
Het lichaam en de geest, daarvan zeggen we dat ze één zijn. Ik woon in dit lichaam en totdat het tot stof weerkeert zal ik het niet verlaten. Zonder het altijd te beseffen, maar wel op tijd het te voeden, stelt het ons in staat tot een grote variatie aan bewegen, soms tot onvermoede prestaties. De gedachte aan het lichaam is gewikkeld in vanzelfsprekendheid. Het lichaam slaapt. Ik weet nergens van. Dat het na rust weer opstaat, dat het energie haalt uit wat we eten, dat we ons dagelijks op een gesloten kamertje moeiteloos van de kwade stoffen kunnen ontdoen en dat het ons – hoe riskant we ons soms ook gedragen – brengt waar we moeten zijn of worden verwacht. We poetsen het en gaan weer verder. Ik woon in een gelukkig lichaam. Achter mijn huid, onzichtbaar. Ik ben aanraakbaar. Zolang alles functioneert, staan we er amper bij stil dat het lichaam het enige goed is dat we hebben.
Het lichaam wordt routineus verzorgd en aangekleed, tot in detail naar wens van de geest. Maar dan is er strijd, in alle denkbare varianten. Het lichaam tot last. De hinder kan eenvoudig zijn en met oplettendheid worden verholpen. De hinder kan uitgroeien tot obsessie, onbewoonbaar zijn. “Ik wil een ander lichaam. Maak me opnieuw.” Mijn gezicht maakt me onzeker. “Ik wil het innerlijk behouden, maar wonen in een vrouwelijk lichaam … of blijf ik toch dezelfde? Gaat het lichaam verraden wie ik ben?” Ben ik aantrekkelijk? Komt wat ik heb tot zijn recht? Ik zal het versieren. “Vind je me mooi?” Ik zal je zoenen. “Is dit geklede lichaam zo niet te bloot?” Welke morele norm zal ik hanteren?
Het lichaam heeft hersens (ze zijn Goddank gezegend). Ik heb een geweten waar ik dagelijks aanklop. Zoniet dan spreekt het geweten, het kneedt mij naar zijn hand. Daar ontstaat de geruststelling, maar ook het schaamrood.
De aanbidding van het lichaam. En lust. De eeuwige hunkering van mij en mijn lichaam. Het lichaam, het wonder van schoonheid. De verlokkingen, de verrukking. Het smachtend wachten. Van schedel tot tepel, een kwart van de verleiding.
Het kan van alles. Sporten, trainen, dansen, soms halsbrekende toeren uithalen, timmeren, schilderen, schrijven, schreeuwen, fluisteren. Ik ben geen waaghals, ik ben een mens die nadenkt en soms dromen vangt. Het lichaam spreekt de geest. Soms barst het los. Ik zit, tril en bewonder.
Het lichaam en ik kunnen dom zijn, of handig, of groots en meeslepend, uitbundig of verveeld. Ik wil opvallen of liever niet gezien worden. Het lichaam kiest het hazenpad, met gezwinde spoed. Ik vlucht en verdwijn. Zal ik niet vereenzamen? Ik wil ontmoeten. Steeds is er weer een afscheid.
En plots is er een mankement. Gewelddadigheid. Ziekte, misbruik of kwelling. Diepe vermoeidheid. Het lichaam zegt nee. Het gekwetste lichaam, soms onschuldig, soms tot in de ziel. Het weerbare lichaam geneest. Kan ik er op vertrouwen? Het lichaam als last, het lijdt. Ik ben breekbaar. Gekluisterd in het lichaam, verstenen, dat kan ook. Ik hoor de waarheid. De huid spant zich om mij heen. Zal mijn huis niet instorten? Het toont droefenis, ik maak wanhopige gebaren. Ik moet het verwerken, ik moet vechten, het lichaam zal zich aanpassen. Het wil leunen tegen de ander. Ik begeleid mezelf. Het lichaam herstelt. Zet ik het op een rennen of heb ik zorg voor de ziel? Mijn lichaam kan ziek zijn, maar ik loods het overal doorheen. Ik heb een beschermengel. Maar als ik het ben die ziek is of vreemd, wordt het lichaam geweerd. De gekwelde ziel en de verwarrende geest, ik word een vreemde. Wanneer is in deze wereld wie nog vreemd?
