlijk anders.
Dat ik in het begin zei, dat werken mijn redding is geweest, lijkt in tegenspraak, maar het is werken naar de innerlijke tijd en het betekent een zinvolle invulling van mijn leven. Ik had ook in lethargie kunnen vervallen, volkomen passief, ondoordringbaar, een nog ademend lichaam. Neen, dit is geen gemakkelijk leven, laat staan comfortabel, maar er blijkt mee te leven. Het nadert dicht bij wat ik ooit over thuisloze mensen schreef, ‘het onmogelijke leven zien te leven, dat is van velen toch de wonderlijke kracht’. Ik ben een bevoorrecht mens, een man die zich dichter noemt omdat ik zonder de warmte van mensen niet leven kan en als dichter mijn leven schrijf.

“In 1968 ging het IJzeren Gordijn tijdens de Praagse lente heel even op een kier. De 19-jarige jongeman vluchtte. Het was een vlucht naar voren”, een heel andere tijd tegemoet, een nieuwe tijd waarin hij niet meer slechts hoefde te dromen van de vrijheid. Dat boek ga ik nu lezen.

[© MN, “De adem van een dag” Met excuses voor de onverwachte lengte.
Het boek? “De vuurvliegjes achterna” van Martin Šimek (naar *), het ruikt heerlijk, een boek van de Bezige Bij. Half zes at ik mijn spaghetti en vanillevla, natuurlijk, koffie en sigaretje(s), om half negen was ik op pag. 114, fascinerend en waarachtig ontroerend. Tussendoor maakte ik nog een schets van het ‘nieuwe interieur’. Zestig jaar, een man met toekomst. "Je moet niet klagen, maar kranig zijn", zei Simon Vinkenoog.
Afbeelding: “Roads go ever, ever on” by Mark Peters.]

donderdag, december 03, 2009


Het hart van elke aanbidding
So far away, so close

Ook hier kun je leeftijden bereiken, nu
totdat je er 45 jaar te ruste ligt Mam en het zijn
er pas 37, zolang ben je al gemist, maar

wees gerust, er komen nog heel wat jaren bij
dat we je kleine woonstede in ere houden want
hier ligt het geheim van je eeuwigheid.

Al zo lang je ogen toegedaan en
toch is zoveel droefenis je niet ontgaan; -
niet ver van hier is Erna aan je toegevoegd,

een verse wonde in ons leven, maar eerstens
in die van jou want de moeder is de mens
die wij aanbidden, de eerste die wij leren kennen.

Jij, mijn levensbron, ik mis je, je warmte
en veiligheid; - vele moeders worden zo oud met
een huid van cracalé, weet je nog, zoals van oma?

Het is fijn om aan je te denken, jij met hetzelfde warme
hart, je vertederende ogen, eigenlijk ben je niet eens
zo ver weg, jij, moeder van de dichter, hoor je me nog?

[© MN, IM Mimi Sterenberg, 13 mei 1923 - 3 december 1972. Afbeelding: „Mortal life” van Herman Smorenburg.]

maandag, november 30, 2009

White paint for the Moon


A Moon of Pureness

At the end of this strange day I take off
all my clothes for taking a shower -

under the roof of this house I’ll sleep,
after watching the stars and the moon, from
now on a moon as I never saw.

[© MN, ‘A personal secret of pureness’, by almost Full Moon, 97%. Photo by Josephine Chervinska.]

zaterdag, november 28, 2009


Je moet je ziel laten groeien

Ik was, zoals gewoonlijk, alleen. Met niemand gekeuteld want er kwam geen mens en zelf kan ik er niet op uit. Oh ja, wel even gesproken met m’n lief want ik had een paar dagen geleden Patricia gebeld, het bloemenmeisje daar, en met haar geregeld dat er een mooi boeket bezorgd zou worden. (Wat allemaal niet mogelijk is in onze elektronische samenleving. Zo heb ik van de week ook een portret van Dante gekocht, getekend door Toorop.) “Wat prachtig!”, ze was er heel blij mee en we keuvelden nog even. Ik heb veel gedaan en intussen genoten van muziek, van Arvo Pärt tot Bryan Ferry. Stel je voor dat er geen muziek bestond. Brieven geschreven, niet op een typemachine zoals vroeger en dan later met de hand correcties aanbrengen, en al helemaal niet meer met de vulpen want mijn handschrift is niet om te lezen, zó bar, maar op de laptop, met mooie illustraties, dan printen, een paar enveloppen schrijven en voorzien van een postzegel. Chrisje brengt die een dezer dagen wel naar de brievenbus. Via een vriendin is er voor Erna een heuse Lindeboom geplant in Dronten. Die staat daar in de beschutting van een zacht ruisende wind. De Lindeboom, met sterke takken en een hartvormig blad, dat teer, dun en doorschijnend is, ruist en wiegelt in de wind. Weer eens opnieuw fragmenten gelezen in dat schitterende boek van Terzani, “Het einde als begin”, van een uitgever, Primavera Pers, die helaas niet aan de weg timmert waardoor het mijn boekverkoper was ontgaan. (Toen hij een paar weken geleden hier was, had ik hem er enthousiast over verteld, zodoende weet ik dat en Walter is niet de eerste de beste. Gisteravond kwam hij onverwacht weer en vertelde dat hij er meteen twee had besteld en intussen al vier nabesteld.)

Het liep tegen zes uur, mijn maag rammelde en ik zette het eenpansgerecht in de magnetron, nam intussen mijn medicatie en maakte het dessert vast klaar – Almhof yoghurt met maracuja perziken – , en ook de koffie gereed en zette een cd van Beethoven aan, het ‘Allegro moderato’. Ik at in de eetkamer mijn hutspot, goed van temperatuur maar ‘zo zo’ van smaak natuurlijk, genoot van het toetje met slagroom, rookte een sigaret en las, even kijken, 68 bladzijden van Kurt Vonnegut’s “Man zonder land”.

Nu zit ik weer op het eiland, koffie op, weer een sigaretje. “Man Zonder Land” kun je het beste lezen als een telkens weer korte kennismaking met de persoonlijkheid van Vonnegut, inmiddels 87 jaar. Wat een mooie humor, steeds in dezelfde 'lijn'. In zijn onnadrukkelijke schrijfstijl en op zijn vaste en eigen laconieke toon kondigt hij voortdurend het Einde der Tijden aan: "Zet geen domper op het feest, maar houd dit voor ogen: we hebben de hulpbronnen van onze planeet verkwist, inclusief lucht en water, alsof er geen dag van morgen bestaat, en daarom komt die er ook niet meer." Dat is Kurt Vonnegut ten voeten uit. Ook dat hij tussen al die onheilsprofetieën door ongedwongen rept over een bezoekje aan de kiosk tegenover zijn huis aan 48th Street in New York, of terloops de literatuurdocent uithangt. Van Kurt Vonnegut mag je van de hak op de tak springen.
"A nice glass of champagne at the end of a life." Zo karakteriseerde Vonnegut naar verluidt het Amerikaanse verkoopsucces van dit verrukkelijke boek, “Man Zonder Land”. De bubbels in die champagne zijn de cursiefjes in dit boek, dat echter niet geheel zonder kwade dronk is. Op Vonneguts onheilsprofetieën is het misschien goed proosten, maar de dag van morgen brengt vast de kater. Hij is op een donkere manier grappig, voortdurend verontwaardigd over corruptie en hebzucht, en vol deernis voor de zwakkeren.

[© MN, in ‘Een dag met licht’. Kurt Vonnegut, ‘Man zonder land’, Meulenhoff, 2006 (143 bldz.). Op p. 69: “Mocht ik ooit sterven, wat God verhoede, laat dit dan mijn grafschrift zijn: Het enige bewijs dat hij ooit nodig had voor het bestaan van God was de muziek.” (Het is bijna volle maan.) Afbeelding: “Een boeket”, schilderij van Basher.]

donderdag, november 26, 2009


De adem van Israfel

‘Mijn’ angel Israfel behoedt me hoop ik, na zelfonderzoek, voor dwaze daden, voedt mijn bezonnenheid, beschermt me tegen misleiding. Hij is zeer terughoudend, hij is er slechts om mijn individualiteit te behouden en te versterken, maar waakt voor verwaarlozing, voor moedwillig gesticht kwaad. Voor fouten in dit weefsel dien ik eerst bij mezelf te rade te gaan. Aan mijn lot kan hij niets veranderen. Hij is de altijd stille liefde, zoals een bepaalde mascotte dat voor een ander is, iets dat onafscheidelijk is. De foto, gemaakt door een zekere Dominic, is door Jurjen gedrukt op zijdeglans, met zorg is een passe-partout uitgezocht en ten slotte de mooist passende lijst.
Israfel is geen bezit. Hij is niet mijn idool, het gaat om de symboliek. In zijn bescherming delen ook mijn vrienden, hij kent de ware wel. De engel, van oorsprong Islamitisch en in de Koran de engel met een hart als een luit, zwijgt in alle talen en geeft nergens antwoord op, hoewel er ook staat: “(…) an angel with the sweetest voice of all God’s creatures”. (Maar misschien is dat wel het woord van de dichter Edgar Allen Poe (1809 – 1849) die vaak over hem schreef). Hij, Israfel, is de archivaris van onze ervaringen en aanwezig op de draden van onze intuïtie.

De symboliek. De waarheid is, dat wij niets weten.
En nog steeds gaat het er om, hoe we leren omgaan met problemen waar geen gemakkelijke oplossing voor is. Het gaat over sterfelijkheid, wreedheid, wanhoop, verdriet, verlatenheid. Hoe je kunt leven met pijn, die onlosmakelijk verbonden is met het menselijk bestaan.
Welk pad je ook gaat, elk is goed, als het maar een hart heeft.

http://www.youtube.com/watch?v=5SWOa4NjtaU&feature=related

maandag, november 23, 2009


Liefde is lijden
Soms moet een schipper schipperen

Als de storm geluwd is
in dit huis van ongeduld en wachten,
krijgt de genegenheid weer ’n kans.

Dat zeggen ze ook, de soep is zelden
zo heet als ze wordt opgediend, waarom
leven we daar niet naar?

Dan kom je in de spagaat
van het ernstig menen én nemen, en
dat drijft ons in ’t nauw, totdat

kleine lieve gebaren de troost
bieden die je beiden zo van node zijn,
zonder waardigheid kom je toch nergens.


[© MN, in ‘De wederkerigheid’. Afbeelding: “After a storm”, photo by Nuno Milheiro.]

donderdag, november 19, 2009


Op dieet van licht en waarheid

Dan begeef je je naar onherbergzame streken,
spreek je wel de taal van het zand? - en vind je niets
dan heimwee naar alle boeken en het comfort dat thuis is.

Of kun je dan juist pas loslaten
wat je zogenaamd op hoge hakken vasthoudt, - waar
is nu de bron van alle vragen?

Leer mij de juiste zweepslag en
ik ken de liefde, leer mij de schepping
en ik kleed me in de ware huid

want gezegend met al mijn gaven
ligt er wel een nieuwe jaarring om mij heen,
maar mijn geboorte heeft de honger niet gestild,

mijn hart straalt van dankbaarheid, maar is onvervuld,
ik weet te behagen, ik ken de eisen van de hectiek
maar ik ben die stadsvrouwe niet;

zal ik mijn verlangen maar volgen, kind en kraai verlaten,
want zo ben ik ter wereld gekomen, in pijn en eenzaamheid,
met al mijn zintuigen keer ik daarheen terug,

nog vóór de nieuwe dageraad zal ik landen
op het bewaarde nest, onverschrokken houd ik de ogen
droog, het is alleen de liefde die aanraakt en stukslaat.

[© MN. ‘De verjaardag van Cath’, in ‘Moed en identiteit’. Van harte gefeliciteerd Cath*.
Afbeelding: “De vertroosting” van Basher.]

vrijdag, november 13, 2009


“Met jou wil ik oud worden”
Een mooiere openingszin is me onbekend

De draad is het symbool je te weerhouden
te zeggen wat je op je hart hebt, - ook
als er geen woorden zijn?

Wat niet uit te spreken kan blijken, lieve, daar kent
het hart vele andere paden voor; zo schep ik er
behagen in te verwijlen in realistische fantasie

en al weet ik dat het een illusie is, zo ontdek ik
mijn onmogelijke leven te kunnen leven
terwijl ik alles achter de draad houd.

De dichter als welkome indringer, zij
als rustgevende zielslijn, dat is
niets dan licht en vreugde.

Toch kwamen we op onttoverende paden
waar schaduwen ons meester werden en
leerden we dat het leven ook weer kan verdwijnen.

Samen oud worden -, en de ontroerendste
glimlach rolde over haar gezicht – kent gestalten
die mij in haar tederheid bewaren.

[© MN, ‘De eenvoud van beminnenswaardigheid’ in Het eigen fabricaat. Fantasy is like hope, a dream with open eyes. Zo er veel liefde is waarin vriendschap ontbreekt, zo is er veel vriendschap die op liefde lijkt. Haar woord, haar stem en haar gezicht zijn me onvergetelijk. Ik ben er mijn eigen kind in. Afbeelding: “Attracting” by Loveforever.]

maandag, november 09, 2009


Een slakkengang naar de laatste deur
Gespartel van het vluchtige lichaam

Je denkt jezelf te zijn, niet ‘de oude’
maar gewoon jezelf, terwijl je mankement
je aan de pillen houdt, pillen die zichzelf zijn,

die een eigen rooftocht door het lichaam gaan
tegen de traagheid van de pijn, die je bewaren voor
onverhoeds onheil, die een grote schoonmaak houden

in alle kamers en kelders, zonder scrupules en ondertussen
meenemen wat van waarde is, beetjes van je ‘zelf’ –
nu al 17.885 keer vergiftigende stoffen,

pillen houden mijn huis bewoonbaar, maar
’t zijn net muizen die je elke dag weer argeloos
binnenlaat, ‘neem en eet, ik ben jullie been en vlees’.

Het is maar gissen hoe ver de horizon …
er toont zich telkens een nieuwe en ik grijp me
vast aan de idee dat het nog anders wordt

want er staan minstens vier projecten op stapel;
een mens kan zich zelden voltooien, zodra je de deur
uit bent, worden alle sporen uitgewist. Wanneer alle

zandkorrels zijn weggeblazen, zo gaat dat met de tijd,
heb ik van alle emoties mijn portie gehad, met enig geluk
is van de liefde toch iets terechtgekomen.

Straks ga ik trillend het nieuwe jaar in, het jaar
waarin ik plaats maak voor wie wordt geboren, wie weet
zal ik sterven in mijn stem. Geroofd en licht als as.

[© MN, ‘De uittrede’ in “De wind waait de tijd als zandkorrels weg.” After all not unhappy. Photo: “Reflection” by Claude Bour.]

vrijdag, november 06, 2009


Een korte vlucht de kou in

Het kasteel is een landschap
in zichzelf. Ik zat des avonds laat
op een bankje in het licht van volle maan,

als eenzame roker boven de vlakke glans
van het grachtenwater, weg van de stemmen,
dichtbij het mooiste maangetijde,

dat op een enkele veeg na vrij bleef
van zwarte wolken en van het kasteel
een sprookje maakte waarin ik de roker was,

net zo gedachteloos als Niels, wiens rode snavel
in de veren stak, ‘dat zou ik je willen nadoen jongen’,
maar die stomme vogelkop behoort een mens,

weggedoken in het nog altijd niet gedempte verdriet,
een stief kwartiertje in een wonderlijk decor
en het idee dat de dwerg onder de bomen gaat vallen.

[© MN, in ‘Tears of the moon’. Toen ik weer Afbeelding: painting “Rosemoonrise” by Barbara Kacicek.]

dinsdag, november 03, 2009


Het woord is aan de ogen

Waar ik was, is vruchtbare grond
geen emotie blijft ongezien, geen stem
ongehoord, - waar ik was, is het een woonstede
van warme gastvrijheid voor elke ziel,

voor elke ziel die het onbestaanbaar leek
dat er nog een huis is zonder moderne attributen,
een vrijplaats voor de gewone ontmoeting,
zonder plicht, zonder aanzien of veinzerij.

In de ochtenddauw ontwaar je paarden, in de brede gracht
scholen vissen tezamen en woont Niels,
een oude eenzame eend, in ’t stille woud vogels en eekhoorns,
ver boven paddenstoelen roepen bosuilen genade en veiligheid.

Waar ik was, woont de vriendschap, - daar
word je vorstelijk onthaald, daar is alles
wat mensen zo raakt en zeggen te koesteren,
niets wat in wezen overbodig is.

Voor wie het wil, is het een schuilplaats
onder Gods wieken van de tijd, voor elke lach,
voor elk verhaal dat zich ontrukken laat
aan de duisternis, ver van alle last en hinderlagen.

