Pagina's

vrijdag, januari 26, 2007

Het onbenijdenswaardige bestaan VII

Vele thuislozen ervaren een heimwee naar het geluk
dat er ooit, als een bladzijde, leek te zijn maar dat zij niet wisten te behouden.
Zij kennen hun ‘thuis’ als lijden én als ideaal.


Thuisloze mensen hebben het in hun leven, verwijtbaar of niet, vaak zo bont gemaakt dat ze buiten elk sociaal verband zijn geraakt. Om duizend en een mogelijke redenen sloeg op zeker moment de deur van de huizen waar zij woonden voor het laatst achter hen dicht. Alle krediet, elke terugkeer en alle steun was verspeeld; een langer samenleven met deze of gene, met partner of in gezinsverband, bleek niet meer mogelijk. De ontwikkeling naar het dramatische ogenblik van de dichtslaande deur betekent in de levens van veel thuislozen dat het moment nooit voorzien was maar dat het er al heel lang stond aan te breken. Vaak is, van alle kanten, sprake geweest van een langdurig proces van tekortkomen en tekortschieten. De kern van de bestaansproblematiek van thuisloze mensen is dat zij niet weten ‘hoe te leven’. De vormgeving van hun leven is in het geding, hoewel zwaar uit het zicht geraakt door allerlei andere vervelende problemen. Hun diepste nood is de behoefte aan een nieuwe oriëntatie op hun bestaan. Hen daartoe in staat stellen behoort tot het morele fundament van de hulpverlening. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een menselijke samenleving zich te bekommeren om haar kwetsbare burgers. Er is ook voor de zogenaamde autonome burgers niet te leven in een samenleving die zich afsluit voor de breekbare kant van haar eigen bestaan.

Een binding met andere mensen is het enige dat mensen op de been houdt. Maar de geschiedenissen van thuislozen worden veelal getekend door een verlatenheid van mensen met wie zij tevoren een band hadden. De liefde is klaarblijkelijk een soort van geweld geworden of, het is ongewis en evengoed mogelijk, het geweld heeft nimmer kunnen wijken voor het ideaal van de liefde. In de levens van thuislozen is de liefde hevig gedwarsboomd, veelal reeds vroeg in hun leven en vaak, tot in het heden, levenslang.
Dwarsbomen in de liefde, op de ene of de andere manier zijn ze aan elke sterveling bekend, maar niet zo problematisch als de maat en de kracht ervan in de levensloop van thuislozen. Het is een existentieel gegeven dat de gevangenschap in een verleden min of meer kenmerkend is voor ons allemaal, alleen, ten opzichte van (veel) thuislozen, in mindere, niet problematische mate. Individuele verhalen over de teloorgang zijn, als ze niet door de verstreken tijd zijn vertekend, vaak onthutsend vanwege de last van de aaneengeregen, onophoudelijke droefenis, zelden ontroerend vanwege de ondervonden liefde.
Wanneer we aannemen, wat dikwijls gebeurt, dat het bestaan van thuisloze mensen vol onverhelpbare problemen zit en we (professionals) ons daarom terugtrekken, dan treft ons (hopelijk) de gelijkenis met de twee opties in het ziekenhuis: het te behandelen lichaam en het afgeschreven lichaam. Laat dan de vraag nog eens opnieuw worden gesteld: zal ik mij terugtrekken – en op welke gronden kan ik dat verantwoorden – of zal ik mij met oprechte aandacht en toewijding betrekken op dit leven, dit lijden, deze mens?
[Afbeelding: “Sadness” by Janesdead. Ik las daar een comment van Rubber Vall: “Some times the sadness fill our souls ... we have to move on to some happiness that may exist hidden in some place of us.”]

8 opmerkingen:

Anoniem zei

Marius, wat heb je dat weer prachtig opgeschreven. Vooral de vergelijking van "liefde en geweld" vind ik erg mooi gevonden...

Anoniem zei

soms is er een terug trekken nodig maar je kan altijd toch terug komen toch? je bent ook maar een mens.altijd weer zoeken naar een nieuwe weg is mijn devisie hoor.zelf ontvang ik dat ook graag en een ander neem ik aan ook.

Anoniem zei

Tja, het is inderdaad heel integer en mooi opgeschreven.

Ik ga er nog eens over nadenken.

Carpe Diem
Natasza

Julia zei

Vol mededogen geschreven...Mooi...

Anoniem zei

Dat zal in veel gevallen waar zijn en dan heb je het idd prachtig omschreven. Gek genoeg zie ik vaker dat thuisloos worden in een fractie van een moment gebeurd. Je knippert even met je ogen terwijl er iets mis gaat en voor je het weet stort alles tegelijk in.

Maar ook dan gaat op wat je zegt.

Anoniem zei

Moesten er meer zoals jij zijn, Marius, de wereld zou er heel anders uitzien...

Maxentia de Beauvais zei

Ik weet niet of een binding met mensen voor iedereen zo noodzakelijk is als we vanuit onze eigen waarden graag willen geloven. Ik heb bij daklozen verrassend veel desinteresse, onverschilligheid gezien op dat vlak. Misschien ingesleten na vorige trauma’s, maar lang niet in alle gevallen. Bij hen zou ik het eerder als karaktertrek omschrijven. En nee, je hebt gelijk, terugtrekken is nooit een optie voor de hulpverlener, maar het is moeilijk een opening te vinden als je die “relatiekilte” ervaart.

Anoniem zei

Kippenvel krijg ik van je verhaal..
Ik geloof idd dat "laat een ander maar iets doen"een soort afschuiven/wegschuiven is.
Mantelzorg zoals jij ook vriendschap beschreef mantel en zorg.
Wanneer is het zinnig om te helpen,die grens is moeilijk te bepalen,maar empathie is nooit verkeerd.
De wereld is niet zwart wit ,kent vele kleuren grijs,maar ook veel andere kleuren..