
(Slot.) Jean Marie was een talentvolle jongeman die de kunstacademie helaas verruilde voor drugs, voor een vlucht op de grote vaart waarvan hij na twee jaar weer terugkeerde en in zeer psychotische toestand werd opgenomen in Vijverdal. Hij komt uit een grote Limburgse familie, maar door de ernstige psychoses over meerdere jaren is het contact met de familie praktisch geheel afgebroken. Een broer verblijft in Welterhof, een zus, die onlangs is overleden, was opgenomen in Venray.
Pas de laatste jaren is er een kentering, hij pakt zijn oude talenten weer op, zijn sociale vaardigheden zijn enorm toegenomen en hij is redzamer dan ooit. Sinds kort heeft Jean weer contact met zijn broer Remigius die beeldend kunstenaar is en in Zwitserland woont. Al die jaren is er geen contact geweest, maar via internet hebben ze hem opgespoord. Jean Marie straalt. “Vroeger hield ie van mij, hè Detlef, dan tilde hij me hoog op en gaf me een kus. Nu houdt ie wéér van me.” Ze e-mailen en zijn broer stuurt hem maandelijks 50 euro voor verf om te schilderen. Late, langzame, rehabilitatie. Verloren gewaande herinneringen herleven, verhalen van vroeger worden teruggevonden en verbonden met vandaag. De band met Remigius, lang geleden in het zijns weegs gaan verbroken en bevroren, heeft de tijd doorstaan en voegt iets toe aan het leven van Jean, iets dat zich niet gemakkelijk laat omschrijven omdat het van zo diep gewortelde betekenis is. Een ooit en langdurig verlaten plek is weer ingenomen.
Gerda, 38 jaar, woont ook in De Hage. “Ik ben 27 kilo afgevallen, mooi hè. We moeten die kant op”, ze wijst naar nummer 9. “Welk toverdieet volg je dan?” “Geen dieet, maar de pillen, die hoef ik niet meer.” Zij is licht verstandelijk gehandicapt, vanaf haar jeugd in verschillende internaten geweest en bekend met epilepsie waarvoor ze een paar jaar geleden een hersenoperatie heeft ondergaan. Sedertdien is zij vrij van aanvallen en sinds kort is ook de medicatie afgebouwd. Haar overvolle maar ordelijke appartementje heeft een eigen voordeur, maar binnen is er ook een deur naar de gemeenschappelijke kamer. “Maar daar kom ik niet graag. Met die mensen kun je niet praten, die zijn chronisch. Eigenlijk wil ik naar de Proosdijweg, in de stad.” De laatste maanden voelt ze zich onrustig en angstig, vooral bang dat de epilepsie weer terugkeert. “Dat moet Detlef weer in orde maken, hè Detlef.” “Wij moeten dat doen, jij en ik.”
Vier dagdelen werkt ze in het Trefcentrum van Vijverdal. In haar vrije tijd maakt ze ansichtkaarten, mooie en aparte kaarten, alle secuur in cellofaan gestoken. Ze herhaalt nog een paar keer dat ze liever in de stad zou wonen, op een grotere kamer, weg van hier, alsof daar waar ze niet is het geluk is. Detlef herinnert haar aan de afspraak dat ze het mag proberen en dat haar kamer hier een poos haar kamer blijft.
In De Hage wonen kwetsbare mensen, weinig belastbaar, afhankelijk van actieve aandacht, nabijheid en warmte. Sommigen kijken met verlangen ‘verder weg’, zoals Gerda, maar zoeken in de dynamiek die teweeg is gebracht ook naar veiligheid. Anderen verhuizen daadwerkelijk naar een sociowoning in de stad waar de eisen aan zelfstandigheid toch beduidend hoger liggen en de begeleiding aanzienlijk geringer. Van grote betekenis is ook het werk van de stichting Horizon, het maatjesproject dat al vijftien jaar bestaat en meer dan tweehonderd koppels kent. Gerda, wier ouders nog wel leven maar met wie ze al vele jaren geen contact meer heeft, kent al jaren een vrijwilliger die haar iedere dag opzoekt. Zij noemt hem liefdevol ‘papa’. Een al lang verlaten plek is trouw en standvastig ingenomen. Ook Jean Marie is verguld met zijn maatje.
Ogenschijnlijk weinig anders
De geschiedenis van vergeten is overwonnen. De Hage is gerealiseerd en daarmee ook het principe A ward in a House. Dat is vernieuwend, zowel in de levens van deze mensen als voor de professionals die daar jarenlang voor vochten. Het was een pad vol hindernissen, een pad naar een serie woonhuizen die weinig anders lijken dan de sociowoningen die de Ggz al jarenlang kent. Van ‘buitenaf’ gezien is dat zo, van ‘binnenuit’ niet. Daar ontwikkelt zich een nieuwe, gemengde, begeleidingscultuur. Het gaat niet meer om het oude duo patiënt en hulpverlener, maar meer om een zo gewoon mogelijk sociaal weefsel: bewoners, familieleden, vrijwilligers en hulpverleners die als zodanig willen terugtreden en zich profileren als levensassistenten. Dat is niet zomaar een ‘nieuwe jas’, maar dat is, naar binnen gezien, een fundamenteel andere houding die zich door de jaren heen heeft gevormd en nu tot zijn recht gaat komen.
Zorg in een klimaat van aandacht, van aanwezigheid, van geborgenheid is hier het meest geëigend, maar past evengoed in de context van vermaatschappelijking, maar dan wel zonder haast, zonder illusies over zelfredzaamheid. De grenzen van het mogelijke liggen niet vast. De cultuur van het dagelijks leven lijkt zo weinig anders dan voorheen, maar voor de bewoners is de werkelijkheid anders. Nieuwe tijd, nieuwe ruimte, nieuwe vrijheden. En ook voor de professionals opent zich een werkelijkheid waarin men eindelijk ‘veel van het oude’ kan verlaten. Dat is niet alleen de architectuur van het moederhuis, alhoewel een dwangsysteem op zichzelf, maar veel van wat aan de gewoonten van professies werd toegeschreven.
Psychiatrie is ‘hier’, op deze wijze, de discipline van het geduld, van langzaamheid, van presentie. De onrust die Gerda ervaart en toont, is een appèl op aandacht, een aandacht waarin haar angsten bedaren, waarin haar leed geborgen, een aandacht die het antwoord is op haar verlangen. Zo is De Hage een praktijk van klein humanisme.
[Afbeelding: “Verbonden door verschil” van Magda Huygens.]
9 opmerkingen:
Dat maatjes project is zo belangrijk denk ik ! Zelf trek ik ook geregeld op met een borderline patient, Ik ken haar van kleinsaf en later was ze trouwe oppas voor mijn kinderen . Nu zou ik haar niet graag meer op kleine kinderen laten passen. Ze is arm van het dwangmatig bellen met de SOS . En s'avonds heel eenzaam. Je geeft ons hier weer waardevolle informatie Marius !
Idd het scheelt een hele hoop om serieus genomen, te worden,of dat er aandacht is voor de dingen waarmee je zit.Acceptatie en zo.
Maar geld dat niet... voor iedereen in het algemeen.
Juist door iemand een gezicht te geven en een identiteit,gekend worden, daarmee ben je op de goede weg..Ik denk dat de kleinschaligheid een soort vervangbare gezinstructuur is.
daarmee creeer je wel een veilige plek en ook een rol erin.
Een grijpend stuk voor mij. Ik herken trouwnes dat gevoel wel van liever in een stad wonen op een kmertje.
Schitterende afbeelding ook bij dit logje..
tja dat maatjeproject als dat een beetje normaal verloopt bv via de kerk en andere toevallige ontmoetingen dan ben ik ervoor.zelf ervaringen mee en als het genoegen maar wederzijds is dus zo normaal mogelijk verloopt dan is dat verrijkend voor allebei. Maar iemand steunen terwijl hij of zij niets voor jou kan betekenen lijkt me heel akelig voor de persoon en haast kwetsend.
Novelle
ps alhoewel ik best wel weet dat het op een andere manier toch goed kan zijn hoor.
Je hebt weer verwoord waarom dit maatjesproject zo belangrijk is Marius. Ontroerend, zoals de vreugde van Jean Marie beschreven is dat hij weer contact heeft met zijn broer.
ademloos gelezen, naast het vernemen van de gebroken lans in de volharding van de hulpverleners heb je het nog eens prachtig en helder uit de doeken gedaan.
Ja, dat is, zoals je dat zo fijn benoemt, geen andere jas, maar een andere houding van binnenuit. Het zijn zulke projecten, die me doen geloven dat we in de mensengeschiedenis alsnog en toch vooruit gaan naar meer beschaving.
En prachtige prenten heb je bij elk van de stukjes gekozen.
"Zo is De Hage een praktijk van klein humanisme".
Een prachtproject van waarlijke mensen in één zin gebald.
Hoe anders kunnen we met elkaar omgaan. Hoe indringend men op het eerste zicht verloren zaken veranderen kan... empathie is een schone zaak. Maar het ook nog in de praktijk toepassen is een ander paar mouwen... Door jouw blog ga ik terug in mensen geloven, Marius. Dank daarvoor!
Een reactie posten