[© MN, ‘Ode aan Slangenburg’. Een 17de eeuws kasteel in de landerijen van Doetinchem. Afbeelding: “Autumn” by Ton Zegveld.]
Update. ‘Het woord is aan de ogen’ is de ware betekenis van Slangenburg, ook of in elk geval voor mij, maar het weerspiegelt helaas niet mijn ervaring van het afgelopen weekend. Het is zo dubbel: de beschreven werkelijkheid die niet aan kracht heeft ingeboet en de kracht van de pijn die alles heeft neergesabeld, ondanks de weldaad van gesprekken en de nooit aarzelende hulpvaardigheid. Het is alsof je door een dief in de nacht van de wederkerigheid bent beroofd en het zou een staaltje van veinzerij zijn dit te verzwijgen.
Ik leef in een vicieuze cirkel van pijn en angst en ben onwetend over hoe het verder gaat.
Prachtige muziek is er wel: Songs from Spain and Argentina,
Kim Kashkashian (viool) en Robert Levin (piano).

vrijdag, oktober 30, 2009


Laat me tot je spreken, éven

Elk jaar weer hier bijeen
in deze kapel, trouw en met respect
vieren we je dood van hier.

Ouders, schoonouders, vrienden
werden weggescheurd van mijn leven,
zelfs mijn zus kraste reeds haar naam

in mijn ziel. Het is werken in deze kapel,
her-inneren, je nabij weten in stille woorden
van heimwee en diepe genegenheid, in

hoeveel pijn en tederheid is onze droefenis
niet gedrenkt, dit lot van mensen
komt mijzelf almaar dichterbij.

Voel de warmte hier bijeen, dat is wat
gedenken doet, de mensen van hier en daar
verbinden, dat doet ons goed, zo is het leven.

Terwijl het woord er luid naar roept,
is dat het wat we doen, zien hoe je in ons leven
was en weten wie jij en ik zijn geweest.

[© Marius Nuy, Slangenburg, Allerzielen 2009. Ja, daar is mijn weekend, en bij de abdij van de Benedictijnen. “Een rozenziel” van Amberoos.]

woensdag, oktober 28, 2009


Een morgen in oktober

De kersenboom is opnieuw geel,
het blad wordt almaar dunner en zal weldra
breken in het snijlicht van de zon.

In april overleed mijn zus, een
klaterend seizoen is zonder haar verstreken
en tot op het hartsbeen schreide

ik onze diepe eenzaamheid, terwijl vogels
de lange draden spinrag stuk prikten, en ik zag
nog de levende druppels dauw. Ze glinsterden.


[© MN, in ‘Aanraakbaar dichtbij’. Afbeelding: “Autumn dreams” by Jerry Berry.]

maandag, oktober 26, 2009


Gegijzeld door krakkemikkigheid

Ik ben geen uitblinker in geestigheid,
maar geniet van de ontroering die ik waarneem,
ogenschijnlijk onbewogen, maar dat is de draak
van de pijn die mij immer vergezelt

alsof ik al levend in de hel vertoef en de ander
op het verkeerde been zet. Die? Die leeft louter
in het kreupelhout van de ernst, maar zij weten niet
wat er gaande is in de kelder van mijn ziel.

Er is, toegegeven, het zwijgen uit onmacht
en verdriet, er zijn meer tranen dan ik mij herinneren
kan, huiver, en er is ook afgunst over de vrije beweeglijkheid
om me heen, en ik, het hoofd tolt van mijn romp

en de draak die zijn touwen strakker trekt
als ik ook maar even overmoedig ben, - alleen het lezen
kan hij niet beletten, het denken en dromen en fantaseren
blijven mij trouw alsof ik een gelukkig zondagskind ben.


[© MN, ‘Between dream and reality’. Geen zelfbeklag of ander gejammer, maar dagelijkse werkelijkheid.
Afbeelding: Drawing by Berend Zweers.]

zaterdag, oktober 24, 2009


Met mijn neus buiten de feiten

Op Israfel kom ik nog wel terug – de foto hangt trouwens al rechts in het halletje – maar in de verbeelding is dit de entree van mijn nieuwe huis ergens in de heuvels nabij Carrara en de Apuaanse Alpen, dat ik bij toeval vond en voor een appel en een ei heb kunnen kopen want de gemeente, die sinds de aan drank overleden laatste bewoner, een alleenstaande zonderling en versleten als dorpsgek, eigenaar was wilde maar wat graag dat er schoon schip gemaakt werd met deze aan verval ten prooi liggende optrek. Het was een ‘winnend lot’ want vorige week stond er een verbouwereerd kijkende man op de stoep, sprakeloos over de definitieve aankoop en struikelend over zijn wanhoop, die mij trachtte over te halen het met geringe winst weer van de hand te doen. Hij was door omstandigheden wat laks geweest naar de gemeente, maar had serieuze plannen. “C'est mon atelier rêvé!” Dat kon ik me wel voorstellen want in dit gehucht, Fiori, een charmante ambiance vlakbij het voor kunstenaars uit allerlei streken vermaarde Pietrasanta en Montéggiori, wil elk mensenleven zich wel vestigen. Mijn fascinatie won het van zijn vrees. “Je le regrette , c'est pour vous le désir inaccessible”, zei ik en keek in dreigende onweerswolken terwijl het aan de kust helder en warm is.

Alles blijft in deze staat, alleen het gruis wordt opgeruimd en het noodzakelijke gerepareerd. Ik heb twee bekwame vrienden aan het werk, Antoine en Eppe. Behalve voor het sanitair zijn er binnenshuis geen deuren; alleen de slaapkamer heeft dit opstapje. Het trapje naar de voordeur is het vervelendste obstakel, maar wordt voorzien van een leuning van dun olijfbomenhout en de deur wordt vervangen en een halve meter naar voren verplaatst. De hier tegenoverliggende woonkamer is zo groot, dat ik met mijn ‘di Cabrio’ achter de boekenkasten langs naar mijn majesteitelijke werktafel rijd. Van de oorpronkelijk twaalf zitstoelen, alle met armleuningen, zijn er gelukkig nog drie over. Die boekenkasten nemen nauwelijks licht weg want ze worden in carrévorm geplaatst, als het ware in een omhelzend gebaar rond de zithoek. En verder zal hier alles zich wel voegen naar de gegeven werkelijkheid rond "sogni d'oro".

[© MN, ‘Met de trompet van Israfel’. Afbeelding: “Percorso della luce”, distance of the light by Sven Fennema.]

donderdag, oktober 22, 2009


Wat wijs is, blijft altijd de vraag

Het grote gevaar is het schrift van woorden
dat een geheel eigen betekenis krijgt,
ver van je oorspronkelijke vandaan
want het woord is scherper dan je vermoeden kunt;

voor je er erg in hebt, ontstaat in andermans begrip
een taal waarop een ander bouwwerk verrijst
dan je in je hart voor ogen stond, nu zie ik dat
het al mijn fouten zijn, ik herinner ze als van mijzelf.

Ik, man met een baard van ongepoetst zilver, ik hoor
aan de voetstappen dat alleen zij het kan zijn,
haar zorg heeft slechts de schijn van vanzelfsprekendheid,
maar het is een gave dát te doen wat zo ongewoon is.


[© MN; Voor C. ’Sinds een cruciaal deel van mijn lichaam uit een meccanodoos komt’. Elly kwam en poetste twee zilveren kannetjes; zo is ook mijn baard, dacht ik, ongepoetst zilver. Afbeelding: “Wonderland” by Jure Kravanja.]

maandag, oktober 19, 2009


Ten schreeuw om recht

‘Daar is hij weer, de witte duif’. dacht ik,
maar hij was nog ternauwernood waargenomen .
of hij was mijn woonstee helaas voorbij.

Ik mis de herinnering aan zijn laatste vlucht
naar hier, dat bood geen soelaas al bleef elke deur
op een kier. Van Agt heeft ze alle bijeengeroepen,

het Palestijnse volk is weggegooid, het beste motief
niet te treuren om eigen kleinmenselijkheid,
‘het heilig volk Israël is ook mij een doorn in ’t oog’.*

[© MN; * = schreef ik 11 juni 2009. Photo: ”Ra­ma­la” by Robert Hutinski. Het is uit bewondering en respect voor Dries van Agt. Hij schreef een groots pleidooi, Een schreeuw om recht. De tragedie van het Palestijnse volk, een uitgave van de Bezige Bij. En een man als Ruud Lubbers: hij beijvert zich voor een radicale ver­andering van het asiel­beleid, met het oog op de overal toenemende ille­galiteit. Europa kent talrijke illegale kampen, ne­der­zettingen eigenlijk, die ver­volgens met de grond gelijk gemaakt worden – ook de illegalen worden weggegooid. Een kille schep­ping. (Zie bij Nagolore voor een groot fragment.]

vrijdag, oktober 16, 2009


Dáár, bij “Harten drie” op een veld van eer
Als door wind gedragen

Zo reden we vaak naar Wijk
langs velden van ganzen en voorbij
roepende bomen met wilgentenen,

nooit meer te vergeten, de weg
van Wijk naar Amerongen, en
dáár, tijdloos in lief geborgen

in het zachte hout van wilgentenen,
zo is zij één geworden, zowel met licht
als het landschap van haar leven.


[© MN. In “Nog vóór de korte, klamme dagen, in tijdloze liefde voor Antje en haar dochter”, IM Antje 16 oktober 2008 (jaarbericht), bij een foto van Janusz Wanczyk, “Morning Willow”.]

maandag, oktober 12, 2009


Het Goddelijk sigaretje is gebroken

Het roken van een sigaretje kan eigenlijk maar beter voorgoed worden gemeden. Het is een schandelijk onderwerp geworden, vanuit welke gezichtshoek ook. Behalve dat het ónbegrijpelijk is dat iemand als ik er nog van houd, bestaat er geen enkel argument meer dat een roker op z’n gemak stelt. Zodra is opgemerkt dat iemand nog rookt, is elke mogelijke sympathie al verspeeld. Niet-rokers, ook die er jarenlang geen last van hebben gehad, zijn massaal opgestaan en hebben de strijd gewonnen. Zij hebben immers ‘grote, onoverkomelijke hinder’, zowel buiten als binnenshuis. De roker is een ongewenst vreemdeling geworden, een domme, karakterloze figurant met een rokershuid die de meeste anderen in zijn omgeving letterlijk pijn doet met zijn stinkende, verwerpelijke gewoonte, waarvoor ook geen enkele acceptabele oplossing meer bestaat. Ook op buitenterrassen stapelen de moeilijkheden en ergernissen zich op.

Ik heb nu nog enkele losse sigaretten en nog wat onaangebroken pakjes. Van de schadelijkheid hoef ik niet overtuigd te worden. De last van de psychologische oorlog die ook het eiland is binnengedrongen, wordt evenredig aan de ondraaglijkheid die de tegenpartij ervaart. Er loert het gevaar de kracht van een verslaving te onderschatten, maar er wordt alom beweerd dat het een wilskwestie is. Natuurlijk, tegen heug en meug is zinloos en het wapen van de wil heeft ook z’n beperkte bereikbaarheden – dat toont de wereld op grootschalige wijze waar het gaat om honger en armoede, maar dat noemen we politieke en economische vraagstukken waartegen we niet zijn opgewassen. Is dat zo, een rechtvaardige verdeling van elementaire levensbehoeften is niet een wilskwestie? ‘Het is appels en peren meneer’, dat is iets van een heel andere orde dat uw pet te boven gaat.
Ik verkoop die vijf pakjes, stop het geld in een glas en ga de komende tijd eens na hoe sterk de wil is geen vreemdeling meer te willen zijn in eigen huis en of de wil – de persoonlijke ruggengraat - mijn marginaliteit kan terugbrengen naar het middenveld. Ik doe dit niet om de niet-rokers te behagen en vervolgens te veranderen in een fanatiek medestrijder. Het zware motief is om niet gekleed en in rook op te gaan, om niet beschimpt te worden, hoe subtiel ook, waar ik ook verschijn zodra blijkt dat ik van een sigaretje houd.

[© MN, in ‘Het bewustzijn’, bij een foto van sterke symbolen op mijn eiland, zoals Aïda, het klokje dat ik van mijn zus kreeg en die na veertig jaar roken toch ook de volharding toonde er vanaf te zien, de roos als krans om elke wil, Hans Warren die er een grote altijddurende afkeer van had, het paard als de verbeelding van schoonheid, statigheid en kracht, Hygeia als godin van de gezondheid, Jezus als voorbeeld elk lijden te doorstaan en het laatst: het beeld van Vrouwe Justitia, de Romeinse godin Iusticia als personificatie van het recht. Ik kan me met zoveel omringen als ik wens, maar uiteindelijk gaat het om de individuele wil, niet de wil van het ‘gemakkelijke ogenblik’, maar om de wil om stand te houden tegenover welk voornemen ook. Elk voornemen is er een ten gunste van het goede.]

vrijdag, oktober 09, 2009


Huize Welgelegen aan het Pijkesweggetje in Kloetinge

Zeven jaar geleden verscheen feitelijk het allerlaatste dagboek, dus 22ste deel, niet als deel maar als afzonderlijk “Geheim dagboek 2001”, omdat het jaar 2001 de ontluisterende laatste sleeptocht is geweest van Hans Warren, geboren op 20 oktober 1921 en gestorven 19 december 2001, een echte Zuid-Bevelander, een vogelkenner, een estheet, een dichter. Een dichter van verlangen en lust, van schoonheid en verval. (Over dit aparte deel, een ware exodus, schreef ik 5 januari 2007, ‘Zijn hart tierde’.)

Nu heb ik zijn recent verschenen laatste dagboek gelezen, deel XXI, 1998-2000, met veel genoegen, compassie en verbijstering. Het genoegen komt door de vertrouwdheid die er door de jaren heen, sinds in 1981 het eerste deel verscheen over 1942-’44, is ontstaan, een geraaktheid die niet meer verdwenen is. De compassie is er sinds hij de laatste jaren van steeds méér kwalen ernstige hinder ondervindt, van dementie tot incontinentie, en zoals hij dat nuchter, afstotelijk maar ook met verdriet beschrijft, dat is wel de scherpste, confronterende en schrijnende slijtage in de ouderdom, waar zijn veertig jaar jongere partner, Mario Molegraaf, voortdurend woedend, wanhopig en met de diepste verwensingen op reageert en tegenaan schopt. Dat ‘blinde en gemene bijten’ is onvoorstelbaar grof en verbijsterend, elk tegendeel van wat liefde heet, eerder en bijna in z’n geheel een complete menselijke ravage waaraan niet is te wennen. Mario toont zich een egoïst, geen geliefde, maar een boosaardige man die van ziekte niets weten moet en van verzorging en bekommernis al helemaal niet. En toch, middenin zijn (Hans) gevecht om waardigheid, worden er talrijke uitstapjes gemaakt naar musea en veilingen, is er de voortdurende jacht op nieuwe aanwinsten – hun verzameling is spectaculair te noemen – want beiden kennen een mateloze passie voor etnografica en een al even grote gretigheid naar exclusieve en waanzinnig dure maaltijden.

Vaak tracht hij allerlei oneffenheden, keutels en angsten en tranen te verdoezelen, troost hij zich met zijn rijke leven, met de prachtige veelal Oost-Afrikaanse en Oost-Aziatische beelden, maskers en sieraden – de uitbundige verzameling is tot eind januari te zien in het Zeeuws Museum in Middelburg - tot wie hij bidt en voor wie hij smeekt dat ze ook na hem zo vertroeteld, zo geëerd zullen worden. En natuurlijk, er zijn ook ontroerende momenten tussen hem en Mario, hoewel almaar schaarser. Samen vertaalden ze werk van vele dichters, vooral Kaváfis (1863-1933) en ook het Verzameld Werk van Plato, maakten ze verscheidene bloemlezingen en poëziekalenders

Mario (1960) is een wijnkenner en recensent voor het (meen ik te ziele gegane) tijschrift “Lekker” – ja, vandaar ook die eindeloze restaurantbezoeken die er meestal weinig genadig van afkomen - , is vertaler van de vier evangeliën en medesamensteller van de “Spiegel van de Nederlandse dichtkunst” en schreef “Het wekkertje van 23:34”, waarin hij zijn avonturen beschrijft als weduwnaar die inmiddels met een vrouw door het leven gaat in plaats van met een man. (Toch getuigt dit boek vooral van Molegraafs trouw. Want ondanks alle ogenschijnlijk radicale veranderingen in zijn leven richt hij met dit veelzijdige geschrift een monument op voor Hans Warren.)
Een monument voor Hans Warren, ja, zo’n hommage is deze dichter en dagboekanier, vaak zo eenzaam als een blauwe reiger, warmhartig gegund, voor ál die dagboeken, tezamen een ware, unieke levensroman.

Op de uiterste punt van het fietspad van Kattendijke naar Goes is een gedenkteken geplaatst, een spiegelend boek met daarop het beroemdste gedicht van Hans Warren.

Thuiskeer in Zeeland

Hart van mijn land ik ben terug
in ’t waaien van uw volle zomer,
lig lui en languit op mijn rug,
weer thuis en nog dezelfde dromer.

Ver als de blik gaat, ver als wolken
ruisen de popels ijl en licht;
als water koeren duiven onder
het bloesemdek van uw gezicht.

Ik ben terug, ik lig te rusten
in ’t bruidsbed van uw welig kruid
en luister, nooit was ik bewuster
van onze eenheid van geluid.

’t Vernis van licht om alle halmen,
het boomscherm dat de einder sluit,
de klokken wier verwaaiend galmen
tegen de zilte hemel stuit –

klank, geur en kleur, zinlijk herkennen:
de karper op de waterplas,
het hooi, zingende Zeeuwse stemmen,
de zoete bonen, ’t prille vlas –

Ik lig, ik ben terug, ik droom
uw dromen in een blijde schemer;
ik werd weer kind, ik werd een boom,
een plant, een lied, een stukje hemel.

[© MN, naar aanleiding Van ‘Geheim dagboek 1998-2000’, uitg. Bert Bakker. Afbeelding: Hans Warren, een portret door Reynier de Myunk. “Het wekkertje van 23:34” (Balans, 2004) is zeker lezenswaardig te noemen, misschien niet omdat het literair een uitblinker is, maar wel vanwege de kaleidoskopische aard van de bundel; Molegraaf kijkt terug op zijn leven met Warren, op diens werk, op de literaire wereld, op de nalatenschap, op zijn rouw en zijn nieuwe leven; het boek bevat essays, lezingen, dagboekfragmenten en brieven en mooie denkbeelden over rouwverwerking en het herijken van de betekenis van hun relatie. Vorig jaar verscheen overigens bij Prometheus de door Mario samengestelde ‘honderd jonge gedichten over oud worden’, “M’n opa, in heel Europa is er niemand zoals hij”.]

dinsdag, oktober 06, 2009



Simeon ten Holt
De memoires van een Nederlands componist, “Het woud en de citadel”, een boek waarin ik vanwege de erg ingehouden stijl moeizaam binnenkwam maar toen ik opnieuw luisterde naar de cd’s, zijn composities van Canto Ostinato, veranderde dit en vond ik het een buitenkans te lezen over allerlei gebeurtenissen, sociale en muzikale ontdekkingen en werd ik geraakt door die Bergense kunstenaarswereld. Simeon ten Holt, geboren in 1923, gehuwd (geweest) met Riet Dagnelie die uit Amerongen kwam waar haar vader de baas was van een grote boomkwekerij op de Amerongsche Berg. Maar er volgden meerdere liefdesgeschiedenissen … en het dagboek wordt opener, krijgt steeds meer innerlijke eigenheid, de dwalende onrust in New York, het zoeken naar stabiliteit. Zeer boeiend, maar ook heel moeilijk – een componist, in elk geval Simeon ten Holt, heeft een heel eigen, ingewikkeld idioom -, is het organische groeiproces naar het befaamd geworden Canto Ostinato, dat eerst ‘Perpetuum’ heette. Ik ben ook helemaal niet vertrouwd met die door het vak getekende, ‘bezeten’ taal, heb het wel gelezen, de filosofie van de speelpraktijk, maar stuit op een onvermogen het na te vertellen.
Ontroerend te lezen over de verhouding tot zijn ouders, de dood van zijn moeder, zijn broze inspanningen tot nabijheid, - maar de door jaren heen ontstane kloof tussen haar en de kinderen bleef tot op het laatst een heikel punt.
Ja, dat is het, het is een met toenemende sympathie luisterend lezen … het lyrisch zijn over nieuwe compositieopdrachten, zijn gepassioneerde verhouding met Betty en Colette, over zijn bewegingskracht doorheen het verlies van vrienden en zijn jongste zusje, zijn gang door de ouderdom, veel melancholie en schrikbeelden … en geleidelijk naar de overbodigheid van compositorische activiteiten. Hij is nu 86.

http://www.youtube.com/watch?v=Bo2Jykabe0M
http://www.youtube.com/watch?v=GfcgBU9DoxQ&feature=related



[© MN, naar aanleiding van “Het woud en de citadel. Memoires van een componist”, een uitgave van Balans, 2009.]

zaterdag, oktober 03, 2009


De geest van de liefde werd lichtzinnig gespeeld

Een opvallende maar voorbijgaande ‘idee’ van Erik Satie, geboren in Honfleur in 1866, was dat alles licht moest zijn, zowel in zijn kleding – wit tot hooguit grijze pantalon, witte schoenen et cetera - als in zijn eetgewoonten, alleen “blank voedsel”, witte wijn, vis, eieren, suiker, asperges, lams- en kalfsvlees, kokosnoten. Hij schiep een imago om zich te onderscheiden van anderen, een heel gewone menselijke eigenschap, maar ook om zich te tonen als een zonderling, als een man die de wereld minachtte.

Satie genoot van de stimulerende atmosfeer in het artistieke Montmartre, deze van alle maatschappelijke dwang bevrijde omgeving. Uit een welgestelde familie afkomstig, leefde hij een groot deel van zijn leven in armoede. Hij was gedwongen om zich als cabaret- en barpianist in leven te houden. Hij trad voornamelijk op voor café- en varietépubliek, bijvoorbeeld in het cabaret “Le Chat Noir” en later in de "Auberge du Clou". Het is een goed gedocumenteerd feit dat Satie elke werkdag zijn appartement in het achtste arrondissement van Parijs verliet om de hele stad door te wandelen op weg naar zijn studio (een afstand van ca. vijftien km), waar hij de dag al componerend doorbracht. 's Avonds liep hij de hele afstand weer terug. Velen hebben met hem gecorrespondeerd. Zij kregen in de regel prompt antwoord, maar na Saties overlijden ontdekte men achter zijn vleugel stapels nooit geopende enveloppen: Satie las zijn post nooit.

Hij was een buitenstaander en provocateur, maar ook een heel bescheiden man.
Tijdens een concert van Debussy zei iemand tegen Satie:
- Hé! Dit is een zin van Debussy die erg op Satie lijkt!
Waarop Satie antwoordde:
- Ja, het is Satie, maar Debussy doet het veel beter dan ik!

“Hij was een soort clown – de verrukte intellectueel. Een cynicus, een misantroop”, lees ik bij John Storm in zijn boek over het stormachtige leven van de kunstenares Suzanne Valadon, met wie hij een verhouding had. Satie sloot zich aan bij de Rozenkruisers, maar uiteindelijk vond hij bij geen enkele occulte stroming of godsdienst voldoening en stichtte een eigen kerk, de Metropolitane Kerk van de Kunst met Jezus als Gids. Hij had twaalf gelovigen. Na een van de eerste bijeenkomsten trof hij Suzanne, die hem direct inpalmde. Satie dacht, dan moeten we ook maar meteen trouwen, en zei: “Ik haal heel voorzichtig adem, telkens een beetje, en ik dans maar zelden.”
Een verbijsterende scène, ’s morgens om drie uur, en van trouwen is het nooit gekomen. Suzanne, die al een minnaar had, werd zijn maîtresse. Een wankel bestaan, en hoezeer zij – een volbloed bohemienne - ook het plechtanker was van zijn geestelijke gezondheid, de hartstocht brandde kort. Toen de breuk zich een half jaar later voordeed, schreide “de meester en viel flauw”, maar hij bleef haar dertig jaar lang brieven schrijven, waarin hij telkens herhaalde dat zijn liefde onverwoestbaar en eeuwig was.

http://www.youtube.com/watch?v=WIVp05sEPhE
(Cntr + Klik)

[© MN. Erik Satie, 1866- 1925, componist en pianist en Suzanne Valadon, 1865-1938. De Elsevier pocket van Storm, ‘Straten van Montmartre’, verscheen in 1962. Afbeeldingen: “Morning silence” by B. Neeleman; “Suzanne Valadon” by Theophile Alexander-Steinlen; Erik Satie, found by ‘Luckythree’ and “The time is to reach for the moon” by Serban Mestecanneanu.]

donderdag, oktober 01, 2009


Elk beeld vertelt zijn eigen verhaal, dat is juist de schoonheid ervan (39)
Is dit niet een interieur van de individuele passie?

Musiceren, lezen, schilderen, ambachtelijk werk, sporten en in elk ervan weer een eindeloze reeks deels verwante variaties en afgeleiden daarvan. Er speelt altijd meer, meer dan je kunt waarnemen of bedenken. Wanneer ik me terugtrek in het labyrint van de met herinneringen, fantasieën en observaties volgebouwde verbeelding, dan hoor ik de Moonlight Sonata van Beethoven, een bastion tegen mijn chaos en zo, zo houd ik mijn ziel bewoonbaar terwijl ik onderweg ben, God mag weten waarheen. Deze zin valt misschien somber in ’t gehoor, maar een vriend die ik onderweg ontmoette, sloot een briefje in mijn hand met enkele regels van Slauerhoff, gezongen door Cristina Branco.

Stil sta ik in de steppe,
de doffe zon gaat onder,
de schrille maan verschijnt.

Het gras dampt, klam en vochtig,
de grond blijft stijf bevroren.
In heete korte zomer:

het blijft winter in de zomer,
de klokjes zijn nog hoorbaar,
het rulle spoor nog zichtbaar.

De kar is al verdwenen, ja, alles gaat,
verdwenen …. Wat over is gebleven, is lief
maar onvoldoende om op te leven.

http://www.youtube.com/watch?v=WaCAR6juSq4
(CTRL + “klik”)

[© MN, in ‘De reeks verhalende …’nr. 39. Van links naar rechts: “The pianist” by Ursula I Abresch, “The Champ” by Geoff Roughton, “Interesting book” (Argentinië) by Kambrosis, “The thor’s hammer” by Claude Bour, “Dans aan de rand van de hemel”, paint by Amberoos, “The gitarist Jimmy Moliere” (ooit bij Fats Domino) by Piet Flour. Een korte reis op mijn eiland en ik kreeg de vreugde en de weemoed en de vriendschap geschonken. Cristina Branco,”Os solitáros”.]

maandag, september 28, 2009


Gisteren, de 28ste, was het de geboortedag van Confucius ( 551 v. Chr.), een belangrijke sociaal-filosoof van het oude China, maar dat is bijna niemand ontgaan want de Google-startpagina brengt tegenwoordig in zijn logo allerlei heugelijke feiten uit de geschiedenis even in herinnering, meer niet. Ik dacht over hem te schrijven,- "De morele mens houdt van zijn ziel, de gewone van zijn bezit" - maar vond een stukje muziek dat ik liever deel. Liefde moet je uitdelen, dacht ik, onder ons allen, levend "Between heaven and hell", a photo by Marius Grozea.


donderdag, september 24, 2009











Editie 17. Een echte krantenmaker zou vlotter moeten werken en vaardiger in technisch opzicht; ik krijg de pagina's maar niet zoals ik het graag wil (en terwijl ik de tekst ónder de kranten plaats, begint het na publicatie halverwege rechts terwijl 't in het voorbeeld goed - dit is de zesde bewerking), alle geduld ten spijt, ergens volgen systemen hun eigen weg.
Nu, dat van het achter de feiten lopen, weet ik intussen, en er is met Elly's gezondheid gelukkig niets aan de hand; ik had haar een riem onder het hart willen brengen ( het heet geloof ik 'steken', maar dat vind ik een ongelukkige manier van zeggen, 'binden' zou ook een goed woord zijn), - maar ja, ik zei ook wel eens, dat de kunst van de traagheid een rem zet op de kracht van de haast. Zo is mijn leven nu eenmaal geworden en ik geef me niet gewonnen. De vier vermelde boeken, waarvan een van slechts 28 pagina's, zijn alle prachtig voor vele uren leesplezier. 'Mevrouw Len' is een bijzondere novelle. Dadelijk lees ik eerst 'De roman als oerschreeuw' dat Walter (mijn boekhandelaar) zonder aarzelen thuisbracht en dan ga ik naar het bijna vervallen Zeelandse of Zeeuwse huiske Welgelegen van wijlen Hans Warren die zichzelf altijd weer genadeloos observeert en anderen onbevangen volgt.
Wens allen van harte een fijn en genoeglijk herfstweekend.
Update: het (b)lijkt, dat met de automatische updates nu Int Expl 8 is geïnstalleerd, met (voor mij) ongrijpbare eigenzinnigheden. Ja, Redstar zou er wel raad mee weten. Laat ik blij zijn dat het er allemaal staat.