Pagina's

maandag, november 20, 2006


Een observatie
Daartegen kant zich deze dag
Toen ik na een jaar oponthoud weer eens per trein naar Den Bosch ging, op de dag dat voor meteorologen de lente begint maar een koude noord­oos­ten­wind over de perrons blies, was ik de stille getuige van klein maar tenenkrommend geweld. Een jonge bleek uitziende moe­­der wist zich geen moment te beheersen naar haar om onduidelijke redenen huilende dochtertje in de kinderwagen.
“Hou op met dat gedrein.” “Stil nu”, snauwde ze van bo­ven­af. “Stil jij!” Maar dat was tevergeefs. En in het huilen vroeg het meiske: “Mamma boos?”
“Dat weet je best kleine trut. Dat gedram. Denk daar maar eens over na, dreinkop!”
“Ophouden zei ik!” Haar bloed kookt. Zij laat zich gaan, ze beeft en trilt. De uitzinnig­heid een dreumes zoiets toe te bijten. Ik liep wat passen verder zodat ik het meisje kon zien; ze bleek een peuter van amper drie jaar wier ver­driet genegeerd en geschonden werd – haat is geweld tegen het hart - en dat schaamteloos geboden kreeg over haar gedrag na te denken. Nu reeds kreeg ze de ellende van haar moeder over haar heen, alsof het een menselijke wet is dat te doen, terwijl er altijd wordt gezegd het juist an­ders te (willen) doen dan je ouders je voordeden. Maar hoe is het voor hen die geen geluk hebben gekend. Is het dan nog te leren en door te geven? Geluk is wel geen doel op zich, maar in de vorm van aandacht en mildheid en toe­wijding wel een grote behoefte, zoniet de eerste. Ik zag een gezichtje vol tranen en snotterigheid. Haar moeder bleef al die tijd achter de wagen staan, rookte starend ‘ins hinein’ haar sigaret en dronk haar ‘perron-koffie’. Het kind lijkt een ongelukkige last. Waar is haar liefde, haar ver­antwoor­delijk­heid, haar zelfbeheersing? Ik voelde me sprakeloos en bedacht dat dit openlijke drama moge­lijk slechts een flauwe afspiegeling kon zijn van hoe het er thuis aan toe gaat als het deze vrouw niet naar d’r zin gaat en dat het kleine meiske geen hoop kent op een troos­ter(es). ‘Mogelijk’, al geeft het ‘dat weet je best kleine trut’ en ‘dreinkop’ een sterk vermoeden dat het niet toevallig om een slecht moment gaat. Niets is hopelozer dan het zon­der deze liefde te moeten stel­len. Geen vriendschap. Geen respect.
Eeuwige eenzaamheid?
[De dag van de rechten van het kind. Afbeelding: Moeder en kind, Willem Hofhuizen.]

1 opmerking:

Anoniem zei

Wat mij nog meer zorgen baart is dat het tafereel wat je omschrijft op een gemiddelde zaterdag in een gemiddeld winkelcentrum tientallen malen geobserveerd kan worden, vaak flarden van onbegrijpelijke typeringen naar kinderen, ongeremde woede onderling tussen ouders en geprojecteerd op kinderen.

Waar komt het vandaan, die ongeremde boosheid maar nog belangrijker; hoe komt het ooit goed met die kinderen en zeker ook met die ouders.
Wie en waar stopt het!?