
De vraag of ernstige tegenspoed tot geestelijke ongezondheid leidt, voerde de psychiater Hodiamont naar de oudtestamentische figuur Job. Deze Job, een rechtvaardig maar ook welvarend man, overkomt de ene na de andere ramp. Have en goed gaan verloren en hij wordt wanhopig en depressief, tot in zijn ziel getekend door een bijna allesomvattend verlies. ‘De mensen van wie ik hield, keren zich af …. als een wind wordt mijn aanzien weggevaagd.’ Een toonbeeld van geestelijke ongezondheid, - ware het niet dat Job’s persoonlijkheid, zijn geestkracht, hem er bovenop brengt. “Hij heeft het vermogen het onverklaarbare te accepteren. Zijn depressie heeft daardoor een gunstige prognose, zoals ook de afloop van het verhaal laat zien”, schrijft de zenuwarts Hodiamont.
Een figuur uit de moderne tijd toont bijna een duplicaat van de geschiedenis waaraan deze auteur refereert. Het betreft een periode in de levensloop van Jacob Sleutelberg, beschreven in De deftige zwerver.
Via de deurwaarder verdwijnt Jacob’s boedel, omdat een ernstige depressie hem het beheer over zichzelf en zijn leven had ontnomen. Hij, een ‘yup’ van wie niemand een dergelijk dramatische val zou verwachten, verloor huis en haard en alle vriendschappen. Temidden van zwervers en na heilzaam werkende medicatie bleek hij zich ten minste in één opzicht van de meeste van zijn lotgenoten te onderscheiden: zijn innerlijke bagage, zijn persoonlijkheid, die was hij niet kwijtgeraakt. Jacob blijkt evenals Job 2500 jaar geleden uit de vele diepten weer terug te keren, niet omdat hij arrogant is of welbespraakt maar omdat het bij hem hoort zich te verdiepen in de beweeggronden van zijn bestaan.
Welopgevoed zijn in brede zin is niet altijd de katrol waarlangs het leven zich wel weer herstelt, maar het helpt wel. Hoewel oorzaak en gevolg van de depressie zich in beide gevallen gedeeltelijk omgekeerd voordoen, zegt Hodiamont over Job: “Ellende en depressie zijn eigenlijk maar bijzaak. In wezen gaat het verhaal over een man wiens spiritualiteit beproefd en goed gevonden wordt.”
Dat geldt ook voor Jacob. Voor beiden geldt tevens, dat zij niet teloor zijn gegaan in de tragiek van berusting of verzet, maar vanuit een eenzaam onder ogen zien van ‘schade en schande’, en trachten op te klimmen, van hun oorspronkelijke zelf terug naar zichzelf en anderen. Dat is alle moeite waard. Beiden proefden hun eigen duisternis, het was donker werk, maar zij werden schadeloos gesteld door de troost van, opnieuw, een eigen morgenrood.
Het woord ‘deftig’ heeft in de context van dak- en thuislozen natuurlijk een bijzonder rake betekenis. Niets is deftig in deze oningevulde en veelal uitzichtloze bestaanswijze. In het bestaan van Jacob is het echter zijn redding, omdat het de metafoor is voor welopgevoed, intelligent en nadenkend te zijn. Het is ook de metafoor voor ‘vriendschap voor zichzelf’, voor ‘zorg voor de ziel’. Het zijn eigenschappen die opvallen in de wereld van daklozen, van losers en junks, en die hulpverleners ook onmiddellijk de vier woorden tegen Jacob deden prijsgeven die zowel juist als paradoxaal zijn: ‘jij hoort hier niet’.
Niet al zijn innerlijke bronnen waren ontoegankelijk geworden. Zichzelf vragen blijven stellen bleek de voorwaarde om zich te kunnen heroriënteren en het ‘goede’, zijn eigen ‘maat’, weer te kunnen bereiken, wat van de meeste lotgenoten niet gezegd kan worden. Voor velen blijft er minder dan het onvoltooide. Bij velen blijven de plannen te vaag, worden uitgesteld en als knopen moeten worden doorgehakt, wordt misgehakt of gewacht tot de knoop zich vanzelf ontwart. Als Sleutelberg zich afvraagt of hij voor de eerste keer de soepbus zal ingaan, leunt hij tegen de achterzijde van de bus en hoort hij geroezemoes, gescheld en gesnurk. Hij weifelt. “De scheiding tussen mijn oude leven en een zwerverstoekomst is zo dun als het staal van een oude stadsbus.” Maar tevens toont hij, en dat is zowel het lijden als het ideaal van iedere dakloze, dat het ontbreken of het beschikken over levensenergie net zo bepalend is als het dunne staal van de oude bus: gaat de spiraal (weer) omhoog of almaar verder omlaag.
[L. Layendecker, P. Hodiamont e.a., Sociale overbodigheid, Essays, KSGV Nijmegen 1998; Jacob Sleutelberg, De deftige zwerver, Podium 1998. Afb. Genezing van herinneringen van Cornelis Monsma.]
11 opmerkingen:
Mooi stuk. Uiteindelijk wordt je mens-zijn afgemeten aan je innerlijk leven, niet aan uiterlijke schijn. Al zijn bepaalde basisomstandigheden onontbeerlijk om dat mens-zijn te kunnen blijven uitdragen, zonder overschaduwd te worden door nietsontziende overlevingsdrang. Die Jacob lijkt me iemand die niet zal blijven hangen.
genezing van herinnering, een schilderij dat hoopvol is...... prachtig. mooi om te lezen wat je daarover schreef Marius.......De scheiding tussen mijn oude leven en een zwerverstoekomst is zo dun als het staal van een oude stadsbus.”............ een zin die blijft haken bij mij. verder een fijne dag en verheug je je ook op dat woeste weer? niet te erg natuurlijk maar toch eventje wat te zien en beweging is mooi, is leven.
groetjes Novelle
Dit sluit inderdaad aan bij je vorige post. In die zin dat zelf-reflectie alleen niet voldoende is. Er moet een voldoende daden-drang aanwezig zijn. Ooit in een gesprek met mijn vader gehad over mijn respect voor het oosterse, dat veel meer gericht is naar de aanvaarding van je leven, in tegenstelling tot onze westerse filosofie, en de american dream, dat je succes maakbaar is, en dat dus ook je falen aan jezelf te wijten is. Maar mijn vader waarschuwde me voor de mogelijke daaruit vloeiende lethargie. Zoals gewoonlijk is er nood aan een balans, en juist kiezen wat je kan veranderen, en wat niet (en dus "faal" je niet, ben je geen mislukkeling).
Dat boek ziet er interessant uit!
Het doet me denken aan mijn broer !
Zijn gezin gaat prima en financieel hebben ze helemaal niet te klagen maar lichamelijk is het niet te geloven . 20 jaar geleden was hij een geslaagde zakenman . Toen kreeg hij MS en loopt nu al jaren niet meer.Moest zijn zaak opgeven en het sociale leven liep een fikse deuk op. Vorig jaar kreeg hij in april een hartaanval en in augustus darmkanker. Hij is nu bezig met zijn chemokuur en de prognose is goed. Het is een genot om hem te bezoeken want hij blijft maar lichtpuntjes zien. Sterk !
Wat een prachtig stuk! En wat ben ik trots op de reactie die je op mijn log hebt gezet! Ik word er gewoon bijna blij van! :-)
Ik ga je linken!
Groetjes, S.S.
Marius,
dit doet me weer denken aan de vraag : wat is levenskwaliteit ?
Jeanet, A.L.S.patiënte verwees eens naar een krantenartikel waarin gesteld werd dat de kwaliteit van leven van 2 factoren afhankelijk is: betrokkenheid van, met en bij andere mensen en controle op, zeggenschap over de inhoud van je leven, d.w.z. dat de wijze waarop dingen gebeuren door jezelf beïnvloed kunnen worden. Zij (die fysiek weinig of niks kan) schrijft daarbij : Beide factoren zitten bij mij wel goed . Ik prijs me gelukkig.
Dit brengt me naar je eerste zin : De vraag of ernstige tegenspoed tot geestelijke ongezondheid leidt...en de laatste zinnen : "dat het ontbreken of beschikken over levensenergie net zo bepalend is als het dunne staal van de oude bus : gaat de spiraal (weer)omhoog of almaar verder omlaag.
Als ik dit alles door verschillende ogen bekijk , bipolair gestoorde schoonbroer, zus (mongooltje) en zelf ongeneeslijke kankerpatiënte, ja Marius, dan merk ik heel veel verschillende levenskwaliteit. Vanuit de 2 factoren zitten we met zijn allen goed wat de eerste factor betreft, hoewel dat bij schoonbroer het minst is, de 2e factor, daar zit enkel ik redelijk goed vrees ik. In tijden van zware medicatie heeft schoonbroer héél héél weinig levensenergie en dan vraag je je ook af of de tegenspoed wel kan overwonnen worden als die medicatie niet meer helpt en een psychiater ook toegeeft dat hij niemand zo'n leven toewenst.
Waar haal je je innerlijke kracht ?
Zelf vind ik dat ik veel levenskwaliteit heb, maar in tijden van fysieke pijn zal die wellicht veel minder zijn. Geestelijk lijden is echter niet te peilen denk ik.
Tot zover mijn mijmeringen.
Marius blijf verder schrijven ,het boeit me heel erg !
Blij je weblog gevonden te hebben via Jaap !
Jacob heeft het gered en het heeft zijn leven, zijn innerlijk, een wending gegeven waarmee hij blij is. Wat hem is overkomen, heeft iets onvergetelijks aan zijn bewustzijn toegevoegd.
Het is een wonder Julia wat mensen uiteindelijk toch verdragen in hun leven - en zoals ook Lut schrijft over betrokkenheid en zelfsturing en de beproefde levenskracht of -moed die soms onvindbaar lijkt. Lut, ik herken deze strijd, maar ook het geluk (als we het nu maar even bij die 2 factoren houden). Mijn met vier schroeven vastgezet hoofd en de chronische pijn dwingt me een modus vivendi te vinden. En om het waarschuwende woord van Nathan's vader te gebruiken: (ook hier) ligt de lethargie op de loer, maar ik hoop Lut dat we 'dit gevaar' de baas mogen blijven. Ik lees en herlees al een kwartier lang jouw reactie Lut, wil er denk ik graag nog zoveel over zeggen, maar het lukt me niet, niet nu en hier. Je kent Jaap dus - schreef hem laatst: waar de hoop het meest nodig is, daar moet die zijn. Dat wens ik je van harte.
Bedankt Marius,
Insgelijks !
Genezing duurt soms lang.
Ik ben mijzelf kwijtgeraakt en zal ook nooit meer dezelfde worden.
Er is een litteken blijven zitten, die soms door wat dan ook weer opengereten wordt.
Toch krabbel ik steds weer op omdat ik eigenlijk een blij en positief mens ben, maar tis verdomde hard werken soms.
Dit logje raakt me, zoals al je logjes dat doen, Marius. Ik ben steeds weer verbaasd hoe jij de dingen des levens bekijkt en aanvoelt. Hoedje af, want je bent waarlijk de homo sapiens ofte denkende mens!
Wat Job overkwam is me niet vreemd, zij het dan niet in materiële, maar in geestelijke vorm. Door een diep dal gaan en er gesterkt en anders uitkomen is me niet vreemd. En deze ervaring heeft mijn leven des te rijker gemaakt. Maar toegegeven, niet iedereen vind de kracht in zichzelf om door te gaan...
Ontroerend allemaal !
Een reactie posten