
Na de ‘verontrusting’ en de ‘onbedoelde vernedering’ ditmaal een posting waaruit blijkt dat het in de zorg inderdaad en gelukkig anders kan, dat het individu wordt gezien en erkend, dat de zorg vermenselijkt. En weer heb ik geleerd van een boek. Het boek van Stella Braam en dat van Hans Becker in deze zijn elkaars volstrekte tegenpolen; wel vreemd deze beide ‘werelden’ die naast elkaar werkelijkheid zijn. Het traditionele maar ook verschraalde zorgconcept tegenover een ontwerp van wonen en zorg waarin naar bewoners het woord ‘neen’ vrijwel volledig is geschrapt.
Een van de mensen die grondig anticipeerde op een zich vergrijzende wereld en vooral voor ogen hield dat ‘die wereld’ omringd diende te zijn met geluk bevorderende zorg, is Hans Becker. Het oog voor de levenskunst weerspiegelt zich overtuigend in zijn rijk geïllustreerde boek, een boek dat ook wel de sporen draagt van een zich erend ego-document, niet onbegrijpelijk want dat tref je aan in elk soort van pionierswerk. En, ter verdediging, het woord alleen zou hier onvoldoende kunnen zijn voor de daadwerkelijke verbeelding ervan in de realiteit – zie Levenskunst op leeftijd. Geluk bevorderende zorg in een vergrijzende wereld. Dat het anders kan dan (reëel) wordt gevreesd, dat prioriteit gegeven kan worden aan ‘zorgen voor’, is bemoedigend en onderstreept dat het denken in zorgzaamheid bepaald niet is verdwenen, of vermorzeld door de overal opkomende rationaliteit waarbij de verbinding met het hart wel met de mond wordt beleden maar op veel plaatsen niet merkbaar of onherkenbaar is geworden.
Het betreft hier een omvangrijk Humanitas-project: de ingrijpende renovatie van zorg in bejaardenoorden en verpleeghuizen, een verandering van bouwstructuur, van beleid en mentaliteit die op twee peilers berust: a) de individualistische regie over het eigen leven en de zelfwerkzaamheid en b) het bij een of meer menselijke groepen behoren. Naar (a) is er de nadruk op de ‘ja-cultuur’ en de focus op ‘use it or lose it’, alsmede op een speciale manier van communiceren. Onder (b) speelt met name de extendend family-aanpak, het speciale personeels- en vrijwilligersbeleid, de empathic design van de totale architectuur, de dorpspleinen en een rijkdom aan kunst als ‘conversation piece’. Vanuit deze hier bondig geformuleerde uitgangspunten ontstaan de zogenaamde levensloopbestendige wooncomplexen die inspireren tot opwekking van activiteiten, tot prikkeling en interactie, direct al tegengesteld aan wat in de meeste zorginstellingen, zowel in de psychiatrie als in de verpleeghuissector, gangbaar is en waar eentonigheid, rust en harmonie, alles gebaseerd op functionaliteit, een bijna doodse uitstraling hebben, terwijl de bewoners, ook de meeste oudere mensen, behoefte hebben aan enige chaos, levendigheid en avontuurlijkheid.
Becker volgend, betekent en vormt de ja-cultuur een handvat voor openheid en gelijkwaardigheid. Het ja zeggen, op welke vraag van bewoners ook, behoort voor medewerkers een basishouding te zijn bij het werk: cliënten worden behandeld als autonome mensen die hun leven zelf vorm geven en daarbij zo min mogelijk institutionele beperkingen moeten ondervinden. De implementatie hiervan heeft consequenties voor het type management en vergt ook een heel bepaalde medewerkersmentaliteit. Het is eerder een attitude dan een reglement en waar men met het ‘ja’ in de praktijk op grenzen stuit – die nimmer vastliggen - blijkt het steeds mogelijk om tot een voor iedereen aanvaardbaar compromis te komen.
Door veel medewerkers in de zorg wordt vooral gekeken naar wat mensen niet meer kunnen en nemen de patiënt dan alles uit handen, met het gemakkelijk voor te stellen bij-effect dat aldus vanzelf patiënten worden gecreëerd. De omarming van het use it or lose it principe benadrukt juist het tegenovergestelde: ‘je moet niet voor de mensen zorgen, je moet zorgen dat ze voor zichzelf kunnen zorgen’. Een uitvloeisel ervan is, dat een cliënt in het levensloopbestendige appartement kan blijven wonen, ook als deze fysiek of zelfs mentaal achteruitgaat.
Use it or lose it heeft een medische achtergrond. Als functies niet meer worden gebruikt, verslechteren ze tamelijk snel of verdwijnen zelfs. Bij Humanitas geldt dan ook, dat cliënten ‘tot de pijngrens’ gepusht moeten worden om hun functies te blijven gebruiken.
Ten slotte nog een korte opmerking over het empathic design. Humanitas is gericht op het creëren van woongelegenheid waarbij de inrichting tot denken stemt, herinneringen ondersteunt, een zekere opwinding en prikkeling veroorzaakt en zo gespreksstof geeft. Alles dat ‘de zinnen verzet’. Becker werkt al deze facetten grondig uit, maar uiteindelijk is te zeggen, dat het hele (innovatieve) concept een einde tracht te maken aan de talrijke vooroordelen die in de zorg nog zo dominant vormgevend zijn. Men zet maximaal in op het begrijpen van en aansluiten bij de ander om wie het in die zorg feitelijk draait. Alleen al het rustig bladeren door dit boek en stilstaand kijken, soms minuten lang, naar de talloze illustraties maakt het tot een genoegen om oud te mogen worden en daar te leven, ook al kent en houdt elk leven, ook daar, zijn verdrietige en tragische kanten. Het einde van het mensenleven is niet ‘nu eenmaal zo’, het kan ook anders.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten