
Is dit ‘dicht bij mezelf blijven’, zoals ik opmerkte in ‘vriendschap I’? Waarom ik het dan (deels) waag over de ideeën van Aristoteles te schrijven, dat is omdat zijn analyse, zijn gedachtegang, mij raakt en inspireert. Het is een inzicht dat in zichzelf een waarde toont, een inzicht dat ik niet evenaren kan maar wel zie als ideaal. Het is (ook) zoals met sommige denkbeelden uit het geloof, dat je denkt, zo zou ik willen leven, maar hoe vaak botst het niet met hoe ik werkelijk leef. Het is misschien de kern van het ideaal: het is niet te verwezenlijken.
Vriendschap III
In de ethiek van Aristoteles wordt grote nadruk gelegd op de hoge waarde van vriendschap. Hij was een universele geest die de mensheid meer dan twee millennia geleden zijn belangrijkste, en onvergankelijke, traktaat schonk: de Ethica Nicomachea, dat eigenlijk een onderzoek is naar hoe de mens bereikt wat voor hem goed is om te bereiken en wat zijn leven tot ontplooiing brengt.
Volgens Aristoteles zijn menselijke betrekkingen gebaseerd op drie soorten vriendschap: op genot, op het nut of op het goede. Hij ziet vriendschap gericht op het goede als de meest hoogstaande vorm, wat niet wil zeggen dat betrekkingen die gebaseerd zijn op die twee andere gestalten, moreel laakbaar zijn of geen vriendschap genoemd kunnen worden.
Mensen wier onderlinge vriendschap is gebaseerd op nut, onderhouden deze band niet omdat men van elkaar houdt, maar omdat men er zeker is dat het in eigen voordeel zal zijn dat te doen. Men is niet zijn eigen vijand, maar doet wat men goed vindt voor zichzelf, en of men de ander nu sympathiek vindt of niet is van bijkomstige aard. Het zou mooi meegenomen zijn, maar het doet er niet werkelijk toe. Men gaat gewoonlijk ook niet vertrouwelijk met elkaar om. Het is vooral kenmerkend voor zakenlieden, maar het is evengoed typerend voor veel betrekkingen op het werk. Men kan zijn meerdere tenslotte beter ‘te vriend’ houden.
Wanneer vriendschap berust op genot, is het eigenlijk precies zo. Het is niet zozeer het karakter van de persoon waarvan men houdt, maar men wenst omgang omdat de ander geestig, mooi en sexy is, lekker kookt of een erudiet spreker is en men daar zelf plezier aan beleeft.
Als de reden van iemand te vriend willen houden niet meer opportuun is of als het niet langer aangenaam is in iemands buurt te toeven, houdt de vriendschap op – veelal zonder dat het als verlies ervaren wordt. Jongeren sluiten vlug vriendschap, maar kunnen die ook weer vlug als voorbij beschouwen omdat emoties en genoegens snel wisselen. Als volwassen geliefden in ruil voor genot geen genot maar nog slechts praktisch voordeel ontvangen, zal hun vriendschap verschralen, minder sterk zijn en ook minder duurzaam. “En mensen die alleen bevriend zijn omwille van nut gaan uiteen van het ogenblik af dat ze er geen voordeel meer van hebben: die hielden namelijk niet van elkaar maar van hun winst,” schrijft Aristoteles. Daarom komen deze twee gestalten evengoed voor tussen twee slechte mensen, of tussen een goed en een slecht mens. “Alleen goede mensen kunnen met elkaar bevriend zijn omwille van de persoon van de ander.”
[Aristoteles Ethica Nicomachea, vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Christine Pannier en Jan Verhaeghe, Historische uitgeverij, Groningen, 1999. De afbeelding: brons van David Schluss.]
2 opmerkingen:
Dag Marius,
Het is hier nu écht lente. Heerlijk.
Ik hoop dat u ginder er iets van merkt.
Maar 'de amicitia'.
". Het is niet zozeer het karakter van de persoon waarvan men houdt, maar men wenst omgang omdat de ander geestig, mooi en sexy is, lekker kookt of een erudiet spreker is en men daar zelf plezier aan beleeft. ..."
Ik weet niet Marius,
of Aristoteles dit zou bannen uit de contouren van zijn definitie.
Ik ben geen filosoof, maar wel een doodgewoon mens.
Ik 'heb' liever, prefereer, zal ik maar schrijven:
- een vriend die erudiet is dan plomp en lomp,
- geestig, zie ik als een talent. Als humor ons niet staande houdt, wat dan wel,
- sexy, hoeft hij voor mij niet te wezen. Ik ben geen 'bi' en dat leidt maar af,
- lekker koken. Mijn god, brengt er iets mensen dichter bij mekaar dan een lange lekkere tafel, als het kan bij een zuiderse zon onder het lover van een brede boom ...
Tja, Marius,
als ik mijn vrienden zou mogen kiezen ...
Ik hoop toch dat ze daarboven niet te saai zijn.
mvg
Uvi
Dag Marius,
Het is hier nu écht lente. Heerlijk.
Ik hoop dat u ginder er iets van merkt.
Maar 'de amicitia'.
". Het is niet zozeer het karakter van de persoon waarvan men houdt, maar men wenst omgang omdat de ander geestig, mooi en sexy is, lekker kookt of een erudiet spreker is en men daar zelf plezier aan beleeft. ..."
Ik weet niet Marius,
of Aristoteles dit zou bannen uit de contouren van zijn definitie.
Ik ben geen filosoof, maar wel een doodgewoon mens.
Ik 'heb' liever, prefereer, zal ik maar schrijven:
- een vriend die erudiet is dan plomp en lomp,
- geestig, zie ik als een talent. Als humor ons niet staande houdt, wat dan wel,
- sexy, hoeft hij voor mij niet te wezen. Ik ben geen 'bi' en dat leidt maar af,
- lekker koken. Mijn god, brengt er iets mensen dichter bij mekaar dan een lange lekkere tafel, als het kan bij een zuiderse zon onder het lover van een brede boom ...
Tja, Marius,
als ik mijn vrienden zou mogen kiezen ...
Ik hoop toch dat ze daarboven niet te saai zijn.
mvg
Uvi
Een reactie posten