Pagina's

vrijdag, oktober 27, 2006


Strijd en aanbidding
De heilige Benedictus van Nursia (480-547), ook wel beschouwd als ‘de vader van het westers monnikendom’ – die op veertien­ja­rige leef­tijd de wereld had ver­zaakt en de rijkdommen en titels van zijn fa­mi­­lie had achterge­laten en jarenlang een streng kluize­naars­leven leidde in Subiaco - schreef omstreeks 540 op de Mon­te Cas­si­no - een steile berg bij Lazio, halverwege Rome en Na­pels waar hij een klooster had ge­sticht - de leefregel voor monni­ken. Daarin com­bi­neerde hij zijn eigen ervaringen en inzichten met die van zijn voorgangers, Augustinus, Cassianus, Basilius en Pachomius.
Hier in huis heb ik een fraai beeldje (22 cm) van deze heilige Benedictus in een zwarte pij met kapuchon, de rechter wijs­vinger voor de mond als symbool voor de grootst mogelijke stilte en in de lin­ker­hand een rood boek – het heilig woord, het Woord Gods. Langs­zij aan de rechtervoet een zwarte vogel die zo te zien iets vast­houdt tussen de snavel. Zou het een zwarte kraai zijn? Manguel verhaalt in zijn Geschie­denis van het lezen (p. 140) over de abso­luut ordelijke gang van zaken in het cisterciënzer mon­nikenleven en dat over­tre­­dingen van regels werden bestraft met geseling en iso­latie van mede-broeders. Iets van een kraai is dus niet ondenkbeeldig. Bertrand Russell (p. 266 in Joep Dohmen’s ‘Le­vens­kunst’) zei daarom ook dat een monnik niet gelukkig zal zijn voor­dat de routine van het klooster hem zijn eigen ziel heeft doen vergeten. Misschien ben ik teveel een zon­daar of een te gewone sterveling om te kunnen begrijpen of zoiets mogelijk is, hoewel ik begrijp dat voor een zaak die je belangrijk vindt het nodig kan zijn jezelf eens even te vergeten. Maar je ziel? Wie je bent in je hart? (Heeft het zoveel om het lijf dan, ‘ik’?)
Van de kerkvader Augustinus (354-430; diens Regel was de eerste kloosterregel in het Latijn en daarmee het fundament van westers kloosterleven – De regel van Augustinus verscheen in 2005 in een vertaling door Vincent Hunink en ingeleid door Kees Fens bij Atheneum-Polak & Van Gennep), maar goed, van Augustinus is bekend dat hier ook zijn grootste strijd lag, dat een hogere liefde de betovering door­breekt van de valse eigen­lief­de. Manguel verhaalt over hem (p. 60), dat “hij gekweld werd door besluiteloosheid, boos was om zijn zonden in het ver­leden en angstig eindelijk ter verantwoor­ding te zullen wor­den geroe­pen.” En op p. 74: “…God smekend hem te bevrijden van de kwel­lende verleidingen van fysiek ge­not.” (Want: wanneer twee mensen elkaar zelfs zonder woorden in de ogen kijken en signa­len van een onrein hart geven, wanneer zij seksueel genoegen scheppen in elkaars passie, zelfs zonder enig onkuis lichamelijk contact, dan is de reinheid al verdwenen – zo luidt regel 4 (Ge­drag) van Augustinus in de hiervoor vermelde uitgave, p. 37.) En nu net denk ik aan een passage van Jeroen Brouwers in zijn pas verschenen In het midden van de reis door mijn leven: "Beproeft alle dingen en behoudt het goede, om met Paulus te spreken, de apostel, een driftkikker zoals ik, die ook eerst als de bonte hond door het leven was gedenderd voordat hij opeens heilig werd."

Nietzsche zegt: "Het zijn de zinnelijkste mannen die voor vrouwen vluchten en hun lichaam moeten martelen.” Sprak hij over zichzelf?
Zonder lijden is geen enkel leven, ook niet voor hem of haar die na een levenslange worsteling mogelijk heilig wordt verklaard. Love hurts. “Uit de diepten, dus, naar het hoge. Het is als de hei­lige in spe, die weinig argumenten kan hebben om domweg ge­lukkig te zijn met zijn of haar ‘zoete Jezus’ of ‘lieve God’, maar die aan zijn lijden en beproevingen, aan de zware tocht zelf, ge­luk of geloof ontleent”, schrijft Marcel Möring in diens prachtige essay Lijdenslust (2006).
Opnieuw erover denkend hoe je je ziel kunt vergeten, schiet me het begrip ‘ontvankelijk’ te binnen, en om ontvankelijk te kunnen zijn moet je iets van jezelf even opzij zetten of loslaten. Je ziel vergeten is niet menselijk, of: een te gro­te eis aan mensen. Tegelijkertijd is het wel zo dat je soms zo volledig in iets kunt opgaan dat het lijkt alsof je zelf even bent verdwenen. Maar de kwintessens is denk ik, dat je je aanleert op te houden met ‘Ik wil, ik wil, ik’, dat pure egoïsme, die afgrijselijke zwakte. Er tegenover staat 'geven', en geven is ontvangen.

2 opmerkingen:

Enno Nuy zei

Beste Enno, dank voor je uitvoerige zoektocht die ik zelf ook nog eens zal nagaan. Maar het is een plausibele verklaring voor 'kraai of raaf'. (Wat jammer dat er vandaag, zoals gisteren, weer "blogger-problemen" zijn. Jouw commentaar stond er tweemaal, een dus verwijderd.) Groet, Marius

Rinus-Jan zei

Ik vond de blog door naar links naar mijn site te zoeken en las toen dat jij waarschijnlijk hetzelfde Benedictus beeldje beeldje hebt als ik.