Pagina's

maandag, oktober 30, 2006


Wie weet wanneer de noodklok wordt geluid?
“Er is tegen u gezegd, dat u een normale levensverwachting heeft, maar dat is niet zo. Het is een systeemziekte hoor, en de kans op terugkeer van tumoren is 50%. Daarom zullen bloed en urine regelmatig worden gecontroleerd. Als zich in de urine plasmacellen bevinden, is het niet goed.”
“Weet ik met die 50% kans niet evenveel als u, als mensen die zich gezond wanen?”

Komt het geheid terug? Wie zal het zeggen. Hoe lang zal het duren, mijn toekomst? Hoe vaak zal ik bloed laten afnemen en de urine wegbrengen en opgelucht kunnen ademhalen?
Aan het begin van deze maand heb ik besloten af te zien van verdere controles. Het leek mij het verkieslijkst op te houden met de medicalisering die om me heen hangt. Bloed laten prikken, urine verzamelen, afspraak maken voor de uitslag: het bezorgde me telkens een onaan­gena­me onrust, soms stond ik plots aan de grond genageld. Ik wil niet als patiënt gezien of bejegend blijven worden, ik wil de balans in het dagelijks leven weer terug. Met de beperkingen van­wege mijn vastgeschroefde hoofd heb ik genoeg te stellen. Voor mij is het geen ‘kop in het zand steken’, maar een alleszins te billijken vorm van zelfzorg. Het maakte me in het begin van deze keuze wat onzeker. Doe ik er goed aan? Ja, wie kan zeker zijn van een nooit optredende kwaal of ziekte?
Seneca, een Romeins filosoof enkele jaren v. Chr.:

“Allen zijn wij even broos, niemand kan méér dan zijn naaste op de dag van morgen rekenen.”