Pagina's

donderdag, december 28, 2006

Marcel Jouhandeau. Een Frans romanschrijver en essayist – op een Franse website tel ik 32 titels, buiten zijn dagboeken die achtentwintig delen telt (overigens blijkt bij Portnoy dat hij meer dan tachtig titels op zijn naam heeft staan) – die decennialang in Parijs woonde en bevriend was met Cocteau, Paulhan, en ook Montherlant kende en André Gide. Hij was een intrigerende, contrastrijke persoonlijkheid, ongetwijfeld gevoed door zijn ‘dubbele natuur’, de worsteling met zijn homoseksuele neigingen (zoals ook kenmerkend voor de Amerikaanse schrijver John Cheever). Mystiek en nuchterheid, goed en kwaad, genotzucht en smart, onbarmhartige spot en inlevingsvermogen streden in hem om de voorrang.
Hij had een superieure pen. Zijn omvangrijke journaals vormen een wervelend, ernstig en humoristisch geheel, waaruit Ethel Portnoy een mooie, lezenswaardige, selectie heeft gemaakt voor de uitgave van de Arbeiderspers. Het centrale thema hierin is zijn huwelijk met de danseres Elise Apremont. Het is een van de grote slechte huwelijken, ook al hield het meer dan dertig jaar stand. Hun liefdesaffaire was hartstochtelijk geweest, tot hun seksleven abrupt eindigde toen Elise een vriendje van Jouhandeau met een mes probeerde te lijf te gaan.
Bijzonder is, dat de achtentwintig delen van de dagboeken zijn geschreven van zijn zeventigste tot zijn zevenentachtigste. Het is het werk van de ouderdom, maar volgens Ethel Portnoy is het meest opvallende ervan de jeugdigheid. “Jouhandeau werd wel rijper, maar hij veranderde niet, tot het laatst bleef hij die eeuwige optimist, onstuitbaar nieuwsgierig naar het leven, met een onverminderd vermogen om lief te hebben en verliefd te worden. Niet de eigenschappen van een oude man die zich van de wereld heeft afgewend.”
Hij genoot een uitstekende gezondheid, had een slank lichaam waar hij trots op was, en was een vroom, zij het onconventioneel, katholiek, en hij was altijd verliefd op een of andere jongeman – terwijl hij een vrij teruggetrokken leven leidde. Het ‘geheim’ zat er in dat hij tot na zijn tachtigste een maison close bezocht.
Elise. Haar karakter lijkt op het onvergetelijke beeld waarin ze de knop van een rododendron openwrikt omdat de bloei haar te langzaam te gaat … Zij maakte vaak heftige scènes en plein public, de media smulden ervan. Een eenzame, maar levendige vrouw. Sommigen zeiden tegen Jouhandeau: “vous êtes un Saint, dat u het met haar uithoudt”, maar zonder haar had zijn bestaan veel minder luister gekend. Zij voerden samen een bepaald spektakel op, ellendig zonder elkaar, maar samen des duivels. Een furie, een monster noemt hij haar. (Later begon zij haar eigen memoires te schrijven, maar van geen ervan is een vertaling.)
Zijn dagboeken zijn onthullend. Hij is een veelzijdige, bijna volledige mens en hij toont zich in al zijn tegenstrijdigheden en zwakheden. Ik heb hem gelezen als een innemend man.
Si je perdais ma bibliothèque, j'aurais toujours le métro et l'autobus. Un billet le matin, un billet le soir et je lirais les visages.If I were to lose my library, I would always have the metro and the bus. A ticket in the morning, a ticket at night and I would read the faces. - Marcel Jouhandeau
[Marcel Jouhandeau (1888-1979 en niet, zoals vermeld, 1974); Nr. 157 1989 Privé-Domein Dagboeken, Arbeiderspers. Foto door Carl van Vechten.]

10 opmerkingen:

Anoniem zei

Interessant, ik wist niet dat z'n werk vertaald was.

Maxentia de Beauvais zei

Klinkt zeer uitnodigend. Ik kijk er alvast naar uit.

Enno Nuy zei

Dacht net, 'zeg even sorry voor zo'n lange tekst', maar okay. Jouhandeau is een van de schrijvers die ik niet vergeet. Er komen er nog wel meer, maar in januari ga ik mijn best doen op stukjes van precies 100 woorden, behalve 2/1, dan komt 'de reis naar het binnenland' (oftewel een variant op 'het stokje'.

Anoniem zei

Voor mij hoef je je niet te beperken tot 100 woorden, voor je't weet leidt dat tot turbotaal en de eis van correct en goed taalgebruik gaat wat mij betreft boven de gemiddelde spanningsboog van de hedendaagse blogbezoeker. Ik groet u.

Enno Nuy zei

Toch is het eeen kunst dat (soms) te doen Enno en bij Gérad van Eyk zie ik ze vaak als een schot in de roos. En je weet, ik moet niets hebben van turbotaal; en elke weblogger schrijft met het eigen talent.

Anoniem zei

Wat een ontzettend leuke en interessante web-site heb jij. Ik link meestal niet zomaar iedereen, maar zou ik jou mogen linken?

Carpe diem
Natasza

Gonda zei

Ondanks je lange tekst (ik heb wel langere gelezen, by the way :-) )vond ik het een boeiend verslag. Na het lezen van jouw stukje krijg ik haast zin om zijn dagboeken te lezen. Wie weet doe ik dat wel.
Je reis naar het binnenland, oftewel het beruchte stokje, is dat nóg langer? Zóveel ontboezemingen en zonden? Haha, ik steek er de draak maar wat mee :-)
Oops, sorry voor deze lange reactie ;-) (Geintje)

Enno Nuy zei

@ Natasza, dank voor je compliment en natuurlijk mag je me linken, een eer. Dan zul je Tasz ook bij mij aantreffen.
@ Goentah, ja, maar er staan niet zoveel zonden, is dat erg? Enfin, het briefje komt er.

Gonda zei

Je maakt er je eigen stokje van. De titel is al veelbelovend. Eigenlijk te mooi voor een ordinair stokje :-) Wát je er ook van maakt, het zal wel de moeite waard zijn.

Anoniem zei

Heer Marius,
Dank voor uw tip. Ik ben een groot liefhebber van dagboeken. Ik heb er ooit eentje (eentje maar, er waren er meer, ik weet het) gelezen van Anaïs Nin. En de grote Nederlandse schrijver Hans Warren is mij ook niet onbekend. Die dagboeken heb ik wel allemaal gelezen. Ik was indertijd compleet ondersteboven van zijn werk.
Vriendelijke groeten.