
Ik loop door een straat, er is een diep gat in het trottoir.
Ik val erin en zeg tegen mezelf: “Ik ben verloren … maar het is mijn schuld niet”,
en het duurt heel lang voor ik eruit ben.
Ik loop door dezelfde straat met dat diepe gat in het trottoir.
Ik doe alsof ik het niet zie en ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat dit me weer gebeurt en ik zeg: “Het is mijn schuld niet …”,
en het duurt nog lang voordat ik eruit ben.
Ik loop door dezelfde straat met dat diepe gat in het trottoir.
Ik zie dat het er is en ik val er weer in … Het is een gewoonte,
mijn ogen zijn open, ik weet waar ik ben, en ik zeg: “Het is mijn schuld.”
Ik kom er direct weer uit.
Ik loop door dezelfde straat met dat diepe gat in het trottoir,
ik loop eromheen.
Ik loop door een andere straat.
[Bron: Sogyal Rinpoche, Het Tibetaanse Boek van Leven en Sterven. ‘Mijn les’ eruit is, dat de straat, het gat er in en het eindelijk er omheen lopen een metafoor is voor elk ander persoonlijk fenomeen, bijvoorbeeld hoe je kunt omgaan met emoties waartegen je steeds aanloopt. Los van alles een fraaie afbeelding van Buddha door Coert Eckhardt.]
2 opmerkingen:
Vier dagen later verscheen dit gedicht in het dagboek van Gerard van Eyk, een geweldige kranten-observer (en van meer).
"....een metafoor is voor elk ander persoonlijk fenomeen, bijvoorbeeld hoe je kunt omgaan met emoties waartegen je steeds aanloopt".
Gebroken voet
teken aan de wand,
moeheid , vereiste flexibiliteit
ach, een mens vindt uiteindelijk wel zijn evenwichtige eigenheid.
Een reactie posten