
In het Tate Modern in Londen bevindt zich het eigenaardige schilderij van Joe Gould waar Mitchell in het boek een tijd naar gezocht heeft en dat uiteindelijk heel precies beschreven wordt.
Veel boeken verschijnen en verdwijnen. Maar als ik het boek van Mitchell nog eens uit de kast grijp, weet ik weer met hoeveel plezier ik het las en het enige dat ik kan doen, is er aan herinneren, aan Het geheim van Joe Gould. Wat het geheim van Joe nu precies behelst, laat ik onbesproken. Het zou elke aansporing het boek te lezen in de kiem smoren. Maar ik wil er wel iets over vertellen want het is een wonderlijke geschiedenis. En of het nu feiten zijn geweest of fictie, de verbeelding had een functie - dat heeft te maken met iets dat wezenlijk is voor veel zwervende mensen, namelijk dat hun verhalen, of die nu zijn verzonnen of op waarheid berusten, nodig zijn voor het behoud van hun identiteit waarvan veelal al zoveel is weggevallen. Zij moeten zichzelf en hun wereld elk ogenblik zelf creëren. Dat wordt bijvoorbeeld ook heel duidelijk in de vele merkwaardige en absurdistische verhalen van Oliver Sacks. Hij zegt ook in De man die zijn vrouw voor een hoed hield: “In biologisch en fysiologisch opzicht verschillen we niet zoveel van elkaar: in historisch opzicht, als vertellingen, is ieder van ons uniek. Ieder van ons is een biografie.”
Joe Gould was een zwerver in Greenwich Village, New York – “a small area below 14th Street and west of Broadway ... has been a Mecca to the creative, rebellious and Bohemian, although today no starving artists could affort to live here” (zoals is te lezen op internet) - over wie meteen een paar intrigerende feiten worden vermeld: gestudeerd aan de universiteit van Harvard (zijn kandidaats artsexamen gehaald) en begeesterd door één reusachtig levensdoel, namelijk een boek schijven over ‘de gewone mens’.
Zijn leven gaat zwervend een bijna onveranderlijke gang, tot aan zijn dood in 1957. (Laat dit jaartal u niet op het verkeerde been zetten en denken dat het een gedateerde story is. Het is een intrigerende reconstructie van een leven aan de zelfkant van New York, hartverscheurend soms, maar boordevol leven.) Een zonderling pur sang die gedichten vertaalde in het geluid van meeuwen – Skkrie-iek! Skkrie-iek! -, die opschepperige speeches, meer verwarde monologen, hield en die er ogenschijnlijk bewust voor koos zich aan niets en niemand te binden en te bedelen om zijn levenswerk te kunnen bekostigen. Enkele keren werden fragmenten uit zijn Oral History Of Our Time gepubliceerd in obscure literaire blaadjes, in het meest intellectuele tijdschrift van die tijd (1929) ‘The Dial’ en ook eenmaal in de kersteditie van het tijdschrift ‘The New Yorker’. Grote schrijvers als Ezra Pound en E.E. Cummings waren zeer onder de indruk.
De lotgevallen van Joe Gould worden in dit boek tweemaal verteld. Twee zienswijzen op dezelfde man, eerst in 1942 en ruim twintig jaar later - jaren nadat Gould overleed aan een hartstilstand terwijl hij een meeuw imiteerde - nogmaals, maar dan zo gedetailleerd dat we daarin tegelijkertijd een derde verhaal lezen: dat van de schrijver Joseph Mitchell, een man die zich laat kennen als een groot, geduldig en compassievol luisteraar, met oor en gemoed, een man die eigenlijk óók de schrijver is van An Oral History. (Dit ‘derde verhaal’ is er niet echt, het is mijn interpretatie. Maar het is er ook weer wel, omdat Mitchell onwillekeurig vertelt over hoe zijn leven verloopt, hoe en waarom hij spijt krijgt verwikkeld te zijn geraakt in het leven van deze zwerver, maar ook: waar zijn compassie voor Joe op berust. En in dit denkbeeldige derde verhaal geeft Mitchell een geheim prijs, dat niet een geheim is maar wel veel lijkt op het geheim van Joe.)
’Wie is toch Joe Gould, hoezo dakloos?’, dacht ik, - een toevallig slachtoffer van verschrikkelijke pech of ligt de tragiek dieper, en al lezend schoot mij telkens ‘the force of no direction’ te binnen, een zinsnede in het boek Tunnelmensen van Teun Voeten. Waar kwam dat vandaan, wat was de grond daarvoor? Was het rebellie, een rusteloos en dromerig karakter of een niet eindigende nasleep van nooit overwonnen kwetsuur?
Op een profetische ochtend in 1917 neemt Joe Gould, afkomstig uit een welgestelde artsenfamilie, zich voor ‘de mondelinge geschiedenis van onze tijd’ te gaan schrijven: “(..) het is mijn houvast, mijn kost en inwoning, mijn vrouw en lellebel, mijn wond en het zout erin, het is het enige waar ik ene donder om geef.”
Joe Gould zag er uit als een schooier en leefde ook zo. Een kleine, viezige man, een meter zestig, met een nasaal klinkende stem en waterige ogen. Altijd gehuld in kleren die roken naar de in nachtasiels gebruikte ontsmettingsmiddelen en onafscheidelijk van een grote archiefmap waar inkt in zat, schoolschriftjes, literaire blaadjes, een zak vol sigarettenpeuken en andere prullaria. Een stevige drinker, maar als hij geen geld had, was het ook geen punt. “Ik kan ’m al om krijgen als ik tien minuten heel diep ademhalend voor een kroeg heen en weer loop.” (Is dit geen gouden zin? Het is niet de enige.)
Hij sliep in portieken of logementen op de Bowery en wist dat meer dan vijfendertig jaar vol te houden. Hij zwierf door de stad, hing rond in bars en cafetaria’s en zat vaak driftig in goedkope schoolschriftjes te pennen. Geen enkel detail in zijn leven was hem te onbeduidend om erover te schrijven. De verhalen daarover en daaruit zijn fascinerend, curieus, innemend, onsamenhangend en soms hartverscheurend. Elk verhaal begon met een in kapitalen geschreven titel, zoals ‘De Gevreesde Tomaatverslaving’, ‘Sadistische Artsen’, ‘Gigantische Tumoren’, ‘Zo Dronken Als Een Tor’.
De lezer moet geduld betrachten, maar duidelijk wordt waarom hij nooit volwassen kon worden en waarom er geen andere weg dan deze vlucht achter een masker mogelijk was. Nooit, nooit gekregen wat hem toekwam, maar een meester in het overleven op straat, een autoriteit op het gebied van afzien.
Het geheim van Joe Gould is de zoektocht naar de snippers van een biografie. Mitchell is er niet aan begonnen om Joe’s dakloos-zijn te kunnen doorgronden, maar om kennis te nemen van een ‘Oral History’. Hij deed dat vanuit een fascinatie voor mensen met verhalen, een fascinatie die beproefd wordt en opbreekt maar uiteindelijk leidt tot een kroniek die het waard is gelezen te worden.
[Joseph Mitchell, Het geheim van Joe Gould, Atlas 2001 (223 pag.), 6.90 euro in de ramsj. De afbeelding: “Joe Gould” geportretteerd door de New Yorkse Alice Neel. J. Mitchell is de auteur van McSorley’s Wonderfull Saloon in 1943, van Old Mr Flood (1949), van The Bottom of The Harbour (1960), en natuurlijk van Joe Gould’s Secret (1965). In 1993, drie jaar voor de dood van Mitchell, publiceerde Random House’s Modern Library de verzamelde werken in Up In The Old Hotel And Other Story’s. Centraal staan levensverhalen, portretten van mensen die leven aan de periferie van een metropool, aan de oneindige waterkant van New York.]
11 opmerkingen:
Opmerkelijk,dat iemand met alle mogenlijkheden ervoor kiest om... Tja,de onzekerheid tegemoed te treden?of afstand te nemen van het veilige leven?
Vraag me af waarom? vlucht?
Deze Joe koos dus bewust voor een zwervend bestaan ? Ik denk dat zijn leven niet saai is geweest! Hij zal toch ergens een klein kronkeltje gehad moeten hebben om zo'n keus te maken .
Sterven aan een hartstilstand terwijl je een meeuw imiteert ... Je kunt het zo mooi toch niet gedroomd hebben!
Een wonderbaarlijk leven dat ik niet zou willen leven maar dat ik met geboeidheid zou kunnen lezen.
De ingeving die sommige mensen krijgen, en daardoor een keus maken betreffende het leven van hun leven, is al bewonderswaardig op zich
intrigerende persoonlijkheid,als ik de stapel zie die ik met liefde nog wil lezen wil ik deze titel wel onthouden. het liefst zou ik een eiland willen bivakkeren om al het moois wat ligt te wachten tot mij te nemen, maw Marius, ik zou graag willen, al duurt het een nog twee jaar, ik ga hem lezen en noteer hem in mijn verlangboekenlijstje.
Iemand die echt niets nodig had, behalve dan de behoefte om ‘de mondelinge geschiedenis van onze tijd’ te gaan schrijven.
Bewonderenswaardig dat je daarvoor kiest. . .
En dan nog even iets anders: Ik vind je nieuwe layout een vooruitgang Marius.
Off topic: Ik kan je teksten nu lezen zonder dat ik naar de commentpagina hoefde en op 'show origanal post' moest klikken om het te kunnen lezen.
Licht is beter!
Wow, een nieuwe look. Meer ruimte, maar ik hield ook wel van de intimiteit van het donkere. Joe Gould. Ik ga over hem lezen, want ik ben nieuwsgierig. Ik vraag me altijd af waarom eigenlijk? En zo ben ik, Marius, als ik het mag vragen, ook nieuwsgierig naar wat het verhaal voor jou betekent.
> Karen: Sinds eind jaren zestig heb ik een nooit meer verdwenen intense belangstelling voor marginaliteit (veel onderzoek en publicaties). Tussen geboorte en dood moet het allemaal gebeuren, maar hoe gebeurt het? Hoe vormt zich de menselijke ziel? En eigenlijk ga je al lezend iedere keer opnieuw er iets van begrijpen (en ervan houden).
Leuke nieuwe look, prettiger om lezen, maar ook ik mis een heel klein beetje dat intieme van je vorige stijl. Edoch: als het op communicatie aankomt (wat hier toch het belangrijkste is), dan prefereer is uiteindelijk toch deze...
Prachtige bespreking alweer, doet me écht verlangen het werk ter hand te nemen!
Een reactie posten