
[De aardgeest VII]
Of iemand er over spreekt of zwijgt, daaraan herkent men de echte Zen. Ik ben het niet. Het boeit me, en meer dan dat, ik ben er voor geboren. Daarom ben ik er aan gehecht en is ’t me niet vreemd. Maar er naar leven, neen, dat geloof ik niet. Ik heb zo mijn eigen opvattingen over de Zen, dat is me voldoende.
Ik woonde in het westen van de Verenigde Staten, in Californië. Juist in die streek vindt men tegenwoordig (het is 1969) een opvallende gerichtheid op het Oosten. Dat is heel merkwaardig want vroeger, in de tijd van Thoreau, Whitman en Emerson, wist de Oosterse gedachtewereld vooral het oosten van het land te bekoren. Nu is het precies andersom.
Het wemelt daar van de ‘ismen’, alle mogelijke sekten. Dat is niet het gevolg van de grote Amerikaanse rusteloosheid. Neen. Niet de radeloosheid, die manifesteert zich in het hele Westen. Het is een goed teken, een teken van de overgang. Een teken dat men op zoek is. Een nieuw kompas.
“The wisdom of the heart”. In Londen, nee eerder nog, in Parijs ... heeft iemand mij eens het boek van een Engelse psychoanalyticus gegeven. Zijn naam ben ik inmiddels vergeten, maar het was een begaafd man uit de Harley-Street, een typische artsenstraat in Londen. Zijn denkbeelden hebben een diepe indruk op me gemaakt. Hij was in Indië geweest en heeft zich veel van de Indische filosofie eigen gemaakt. In zijn boek staat het woord ‘hart’ centraal. Als ik me goed herinner, heette het de Oorlogsdans. De titel doet het niet vermoeden, maar het ‘hart’ komt buitengewoon dikwijls ter sprake, en toen ik een paar dagen geleden André Gide’s opmerkingen over Dostojewski las, ontdekte ik dat ook hij de intellectuelen verachtte. Zij belichamen de duivel ... de grote verzoeking waarmee de duivel ons lokt. Dat zegt zelfs Gide. En Dostojewski’s helden, zijn hoofdpersonen zijn steeds mensen die het gevoelsleven hoger achten dan het verstand. Het gevoel. De essentie. Het hart.
Het verstand, dáár komt de verzoeking vandaan.
Later ontmoette ik in Londen deze Engelse analyticus. Het was verrassend te zien hoe weinig hij daar van weg had, nee, hij deed me eerder denken aan een Indisch wijsgeer. Hij was Engelsman in hart en nieren, dat wel, maar doordrenkt van een Indische gedachtewereld. De geest. De cultuur. Ook volgens hem zou men zich moeten laten leiden door het gevoel. Het hart. Niet het verstand. De Rede. Het intellect is schadelijk. Het bederft. Het verminkt.
De hartstocht is een deel der wijsheid. De dichter William Blake zei eens: “The tigers of rage are wiser than the horses of instruction.”
Ik hoop niet ooit zover te komen dat ik mijn innerlijke conflicten kan beheersen. Perfectionisme staat me tegen. Met mezelf wil ik altijd in conflict blijven ... niet met anderen, niet met de wereld, maar met mezelf. Ik houd van helderheid, van opgewektheid. Ik ben lachlustig van aard. Als ik denk aan Boeddha met die onbestemde zekere glimlach, wonderbaarlijk is dat. Ik weet dat ik ’t nooit zover zal brengen, maar ik wens ’t me ook niet. Laat mij maar zijn zoals alle anderen. Hindernissen. Nederlagen. Je wordt er altijd wijzer van. De verrijking die het geeft, daarin ligt juist de wijsheid.
Het Nirwana is in ’t geheel niet wat men vaak denkt: een bespiegelende gelukzaligheid. Nee, het is een verwerkelijking, een voltooiing. Geen liefde zonder lijden. Geen voltooiing zonder strijd. Het is je reinste onzin te geloven dat je volmaakt kunt worden, dat er geen conflicten meer zijn, geen twist of twijfel.
Het paradijs is niet populair. De aanlokkelijkheid van de hel is groter. Daar waar het onkruid zo welig tiert. De hel is zoveel interessanter. De bekoring. De opwinding. De natuurlijke weg naar de wijsheid, een onomstreden waarheid.
Een leven in het paradijs kan ik me niet eens voorstellen. Gérald Robitaille, mijn secretaris, heeft een stuk geschreven waarin God naar de aarde keert om na te gaan wat daar zoal gebeurt. Sedert eeuwen was hij niet meer op de hoogte ... Hij sliep. Plotseling interesseert hij zich voor de wereld en besluit te gaan kijken hoe het er in die hel aan toegaat. Hij vindt een gigantische menigte en treft daarin Rabelais aan, en Marquis de Sade, Gilles de Ray, alle denkbare monsters. God ziet om zich heen en verklaart dat het bij hem toch heel wat interessanter en aardiger is.
Het doet me denken aan wat D.H. Lawrence over Jezus schreef, in het boek waarin Christus terugkeert naar de aarde. Maar ditmaal is hij mens als alle anderen, een of andere idioot. Er is één verschil: “He finds life wonderful now, he enjoys life.” Eenvoudig omdat hij zijn persoonlijkheid verloren had – en tegelijkertijd zijn overspannen idee de wereld te willen redden. Van zulk een bezetenheid moet men zich bevrijden, want de wereld willen redden is meer dan een dwaze vergissing.
“Hoe wordt de wereld gered ... als dit al ooit zal gebeuren?” Ik kan het me wel voorstellen, vermoedelijk alleen wanneer er zich een verschrikkelijke ramp voltrekt. Een ware catastrofe, zo een die ons overrompelt. Volkomen onverwacht. Het is denkbaar dat de mens, onder indruk van dat onheil, tot een nieuw bewustzijn komt. Alles wat hij was, valt van hem af. De problemen van tegenwoordig zijn niet opgelost, maar vergeten. Deze worden verdrongen, of beter gezegd, zullen vanzelf verdwijnen.
Het lijkt wat onnozel om over het onmogelijke te spreken. Maar het onmogelijke is zoveel beter dan het waarschijnlijke, want het is duizendmaal aanlokkender. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat niets onmogelijk is ... – niets, wel te verstaan. Ik geloof ook dat zolang de mensheid bestaat, de mens in al die tijd er nog verre van is als mens te leven. Lawrence zei: “Een hond blijft altijd hond, ’n paard een paard, ’n bloem een bloem. Maar een mens, blijft hij een mens? Hij is het nog niet eens!”
In werkelijkheid heeft de mens nog geen idee van de kracht die hij bezit en voorstelt. Wat een mens al niet moet ondervinden eer hij werkelijk mens kan zijn. “Er müszte einen ungeheuren Schock erleiden.”
[Schilderij “De oorlogsdans” van Marijke Vonk. Mannen die ten strijde trekken. Baren wij hiervoor onze zonen? Voor mij is dit ‘het hart als gebroken goed’.]
8 opmerkingen:
Miller spreekt over de glimlachende Boeddha, maar was hem ook de breeduit lachende, de levenslustige bekend? (http://www.setafiori.nl/foto/aanbiedingen/lachende-boeddha.jpg).
Dit beeld is niet zo populair als wat wij normaal als ikoon voor het boedhisme kennen, maar spreekt mij persoonlijk wél meer aan: een lachende Boeddha staat voor geluk, blijheid, succes, welvaart en voorspoed. Vooral de blijheid knoop ik in mijn oren (maar dat had jij wel al begrepen hihi). Heb die nog in een ver verleden geschilderd ook.
Vergis je niet: ik kleef het boedhisme niet aan, geen enkele godsdienst ten andere.
Ik kan me in veel van wat Miller zegt terugvinden, alleen zijn herhaaldelijke aanvallen op de intellectueel, dààr heb ik het moeilijk mee... Hoe denk jij daar over, Marius?
Hij bedoelt (hoop ik) het strakke, strenge intellectualisme, de pure, calculerende rationaliteit en 'vergeet' ahw dat veel intellectuelen gelukkig ook hun sensitieve kant hebben ontwikkeld - maar in wezen heeft hij gelijk, ook al spreekt hij zich vaak tegen (maar Gide zei, alleen domme mensen doen dat niet).
Ik kan me het ook voorstellen. Vooral omdat het nu op kleine schaal ook gebeurt: wanneer er iemand bijvoorbeeld overlijdt uit je sociale kring of familie. Dan vergeet je ook de verplichtingen en sores van alledag. Je leeft dan heel puur, zonder te weten/interesseren wat er 'buiten' speelt.
In werkelijkheid heeft de mens nog geen idee van de kracht die hij bezit en voorstelt.
Klopt helemaal. De mens is dit al héél erg lang kwijt, en staat veels te ver van zijn kracht af.
Sommige zenmeesters spreken mij wel aan. De visie, de gedachte of beter geen gedachte er achter. Niet Za-Zen. Dat vind ik niks. Uren zitten is niets voor mij. En wat het boeddhisme betreft: Boeddha heeft natuurlijk wel wat meegemaakt voordat nirvana werd bereikt. Het is ook een allegorisch verhaal. Het pad wat elk mens zou kunnen doorlopen. Echter, het grootste deel van de mensheid blijft onbewust van een wezenlijke staat van het bewustzijn die binnen ieders mogelijkheden ligt. Afijn, William Blake was een apart soort mysticus. Een soort van geniale gek.
Ik pik van alle geloven wat mee .Zo geloof ik in een hemel en ook dat we meerdere levens op aarde moeten leven om elke keer weer iets bij te leren ! Dus ik heb er nog wel een paar te gaan :)
tot zo ver meegewandelt.....nu neem ik een rustpauze....veel plezier met deze wandeling.....mezelf overschat dus daaaag hoor
hm m'n reactie van gisteren staat er niet... Herkansing geeft een korter en beter resultaat!
De tekst kwam goed uit na de onrust op het Roemenie-prikbord waar een Groot Hongarije aanhanger zich asociaal gedraagt en anderen deinen daar dan in allerlei patronen op mee. Ik knipte en plakte wat over voor een overpeinzing daar: het internetgeweld. Hier is dan een oase, niet als aankomstplaats, maar als doorgangsplek of vertrekpunt. In ieder geval: rust.
Een reactie posten