Pagina's

donderdag, februari 15, 2007

De ontroerbaarheid
[De aardgeest I]

Ik geloof dat ik pas na mijn vijfenveertigste me werkelijk jong ben gaan voelen. Ik heb het gevoel toen een stadium bereikt te hebben dat zich nadien niet meer veranderd heeft. Mijn ge­zicht is niet dat van een vijfenveertigjarige man, dat besef ik natuurlijk, maar het bewogene, de geest, die is niet gaan zwerven. Terwijl toen ik jong was, ik me soms een oud man voelde.
Dat overkomt veel jonge mensen. De jeugd. Het zoeken, de onzekerheid, het zich overal aan ergeren en in opstand raken. Denk je eens in hoe jonge mensen zich de ouderdom voor­stellen, daarin komt hun onevenwichtigheid tot uitdrukking. Zij zien het als een tijd van ellende en ziekte, een volledige aftakeling, slechts wachtend op de laatste ademtocht. Veel oude mensen, die niet in staat waren noch begrepen hebben jong te worden, denken er precies zo over, en mij dunkt, zij hebben geen ongelijk ... wat hunzelf betreft. Maar als men ontvankelijk blijft, als men geen vastgeklonken ideeën, geen plannen, geen eerzucht heeft, wanneer men het durft kwets­baar te blijven .... Hoe kwetsbaarder, hoe openhartiger, daar komt ‘t op aan.
Is het niet de illusie van de jeugd te geloven dat je je eenvou­dig alles kunt veroorloven? Niets is zo onwaar als dit. En tot wat voor frustraties leidt dit wel niet. Terwijl de wijsheid der jeugd in het ouder-zijn juist het besef kent dat er grenzen zijn, dat je het ene kunt doen maar het andere moet laten, dat je weet dat niet al je wensen in vervulling gaan.
De dwaling van de jeugd is dat zij haar wensen voor realiteit aanziet en daaraan een grenzeloos geloof hecht. Juist dat is het onnatuurlijke. Vechten tegen de natuur, die zijn eigen wetten kent, dat is waanzin. (Miller is ongeveer tezelfdertijd ‘jong’ geworden als hij als schrijver wist op te vallen. Dat was in 1934, met de Kreeftskeerkring.)
Ik hoopte zoniet een tweede Dostojewski te worden – een Amerikaanse Dostojewski – dan wel hem op z’n minst zo dicht mogelijk te naderen. In de grond van mijn hart wist ik zeker dat ik het tegen hem niet kon opnemen, daarvoor stond hij te ver weg, maar een voorbeeld, dat was hij zeker. Daarnaast was er Knut Hamsun. Wat betreft de onderwerpen en de personen was het Dostojewski, maar waar het om vorm en stijl gaat was Knut Hamsun mijn ideaal. Een stijl die mij altijd voor de geest zweefde en die ik ooit zou wensen te be­heersen. Zelfs nu denk ik nog vaak: kon ik maar schrijven zoals Hamsun. Hij behoort tot de weinige schrijvers wiens werk ik steeds weer lees zonder er genoeg van te krijgen. Een openbaring. Zijn roman Mysteriën heb ik misschien wel vijfmaal gelezen en iedere keer opnieuw stel ik vast dat het een meesterwerk is.
Het is eigenaardig dat de critici nooit aan Knut Hamsun ge­dacht hebben als ze het over mijn stijl hadden. Men heeft mij vaak met Petronius Arbiter, de Petronius van Satyricon, ver­geleken. Niet geheel ten onrechte trouwens. Ik had zo mijn voorbeelden die ik nastreven wilde, allereerst deze Petronius. En natuurlijk ook Rabelais, maar bijvoorbeeld nooit Balzac, die verveelt me. Balzac is vermoedelijk te veel romancier, te gemakkelijk. Te lichtzinnig geloof ik.
Als het werk van een schrijver omvangrijk is, ben ik altijd wantrouwend. Een man die honderd boeken schrijft, ik heb ’t er niet op. Vroeger is mij verteld, dat Balzac dertig romans onder pseudoniem heeft geschreven en tot zijn eenendertigste niet één onder eigen naam. Ik wil graag aannemen dat het klopt, maar is het niet tamelijk onwaarschijnlijk? Balzac is overigens niet de enige die ik niet lezen kan. Moby Dick bij­voorbeeld, zal ik nooit lezen. Een meesterwerk, maar het ligt me eenvoudig niet. En Stendhal zou ik verschrikkelijk graag willen leren kennen, maar met de beste wil van de wereld, neen ik breng het niet op. Ondoordringbaar. Evenzo met Shakespeare. Vroeger heb ik werk van hem gelezen, maar er van begrepen heb ik niets. Nu is het te laat.
Eerlijk gezegd, het enige dat ik nog zou willen ontdekken, dat zijn misschien de occulte auteurs. Ik heb er al veel gelezen, word er ongewoon sterk door aangetrokken. Ik heb een uitge­sproken zwakte voor wat men de occulte wetenschap noemt. Een wereld die me mateloos veel genoegen schenkt, bijna evenzeer als seks.
Er wordt dikwijls gezegd dat twee categorieën boeken geen publiciteit verdienen: het occultisme en de pornografie, of laten we zeggen, de erotiek. Dat is ongetwijfeld waar. Beide beroeren in ons waarnaar wij hongeren.
Eigenlijk is het onjuist dat ik het daareven alleen over de stijl van Hamsun had. Het is moeilijk te zeggen, maar wat mij vooral in hem boeide, is dat al zijn vrouwelijke hoofdfiguren telkens in de liefde zijn gefrustreerd. In mijn leven heb ik niet anders ervaren. Ik wil maar zeggen, op dit gebied ben ik be­hoor­lijk gefrustreerd geweest. Niemand zou dit vermoeden, omdat ik het altijd maar had over mijn seksuele affaires, op het buitensporige af. Maar over de ware liefde sprak ik niet, uit­gezonderd misschien in geringe mate met betrekking tot Mona, de vrouw die herhaaldelijk in mijn boeken voorkomt. Er zijn vrouwen over wie ik nooit zal schrijven. Dat is zoiets als een taboe voor mij. De ware liefde verzwijgen. De puur seksuele relaties, dat is iets anders. En bovendien, ik toon me bij voorkeur van mijn slechte zijde. The evil side.
[Afb.: Knut Hamsun, schilderij van Alfredo Andersen (1881). Hamsun ontving in 1920 de Nobelprijs voor literatuur voor zijn monumentale werk Growth of Soil.]

8 opmerkingen:

Anoniem zei

Jij toont je slechte zijde? Dan ben ik benieuwd wat voor logs je schrijft als je je goede zijde toont..
prachtig geschreven weer, Marius. Ik heb ook gemerkt dat ik niet alles kan lezen wat ik wil lezen. Het verdriet van België... ik kom er niet doorheen.

Anoniem zei

Dank je wel Aefke - maar mogelijk is het je ontgaan, de ik is hier, zoals gisteren beschreven, Henry Miller.

Anoniem zei

Ik moet blozend bekennen dat ik nooit wat van Hamsun gelezen heb, maar ik ben het eens met wat hij over Balzac zegt, want ik vind die ook niet te pruimen.

Anoniem zei

De eeuwige jeugd trekt wel. de grijze haren worden bedekt met verf en de botox programma,s van extreem make over enzo bewijst des te meer dat we bang zijn voor de "golden years"
Ouderdom houdt inleveren in en wie wil dat nu ..

Ook moet ik toegeven weinig klassiekers gelezen te hebben (Jules Verne en Jan Wolkers e.d ken en heb ik wel gelezen)
Maar de biografie van de voor mij onbekende schrijvers vind ik erg boeiend te lezen. Wie weet..

Anoniem zei

Oude mensen lijken tegenwoordig veel jeugdiger, in geest dan.
Ze gaan ver op vakantie, joggen, gaan uit, doen aan sex:-))
Je hoeft als oudere niet meer achter de geraniums te zitten of al "dood" te zijn op je 65e.

Anoniem zei

Henry wist het goed te vertellen. Ik heb het twee keer zitten lezen. Het gevoel jonger te zijn als toen ik in mijn 20er jaren was, herken ik wel. Maar toen had ik dan ook nergens tijd voor.

Anoniem zei

Heel herkenbaar, en o zo wijs gesproken! En jij Marius, hebt de essentie van wat hij zegt, goed weten weer te geven. Hoedje af, het is niet amkkelijk in de huid van een ander te kruipen in een poging die beter te begrijpen. Knap staaltje journalistiek!

PS: ik leef met je mee, het is niet makkelijk een dierbaar dier te verliezen...

Anoniem zei

Het is NOOIT te laat voor Shakespeare, integendeel; hoe later hoe beter.