
“Ook al omhels je de dood niet, je schudt hem toch minstens eens per maand de hand. Zo kun je bovendien hopen dat hij je nog eens zal verrassen zonder waarschuwing vooraf; dat je, in het vertrouwen dat alles nog bij het oude is – want je stond al zo vaak aan de haven – op een ochtend met je vertrouwen en al over de wateren des doods bent gezet” (Michel de Montaigne).
[Gelezen op p. 151, “Over de ervaring”, in het boek van Joep Dohmen (2002), Over levenskunst. De grote filosofen over het goede leven, Ambo. Montainge, Frans filosoof te Toulouse (1533-1592); hij was ruim vijftien jaar verbonden aan het gerechtshof in Bordeaux, van welke stad hij ook enkele jaren burgermeester was. Als filosoof meende hij aanvankelijk zich vooral met de dood te moeten bezighouden om niet onvoorbereid te staan en ook het lot in eigen hand te kunnen nemen. Hij distantieerde zich hiervan want om het leven niet te bederven is het beter je vooral niet teveel met einde ervan bezig te houden. Montaigne was een man met een typisch humanistische geest, welke zich in zijn essays uit in een bemoeienis met het gewone dagelijkse leven. Blaise Pascal, dertig jaar later geboren, vond eveneens dat de mens niet teveel over zichzelf moest nadenken, maar daarvan afgeleid diende te worden, bijvoorbeeld door een of andere aangename passie, kortom, door wat men verstrooiing noemt (zie Dohmen, p. 171). “Zonder afleiding is er geen vreugde en met afleiding geen verdriet.”] De afbeelding hierboven betreft een schilderij van Lammert Boerma. Het citaat van Montaigne is geen uitdrukking van somberheid, maar is precies wat elke mens hoopt, op een ochtend ongemerkt met je vertrouwen en al over de wateren te zijn gezet - al is er ook op te merken dat dit iets zegt over onze vrees voor het lijden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten