
Hoe zullen we het noemen: menselijke waarheid?
“Aandacht, nabijheid, liefde, toewijding … en daaruit zal een mens opstaan.” Dat is niet een cryptische verwijzing naar de verrijzenis, maar een uit ervaringen van velen geboren inzicht, hoewel ik hier Andries Baart citeer, “het is de kiem van een relatie.” Wanneer een zorgverlener, van welke discipline ook, louter denkt in protocollen en technieken of direct afkoerst op ‘oplossingen’ of er aan de andere kant met zijn hoofd niet bij is, heeft h/zij slechts oog voor een specifiek probleem waarbij de persoon om wie het gaat ongezien of ongemoeid blijft. Dát is het stille en onpersoonlijke geweld waarvoor vrijwel iedereen een feilloze antenne heeft, zich genegeerd voelt, meteen proeft dat zijn of haar verhaal er niet toe doet, niet van waarde lijkt. Dat is de afwezige, asymmetrische houding, haaks op de behoefte en belangen van de ander die primair respect, erkenning, begrip en aandacht verlangt.
“Gerespecteerd te (willen) worden is de meest onuitroeibare eigenschap van het menselijk hart”, zegt Blaise Pascal. Niets is zo beschadigend als het ondervinden van een ‘Wille zur Macht’, dan keer op keer, stelselmatig, vernedering te ondervinden. Daarom schrijft de Israëlische filosoof Margalit, “dat we het goede niet hoeven te bevorderen, maar het slechte, de vernedering, dáár moet onze aandacht op gespitst zijn, die moeten we bestrijden.”
[Zie het (mooiste) essay over Aandacht van Andries Baart (Lemma, 2004). Schilderij “Aandacht” van Herman Tulp.]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten