Pagina's

vrijdag, november 10, 2006


Een Kasteel, De Gastvrijheid, De Vriendschap
De ziel van een huis

Het is een prach­tig gebouw, daterend uit de 14de eeuw en oorspronkelijk een mid­deleeuwse havezate. Een paar hon­derd jaar later is het verbouwd tot wat het nu nog is, maar het kraakt naar oude tijden.
Grote sfeervolle huiskamers met riante zithoeken met ouder­wets, met nostalgisch maar ook antiek meubilair, met warme vloer- en tafelkleden, met een reusachtige schouw met gebeeld­houwde ornamenten langszij en overal grote schilde­rijen, vele met typische verbeeldingen uit de middeleeuwen. Precies even betoverend zijn de zeer grote en rijk gestoffeerde tweeper­soons­slaapkamers en de torenkamers op de eerste ver­dieping. Alleen de tweede verdieping, de zolder, kent uitgesproken eenvoud. Daar, op zolder, ‘woonde’ ik even, in Morgenstond. Aan de oostzijde, en door het raam zag ik dat er ’s morgens een doorzichtig laken van mist over de weide ligt.
Er zijn elke keer weer aardige gasten en heel weldadige en waardevolle ontmoetingen. De een komt voor bezinning op zijn bestaan omdat er keuzes gemaakt moeten wor­den, de ander voor louter rust in een om­geving die zo gastvrij is dat het een eiland lijkt in een we­reld waaruit gevlucht is, en weer een ander om een bepaalde tekst te voltooien. Velen, zo blijkt, komen er heel gere­geld. Sommigen, neen, velen hebben moeilijke, pijn­volle, geschiedenissen achter zich waarvan in deze oase weinig geheim blijft omdat de gasten in alle discretie een voor elkaar ver­rassende open­heid, betrokkenheid en bezorgdheid tonen. In een hotel blijven de vreemden vreemd, maar hier zijn de grenzen ver opgeschoven, er is geen sociale huiver, maar ook is er geen vrijpostigheid, geen opdringerigheid. Mensen zijn gekleed in hartelijkheid want daar is, bij niet allen even nadrukkelijk, ook een onstilbare behoefte aan. Men laat zich gemakkelijk aanspreken; het ge­beurt zó rustig en respectvol dat mensen er verguld mee zijn, wat overi­gens niet wil zeggen dat iedereen zijn ziel blootlegt. Maar wat vriendschap is, wordt ten diepste ervaren, dat is het wonder(lijke) van Slangenburg.
Ondanks dat een vlechtwerk van meest donkergrijze wol­ken geruisloos voor de volle maan schoof, bleven op de avond van 4 november de eiken­bomen langs de paardenwei waar ik op uitkeek zo goed weerspiegeld in de gracht dat de schaduw bijna evenveel vertelde over het gebladerte als overdag.

Evenals vorig jaar ben ik weinig toegekomen aan het voorgenomen lezen want al schreef ik een korte impressie over Jeroen Brouwers, zijn boek moet ik nogmaals lezen. Steeds weer ben ik dankbaar opgehouden door persoonlijke, warmhartige, ontmoetingen met vele mensen wier gestalten, gezichten en geschiedenissen mij boeiden, ontroerden en zullen bijblijven. Naar hen ging mijn aandacht uit, met hen heb ik mij verbonden, en ik heb werkelijk ervaren hoe deze kracht van aandacht – waar zo’n mateloos verlangen naar bestaat – bij sommigen langdurig was ondergesneeuwd en weer teruggevonden werd.
Partir c’est mourir un peu.

1 opmerking:

Anoniem zei

Het kasteel slangenburg ziet er prachtig uit en zeker in een hele mooie stille omgeving.
Voor mij iets te stil hoor!