
‘Hoe moet ik leven’? II
De dag begint met vaste rituelen. Daarna volgen we intuïtief het programma dat we begonnen zijn. Wat we gaan doen, ligt redelijk vast, vaak ook in een strak tijdschema. Hoe we het doen, ligt in beginsel eveneens vast, in motivatie en ambitie, maar zeker ook in de verwachting van anderen en in concrete rol- of functieomschrijvingen, dat we het doen zoals we het behoren te doen.
Het ‘wat’ en ‘hoe’ liggen dicht bijeen en hebben vrijwel altijd betrekking op ‘mij in een context’. Het is niet louter van mijzelf. Er is sprake van een (veelal contractuele) gebondenheid voor langere tijd en die appelleert aan stabiliteit en uithoudingsvermogen. We zijn gebonden aan de moraal. De impliciete regels zijn ‘betrouwbaarheid’ en ‘inzet’. Het lijkt een hoge eis van aanpassing en concentratie, maar die wordt idealiter verlicht door de kennis die we hebben van wat ons te doen staat, door de mensen om ons heen, de faciliteiten die er zijn en meestal ook door een flinke dosis plezier. Het is een levensinvulling die vaak in overeenstemming is met onze aard, talenten en idealen en waarvoor we in principe geen van die eerder genoemde duizenden boeken hoeven te raadplegen. Of we dat doen, is afhankelijk van interesses, gevoeligheden, behoeften of noden, en als we het doen, moet het ons dagritme zo min mogelijk verstoren.
1 opmerking:
Goedenmorgen Marius,
'Het wat en hoe'.
Het eeuwig tijdelijke en het hedendaagse. Vorm en inhoud.
'Het wat' kennen we:
geboorte en dood, liefde en lust.
Eros en thanatos.
Voor een late middeleeuwer of een vroege vijftiger: hetzelfde.
Een perpetuum mobile.
'Het hoe'
is telkens verschillend.
Beatrijs schreef anders dan pakweg 'de nachtburgemeester van Rotterdam'.
Het hoe
maakt muziek en tekst, een liedje hedendaags.
Het maakt van ons wie we zijn.
'Hoe' we omgaan met vreugde en verdriet, het leven en de liefde.
Oef, Marius,
ik laat je verder rusten vandaag.
Geniet ervan.
Uvi
Een reactie posten