Het lichaam zwijgt, praat, boeit, boezemt afkeer in. Ik luister. Alle zintuigen werken. Ze behoren aan het hetzelfde lichaam, dezelfde geest. Ik begeer en het lichaam streelt en betast, het kust wie ik wil, het reist van borst naar kruis en het omhelst wat hem lief is. Het bloost. Het straalt. Het nabije lichaam. Alléén in het woord kan liefde niet wonen. De aanraking. Het lichaam schenkt zich aan de ander. Het verbond dat ik koesteren wil. Het lichaam en ik vormen een wonder, vooral wanneer het samen is met de ander.
Als het tijd is, strelen we verder.
[Net zeven teveel om met 700 woorden te kunnen sluiten. Afbeelding: “Dromen vangen” van Natasja Knap.]
19 opmerkingen:
Wat een prachtig stuk!
Ik sta soms versteld van mijzelf hoe mijn geest het lichaam kan kwellen, maar ook hoe mijn geest weer het lichaam kan hérstellen.
Heel mooi geschreven. Lichaam en geest raken hier even gescheiden. De geest observeert het lichaam, afstandelijk. Maar blijft er wel onderdeel van.
Pas gisteren "Je zal het maar hebben" ontdekt op de TV (hier op PC), zoveel speciale lichamen, zoveel speciale geesten en zoveel wonderlijks van samenwerking of moeite tussen de 2 !
Ook de vorige serie over vijf jonge mensen was indrukwekkend Lut; de levenskracht, de moed, de humor, de compassie - een soort van veerkracht tussen lichaam en geest die je niet zou vermoeden waar alle vijf zeer ernstig ziek waren.
Zou het ook mogelijk zijn dat we slechts lichaam zijn? Geen ziel, geen geest?
@ Jwl: dat geeft een andere, intrigerende, wending aan het verhaal, maar toch, ik geloof in deze drie.
MIjn lichaam is nu ademloos van bewondering! Om zo je gedachten te kunnen verwoorden.
Ik heb na het lezen van je stukje, het ff moeten laten bezinken. Ik kan het niet genoeg herhalen: wat schrijf jij mooi. Je weet de woorden goed te vinden om zo'n onderwerp plastisch te be- en omschrijven!
Marius, moest je niet bestaan, ze zouden je moeten uitvinden!
Jouw blog is een lichtpunt in mijn dag!
Het is ...
Het is onzin, zegt het verstand.
Het is wat het is, zegt de liefde.
Het is een ellende, zegt de berekening.
Het is enkel pijn, zegt de angst.
Het is uitzichtloos, zegt het inzicht.
Het is wat het is, zegt de liefde.
Het is belachelijk, zegt de trots.
Het is lichtzinnig, zegt de voorzichtigheid.
Het is onmogelijk, zegt de ervaring.
Het is wat het is, zegt de liefde.
(Erich Fried)
Het is eigenlijk een drie-eenheid: lichaam, geest en ziel. Net al die andere drie-eenheid, de socio-psychosomatische. Een onafscheidelijk trio :-) Logisch dat ze wel eens in strijd zijn met elkaar...
@gerdayd: ook nog zo'n mooi gedicht erbij! Dankjewel.
de één nooit zonder de ander, alleen op héél ultieme momenten misschien, verrukkelijk beangstigend dan.
Het is drie in één.
Als één van hen uitvalt ben je niet meer compleet.
Ziel, lichaam en geest.
Het lichaam kon zich nog wat voortslepen zonder de geest of ziel.
Maar uiteindelijk valt ook dat lichaam neer
Marius, ik moet jouw teksten altijd even op mij in laten werken. Zo heb ik ook getracht om mij door "zorg voor de ziel" van Thomas Moore te worstelen. Het blijft intrigerend dat samenspel.
Lichaam? Ja geest. Zullen we dansen? Hihi, sorry, hersenkronkels je weet wel. Ik hou wel van een beetje mysterie. Hartelijk dank voor de link!
@ Gerard: de auteur van "donkere nachten ..." en The Soul of Sex? Een Amerikaans theoloog over wie ik wel heb gelezen, maar ik ken zijn werk niet.
Ja Marius, díe Thomas Moore.
Het lichaam is breekbaar, ja. De geest ook. Soms in strijd met elkaar of de wereld. Het blijft hard werken binnen die drie-eenheid, maar gelukkig levert het ook interactie op, en zodoende prachtige momenten. Mooi stuk.
Mooi verwoord.
Het lichaam blijft een ingenieus gemaakt systeem. Werkelijk overal is aan gedacht. Petje af voor de bedenker!
Mooie weergave over de holistische werking van de mens.
De samenwerking van de drie-eenheid.
Een reactie posten