
Strijd en aanbidding
De heilige Benedictus van Nursia (480-547), ook wel beschouwd als ‘de vader van het westers monnikendom’ – die op veertienjarige leeftijd de wereld had verzaakt en de rijkdommen en titels van zijn familie had achtergelaten en jarenlang een streng kluizenaarsleven leidde in Subiaco - schreef omstreeks 540 op de Monte Cassino - een steile berg bij Lazio, halverwege Rome en Napels waar hij een klooster had gesticht - de leefregel voor monniken. Daarin combineerde hij zijn eigen ervaringen en inzichten met die van zijn voorgangers, Augustinus, Cassianus, Basilius en Pachomius.
Hier in huis heb ik een fraai beeldje (22 cm) van deze heilige Benedictus in een zwarte pij met kapuchon, de rechter wijsvinger voor de mond als symbool voor de grootst mogelijke stilte en in de linkerhand een rood boek – het heilig woord, het Woord Gods. Langszij aan de rechtervoet een zwarte vogel die zo te zien iets vasthoudt tussen de snavel. Zou het een zwarte kraai zijn? Manguel verhaalt in zijn Geschiedenis van het lezen (p. 140) over de absoluut ordelijke gang van zaken in het cisterciënzer monnikenleven en dat overtredingen van regels werden bestraft met geseling en isolatie van mede-broeders. Iets van een kraai is dus niet ondenkbeeldig. Bertrand Russell (p. 266 in Joep Dohmen’s ‘Levenskunst’) zei daarom ook dat een monnik niet gelukkig zal zijn voordat de routine van het klooster hem zijn eigen ziel heeft doen vergeten. Misschien ben ik teveel een zondaar of een te gewone sterveling om te kunnen begrijpen of zoiets mogelijk is, hoewel ik begrijp dat voor een zaak die je belangrijk vindt het nodig kan zijn jezelf eens even te vergeten. Maar je ziel? Wie je bent in je hart? (Heeft het zoveel om het lijf dan, ‘ik’?)
Van de kerkvader Augustinus (354-430; diens Regel was de eerste kloosterregel in het Latijn en daarmee het fundament van westers kloosterleven – De regel van Augustinus verscheen in 2005 in een vertaling door Vincent Hunink en ingeleid door Kees Fens bij Atheneum-Polak & Van Gennep), maar goed, van Augustinus is bekend dat hier ook zijn grootste strijd lag, dat een hogere liefde de betovering doorbreekt van de valse eigenliefde. Manguel verhaalt over hem (p. 60), dat “hij gekweld werd door besluiteloosheid, boos was om zijn zonden in het verleden en angstig eindelijk ter verantwoording te zullen worden geroepen.” En op p. 74: “…God smekend hem te bevrijden van de kwellende verleidingen van fysiek genot.” (Want: wanneer twee mensen elkaar zelfs zonder woorden in de ogen kijken en signalen van een onrein hart geven, wanneer zij seksueel genoegen scheppen in elkaars passie, zelfs zonder enig onkuis lichamelijk contact, dan is de reinheid al verdwenen – zo luidt regel 4 (Gedrag) van Augustinus in de hiervoor vermelde uitgave, p. 37.) En nu net denk ik aan een passage van Jeroen Brouwers in zijn pas verschenen In het midden van de reis door mijn leven: "Beproeft alle dingen en behoudt het goede, om met Paulus te spreken, de apostel, een driftkikker zoals ik, die ook eerst als de bonte hond door het leven was gedenderd voordat hij opeens heilig werd."
Nietzsche zegt: "Het zijn de zinnelijkste mannen die voor vrouwen vluchten en hun lichaam moeten martelen.” Sprak hij over zichzelf?
Zonder lijden is geen enkel leven, ook niet voor hem of haar die na een levenslange worsteling mogelijk heilig wordt verklaard. Love hurts. “Uit de diepten, dus, naar het hoge. Het is als de heilige in spe, die weinig argumenten kan hebben om domweg gelukkig te zijn met zijn of haar ‘zoete Jezus’ of ‘lieve God’, maar die aan zijn lijden en beproevingen, aan de zware tocht zelf, geluk of geloof ontleent”, schrijft Marcel Möring in diens prachtige essay Lijdenslust (2006).
Opnieuw erover denkend hoe je je ziel kunt vergeten, schiet me het begrip ‘ontvankelijk’ te binnen, en om ontvankelijk te kunnen zijn moet je iets van jezelf even opzij zetten of loslaten. Je ziel vergeten is niet menselijk, of: een te grote eis aan mensen. Tegelijkertijd is het wel zo dat je soms zo volledig in iets kunt opgaan dat het lijkt alsof je zelf even bent verdwenen. Maar de kwintessens is denk ik, dat je je aanleert op te houden met ‘Ik wil, ik wil, ik’, dat pure egoïsme, die afgrijselijke zwakte. Er tegenover staat 'geven', en geven is ontvangen.
2 opmerkingen:
Beste Enno, dank voor je uitvoerige zoektocht die ik zelf ook nog eens zal nagaan. Maar het is een plausibele verklaring voor 'kraai of raaf'. (Wat jammer dat er vandaag, zoals gisteren, weer "blogger-problemen" zijn. Jouw commentaar stond er tweemaal, een dus verwijderd.) Groet, Marius
Ik vond de blog door naar links naar mijn site te zoeken en las toen dat jij waarschijnlijk hetzelfde Benedictus beeldje beeldje hebt als ik.
Een reactie posten