Pagina's

donderdag, november 02, 2006


Alles heeft zijn tijd

De onwe­tendheid is een existentieel gegeven want niemand weet of de volgende mor­genstond er weer zijn zal. Daarom ne­men we onze toevlucht tot de hoop. Wat een cliché, wat al te menselijk dit zo te zeggen. Ik moet een eigen weg gaan in al wat mij is over­ko­men en soms denk ik, ‘heb ik een weg?’ Hoe lang duurt mijn toekomst? Hoeveel morgenrood zal er nog schijnen? Nietzsche: “Er is zoveel morgenrood, dat nog nooit geschenen heeft.”
Voor ik het weet, spreekt de geschiedenis. Vanavond ga ik naar een lezing over Nietzsche, een briljant ‘filo­soof’, een ijdele maar, ook in zijn donkerste ja­ren, ijverige man, een Ein­zel­gänger, geplaagd door gezond­heids­kwalen, een man met idolen, een man met onver­vulde ver­­langens, een man met vaste en oersterke overtuigingen waar hij soms ook weer van terugkwam, een man van de con­troverse, een man met een kris­talheldere hand van schrijven, hoewel soms ondoordringbaar, een man van aforismen, van de po­lemiek, een scherp­slijter. Hij was een veellezer, op allerlei terrein, een fascinerende maar misschien ook beklagenswaardige man.

Nietzsche (1844-1891) werd al op 25-jarige leeftijd hoogleraar klassieke filologie; hij gaf de Duitse nationaliteit op en vertrok naar de universiteit van Basel. Zijn filologisch werk was onder­hevig aan grote kritiek, het beeld dat de academische wereld van hem had, brokkelde af. Hij leed aan heftige migraineaanvallen. Tien jaar later legde hij zijn hoogleraarstaak neer en zwierf vanaf dan, stateloos, naar streken waar het klimaat het meest gunstigst was voor zijn zwakke gestel. Op 3 januari 1889 brachten om­standers hem naar zijn pension (in Tu­rijn), nadat hij huilend een paard om de hals gevallen was dat afgeranseld werd. Vanaf dat moment heeft hij nauwelijks nog een helder moment beleefd en was hij geestelijk dood. Maar wat een enorm werk heeft deze man verzet, waarvan veel nu 100 jaar later nog steeds actueel is. Een man van strijd, van eenzaamheid.

[Afbeelding: 'Morgenrood' van Saniye Bildirich.]

Geen opmerkingen: