
[De aardgeest XII]
(Slot.) Alle onzekerheid, die conflicten tussen mensen met zich meebrengt, is afkomstig van de menselijke ziel zelf. Zij kent geen uitwendige oorzaken. Het is bijna lasterlijk zoiets te beweren, want vandaag de dag meent men niet anders dan dat alle kwaad zijn oorsprong heeft in omstandigheden. Ik geloof daar niks van. Het leven zelf is goed, om het even onder welke omstandigheden. Wij zijn het die het onmogelijk maken het leven te leven, wij en niet de goden. Niet het noodlot. Niet de omstandigheden.
Het is voor de mens absoluut noodzakelijk als mens, en niet als dier, te kunnen leven. Maar tegenwoordig leeft de mens zelfs niet als een dier, maar lager nog. Slechter. Hij leeft niet, hij wordt geleefd. Het eigenaardige is dat hij toch een geest heeft …. hij is in staat van God te dromen, zich gewichtige vragen te stellen. En toch, zijn persoonlijk leven is ronduit afschuwelijk, hij leeft nog erger als een rat. Hij is schuwwekkend. Hij verwaarloost zijn persoonlijkheid en kent geen hoop.
Het grote conflict ligt tussen de mensen die hoopvol zijn en ons die hem hebben verloren. Wij in het Westen kennen weinig hoop. In zekere zin zijn we passief, al zijn we nog zo druk en nijver. Veel warmte en overtuiging komt er niet aan te pas. We dobberen niet eens tussen hoop en vrees, neen, we doen alles automatisch.
Van het Oosten kunnen we nog heel wat leren, terwijl zij van ons niet veel op te steken hebben, hoogstens wat trucs, enige uitvindingen, comfort. Mooi is dat. Maar wat het werkelijke leven aangaat, het psychologische …. De ziel. Een woord toch dat men nauwelijks nog hoort. Een woord dat hier bezweken is. De beschaving. Hoe kan men mensen als beschaafd beschouwen wanneer ze elkaar onophoudelijk vernederen en uitmoorden? En als het daar nog maar bij bleef. Neen. Maar ik ga nu niet alles opsommen dat volstrekt indruist tegen elk idee van beschaving.
In mijn leven heb ik misschien tien mensen ontmoet van wie ik werkelijk kan zeggen dat ze innerlijk beschaafd zijn. Marcel Duchamps bijvoorbeeld … ja, dat was een beschaafd mens. Hij harmonieerde met het leven, was erg tolerant.
Eerlijk gezegd, ik heb geen idee waar ze zijn, de beschaafde mensen. Ik zie slechts lieden die voortdurend bereid zijn allerlei afgrijselijkheden te begaan. Tot verbazing, tot ontsteltenis, telkens weer. Dat iemand denkt als een God, dat hij zelfs vergelijkbaar zou kunnen zijn met God, dat verwondert me niet – maar al die gruwelijkheden waarmee hij zich inlaat.
De totale nederlaag. Het beest. De duivel. Nietzsche’s ‘oppermens’ is altijd verkeerd begrepen en uitgelegd. Over de oorlog zegt hij bijvoorbeeld dit. Wanneer er twee in wezen elkaar vijandelijke grootmachten zijn – zoals Rusland en de Verenigde Staten – dan moet de sterkste van de twee verklaren: wij zijn onoverwinnelijk, de machtigsten, en daarom leggen we de wapens neer en geven ons over. Een andere mogelijkheid de oorlog te beëindigen is er niet.
De verwarring. De duisternis.
Er is lange tijd niet naar gevraagd noch naar uitgekeken, maar tegenwoordig verlangt men naar vrijheid, en men vindt ze ook. Niet alleen in de literatuur en in het theater, maar ook in het leven zelf.
Marquis de Sade heeft eens gezegd, dat ieder het recht heeft met eigen lichaam te doen wat men wil, dat ieder daar zelf over moet beslissen. Tegenwoordig (1969) gaat dat wel wat verder. Als je in de parken van New York die naakte jongens met hun banjo ziet, dan wekt dat wellicht het lachen, maar het geeft toch te denken. De politie staat er doodgemoedereerd bij en amuseert zich. Ongelofelijk, dat dit mogelijk is. In wat voor een wereld leven we eigenlijk? En dan die uitdossing met bloemen. Dat is nog eens surrealistisch!
De jeugd. Iets duurzaams draagt ze niet bij aan onze gemeenschap. Bevliegingen. Schermutselingen. Pogingen zijn het. Of moet ik het er op houden dat ik toch te weinig vertrouwen heb in mensen om te kunnen geloven dat daar iets uit voortvloeit dat standhoudt.
“Just wild about Harry”, zo heet het (enige) toneelstuk dat ik ooit schreef. Harry keert terug van het oorlogsfront. Hij is volkomen aangeslagen, misschien niet eens zozeer vanwege de doorstane angst, als wel door het soort beschaving dat een dergelijke slachting kon aanrichten. Eenmaal terug weet hij zich niet meer te schikken in het burgerlijke leven. Hij wordt een ware buitenstaander. De verwerping. De weigering.
Hij wordt pooier.
In werkelijkheid beschouwde hij dat niet als een beroep voor het leven. Hij was tot van alles in staat … van alles, wat slecht is dan.
Doch volgens mij ook tot de dingen die goed zijn. Zowel het kwade als het goede waren in hem verenigd, dat is wat mij zo in hem aantrekt. Een woest heerschap, waar ik veel mee opheb. Raar eigenlijk, want het was bepaald een slechterik. Toch een man met hart in zijn lijf. In wezen houd ik het meest van schooiers, van nietsnutten. Ik heb een zwak voor ze, omdat die ‘brave burgers’ mij meters de keel uithangen. “The good people”, het goede geweten …! Dat soort mensen zijn erger als de allerslechtsten, met uitzondering dan van Hitler. Dat meen ik. Want over het algemeen zijn het huichelaars, de mensen die het zo voor de wind gaat en die voorgeven een onberispelijk leven te leiden. Het fatsoen. De walging. Dan zie ik nog liever de priesters: dat zijn pas echte huichelaars. Ik houd van mensen die twee gezichten hebben en ze niet verbergen – dat is tenminste menselijk.
Alles wat menselijk is, is mij lief. Natuurlijk, engelen bestaan niet. Maar hij, de engel, behoort tot de symbolen die wij nodig hebben – God, de engelen, de heiligen – maar als je het waagt ze nu te noemen, dan word je aangestaard. Dan wordt er gezegd: “Maar dat is toch achterhaald. Archaïsch!” Toch ben ik ervan overtuigd dat deze woorden, deze beelden – want dat zijn het, voorstellingen – onze wortels raken. Het beeld van de reinheid. Realisten horen dit niet graag.
De engel. De clown.
Ik was graag een clown geworden. Mijn vroegere zelfbeeld, ofschoon wat het in wezen behelsde mij ontging. Later ontdekte ik mezelf als clown te zien, en te begrijpen. De clown en de engel, ze zijn nauw verwant. Een goddelijke overeenstemming.
In mijn volgend leven wil ik een doodgewoon mens zijn. Een simpele ziel. Een ‘nobody’. Ja, als ik ooit nog eens op aarde terugkeer, zou ik de ootmoedigste onder de mensen willen zijn, een onbekende, een die niets doet.
Dat is mijn ideaal.
[Aquarel by Henry Miller, “A vous cher ami”.]
11 opmerkingen:
Ik heb steeds het idee dat je niet letterlijk, maar ónder de regels moet lezen. Twaalf mooie hoofdstukken, een kostelijk geheel Marius. En nu?
"Wanneer er twee in wezen elkaar vijandelijke grootmachten zijn – zoals Rusland en de Verenigde Staten – dan moet de sterkste van de twee verklaren: wij zijn onoverwinnelijk, de machtigsten, en daarom leggen we de wapens neer en geven ons over. Een andere mogelijkheid de oorlog te beëindigen is er niet."
Nog nooit heb ik een dergelijke rake analyse én oplossing van conflicten gelezen. Een adagium dat ik zeker in mijn levensboek bij wil schrijven...
Heel erg jammer dat het voorbij is, Marius. Maar ik weet dat je ons morgen met wéér wat knaps en nieuws zal verblijden...
Ik heb er van genoten Marius ! En geprobeerd zoveel mogelijk goed te begrijpen :) Bedankt voor de posten over Henry Miller. Ik vind het een mens naar mijn hart. In deze laatste post ook weer over dat huichelen en hoe hij daar over denkt! Ik begrijp wat voor soort mensen hij daarbij voor ogen heeft.
Draagt de jeugd niets duurzaams bij aan onze gemeenschap? Daar kijk ik van op.
Waarom uitstellen? Waarom niet in dit leven?
Ja, inderdaad, we hebben maar één leven, maar hij zei het toen hij bijna 70 was. Tegenwoordig denkt men een second life te hebben, maar die wereld wordt gedeeltelijk bevolkt door mensen die van hun thirst life niet veel weten te maken. (Komende dagen wat luchtigers, en korter.)
Heb eindelijk je weblog eens gezien en wel een uur zitten 'bladeren'. Ik herken je stijl in de artikelen van vroeger, toch is het nieuw en prachtig. Deze aardgeest van je zou meer gelezen moeten worden.
**off topic**
Mooie wel korte, weergave van een ellendig lang verhaal.
Herkenbaar,en logische gevolgen van.. hopenlijk vind ze alsnog een fijne (t)huis.
*bedoelt de boekjes dus*. MIjny..
(maar de betalingswijze is me onbekend heb hier ook een mail over gestuurd bij de plek van bestelling..)
Het was een genot deze reeks te lezen. Een oprechte "dank je wel" kan ik niet achterwege laten.
dit deel is(voor mij) wel het meest wezenlijke. ik kan er niet veel op terug zeggen, in alles wat er staat zit een waarheid die mij door elkaar schudt. Dank je.
Een reactie posten