
Het onbenijdenswaardige bestaan III
Wat bindt mij aan thuislozen? Het is een identiteitsvraag waarbij het gaat om een begrip van ‘wie’ ik ben en waarin – immers, wat mij bindt – zowel ik en de ander een plaats hebben.
Wat mij bindt, is niet zomaar af te doen met ‘het oog op het menselijke’ of met ‘solidair willen zijn met kwetsbare mensen’. Het is deels misschien een raadsel, dat te maken heeft met natuurlijke aanleg, gerichtheid of interesse in de psychologie van het leven. Waarom was het niet de techniek, de kunst, de handel of de politiek? Maar de basale gerichtheid en ontwikkeling zal ook gevoed zijn door biografische ervaringen van de eigen kwetsbaarheid en waarvan (later) is ingezien dat deze evengoed tot de normaliteit van het leven behoort als begrippen die daar schijnbaar tegenover staan, zoals gezondheid, kracht en succes. Neem ik het, door het blijvend op te nemen voor kwetsbare mensen, ook voor mezelf op?
Wat mij aan hen gehouden heeft, is de (h)erkenning van de (innerlijke) strijd om een bondgenootschap tussen ‘ik en de ander’ die zo wezenlijk is voor de ontwikkeling en het behoud van een eigen bestaan dat ik me er niet meer van kan afwenden. Bij veel thuislozen is deze strijd op dramatische wijze in het geding en ik geloof dat wat mij aan hen bindt, is te omschrijven als een niet te herroepen delen in de strijd om de essenties van het bestaan.
[Schilderij “Eenzaamheid” van Salman Al-Basri.]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten